Hij droeg zijn wallen vol trots, als een pas gewonnen olympische medaille. Of misschien toepasselijker nog: als een lintje, zojuist opgespeld vanwege zijn bijzondere verdiensten voor de maatschappij.
Want godsamme, wat was het een slijtageslag geweest – Dick Schoof had het tegen zijn gewoonte in zelfs vergeleken met een marathon. Hij dacht terug aan het afgepeigerde gezicht van Nicolien van Vroonhoven rond half twee ’s nachts, aan de warrige reeks woorden die Dilan Yesilgöz begon te prevelen vanaf een uurtje of drie, iets over volwassen beleid voor de mensen in het land. En hij dacht terug aan hoe een steeds heviger transpirerende Caroline van der Plas na 24 uur onafgebroken vergaderen en een dito hoeveelheid rookpauzes langzaamaan de geur van een Griekse geitenboer had aangenomen.
Gelukkig was hijzelf gewoon wakker gebleven. Speciaal voor al die hardwerkende mensen in het land, voor al die normale Nederlanders die worstelen met hun bestaanszekerheid, had hij zijn slaap opgeofferd. Vlak voor Pasen had hij hun lijden op zich genomen en hij was er trots op ook.
‘Ik heb nog geen minuut geslapen’, zei Geert Wilders daarom tegen de cameraploegen die buiten op hem stonden te wachten. ‘Ik heb niet eens even op de bank gelegen.’
Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Hoewel zijn uitspraken bij de Haagse televisiejournalisten puur ontzag teweegbrachten, weet ik zeker dat de Vlaamse neuroloog en slaaponderzoeker Steven Laureys, ooit in deze krant geïnterviewd door Kaya Bouma, ze subiet zou wegzetten als ‘slaapmachismo’.
Hoewel mannen in het algemeen en politici in het bijzonder al sinds mensenheugenis opscheppen over hun nachtelijke uithoudingsvermogen (toen iemand Napoleon Bonaparte ooit vroeg hoeveel uur slaap ideaal is, zou hij hebben geantwoord: ‘zes uur voor een man, zeven voor een vrouw, acht voor een idioot’), betoogt Laureys dat het gros van al die zelfverklaarde kortslapers in de politiek, een paar genetische uitzonderingen daargelaten, zichzelf juist ernstig tekortdoet. En in hun kielzog ook het landsbelang.
Slaapgebrek zorgt namelijk voor een afname van ‘de metabole activiteit in je prefrontale en pariëtale hersengebieden met ongeveer 13 procent’. Voor het huidige Nederlandse kabinet lijkt dat wellicht geen groot probleem – de meeste hoofdrolspelers stellen prefrontaal gezien sowieso weinig voor, waardoor een afname van 13 procent in absolute zin wel meevalt – maar volgens Laureys leidt slaapgebrek zelfs bij de grootste stoethaspels tot allerhande ellende, variërend van opvliegendheid en vergeetachtigheid, tot concentratieverlies, grilligheid, toegeeflijkheid of juist koppigheid (en, voor mannelijke fractievoorzitters extra vervelend, tot een afname van de testosteronproductie met als gevolg beduidend kleinere teelballen).
Zo is het geen toeval dat zowel de Nacht van Schmelzer in 1966, die de val van het kabinet-Cals veroorzaakte, als de Nacht van Wiegel in 1999, toen na een zestien uur durend debat kabinet-Kok II werd opgeblazen, als de Nachten van Van Thijn in 2005 (waardoor D66-minister Thom de Graaf moest aftreden) en van Verdonk in 2006 (waarna kabinet-Balkenende II viel) zich allemaal afspeelden tijdens hetzelfde dagdeel, te weten: de nacht.
Ook deze woensdagnacht waren er woedeaanvallen, ‘inclusief een onderhandelaar van NSC die met pennen smijt’, aldus verslaggevers Avinash Bhikhie en Natalie Righton. Maar godzijdank was dat nu allemaal achter de rug, zag je Wilders denken, terwijl hij ook de laatste journalist te woord stond.
Nu mocht hij eindelijk naar huis om te slapen. Niet omdat hij het nodig had, natuurlijk, maar omdat hij zin had om te dromen over nog meer macht. En als het meezat zelfs over een heel klein beetje liefde.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant