Home

Een uniek inkijkje in het auditieproces van de Toneelacademie Maastricht: ‘Sommigen kunnen de spanning niet aan’

Bij hoge uitzondering mocht de Volkskrant het hele auditieproces van de Toneelacademie Maastricht volgen: de selectierondes, de vergaderingen en de ervaringen van drie auditanten. Wat is ervoor nodig om aangenomen te worden?

Auditant Mads Elich (17) zit kaarsrecht aan een tafel in de kantine van de Toneelacademie Maastricht. Zijn gezicht is wit geschminkt, om zijn borst draagt hij een zelfgemaakt korset met zwarte nepborsten. Elich is klaar om voor het oog van twee beoordelende docenten en elf andere auditanten zijn thuis ingestudeerde ‘Kate Bush-playbackact’ te presenteren.

Het is zover: hij doet auditie voor de toneelschool.

Hij voelt zich goed, zijn zenuwen onder controle. Dat was gisteravond wel anders, toen hij al even voor de poort van de school stond, misschien wel aan de vooravond van een nieuw leven. Hij kreeg er buikpijn van. Elich droomt al sinds zijn kindertijd van studeren aan de Toneelacademie.

Mads Elich (17, Amsterdam) rondde vorig jaar de havo af en nam een tussenjaar om zich goed voor te bereiden op de audities. Op de basisschool deed hij al theater, maar nu is het tijd voor het echte werk. ‘Het betekent alles voor me om een leven lang kunst te kunnen maken.’

Hij is niet de enige. Ieder jaar melden ongeveer vijfhonderd dromers zich aan voor de school, die met toonaangevende alumni als Pierre Bokma en Halina Reijn heeft bewezen dé opstap te zijn naar een carrière in de toneel- en filmwereld.

Het deurbeleid is streng. In het eerste jaar is plek voor maximaal veertig studenten, die uiteindelijk worden verdeeld over vier opleidingen: acteren, regisseren, performen en decor- en kostuumontwerp. Het gevolg is een intensieve selectieprocedure waarin de docenten in vier auditierondes, verspreid over twee maanden, bepalen wie na de zomer mag starten met de opleiding.

Dit jaar kreeg de Volkskrant, bij hoge uitzondering, volledige toegang tot het selectieproces. We keken mee bij de audities, waren bij de docentenvergaderingen en volgden drie auditanten tijdens het proces.

Mads Elich (17), wil niets liever dan een leven lang kunst maken. Lamara Strijdhaftig (29) speelde al in bioscoopfilms en is de oudste auditant van dit jaar. En Abel Priem (19) doet een dansopleiding, maar wil eigenlijk acteur worden. Alle drie doen ze dit jaar een gooi naar een felbegeerde plek.

Ronde 1: Begin januari, 300 auditanten

Een vers laagje sneeuw bedekt het oude klooster in het centrum van Maastricht dat de toneelacademie huisvest. Naast Elich hebben 54 andere kandidaten zich deze ochtend verzameld in de knusse kantine, waar de geur van koffie zich vermengt met zweet. Terwijl iemand midden in de kantine staat te stretchen, wandelt ook Strijdhaftig binnen.

Na een kort welkomstwoord van directeur Rob Ligthert verdwijnen vijf groepen van elf auditanten richting een eigen lokaal, waar ze een performance doen van maximaal vier minuten aan de hand van het thema ‘tijd’.

Op de eerste verdieping klinkt vanachter een deur een zelfgeschreven lied op gitaar. Tien stappen verder is door een raampje een glimp van een lichtshow te zien. Achter deur drie danst iemand een zelfverzonnen choreografie, en in het vierde lokaal toont een ander een geknutselde rok van krantenknipsels.

Tot vorig jaar was het voordragen van een monoloog het zwaartepunt van de eerste ronde. Maar met een veranderend werkveld dat vraagt om ‘breed geschoolde podiumkunstenaars’ was een nieuwe manier van selecteren nodig, zegt Ligthert: ‘Vroeger keek je in een eerste auditie, plat gezegd, naar: klinkt-ie goed, staat-ie goed en ziet-ie er een beetje goed uit? Nu kijken we meer naar welke skillset ze hebben.’

De kandidaten worden beoordeeld op creatief, reflectief en samenwerkend vermogen. Maar selecteren is geen exacte wetenschap. Ligthert: ‘Er zit een arbitrair element aan omdat het ook gaat over de smaak van een docent. Hoe intensief en aandachtig we ook selecteren, soms worden er vergissingen gemaakt.’

In november vond de eerste schifting plaats. Tweehonderd kandidaten kwamen niet door de ‘nulronde’: een voorstelfilmpje waarin ze al iets van hun creativiteit moesten tonen. Abel Priem (19) was een van die tweehonderd, maar nam geen genoegen met de afwijzing. Vandaag staat hij in alle vroegte op de stoep met de vraag of hij alsnog mag auditeren. Als er een afmelding blijkt te zijn, mag hij tóch doorlopen naar de kantine, waar hij zich nestelt tussen de anderen.

Priem: ‘Ik dacht gewoon: fuck it, ik heb niks te verliezen. Ik heb me thuis voorbereid, ben gister naar Maastricht gereisd en ben bij een vriend blijven slapen. Dat ik nu mag auditeren is al winst.’

Abel Priem (19, Culemborg) zit sinds zijn twaalfde op de balletschool in Amsterdam. Nu studeert hij dans aan de Lucia Marthas academie in Amsterdam en doet hij tegelijkertijd een theatervooropleiding bij De Toneelmeester. ‘Ik wil dit al zo lang, het moet nu gaan gebeuren.’

Afmeldingen maakt de school vaker mee, zegt Ligthert: ‘Sommigen kunnen de spanning niet aan. Dan staan ze voor de poort en draaien ze alsnog om, of verdwijnen midden op de dag. Er is ook wel eens een ambulance voor komen rijden.’

In de middag volgt de zogenoemde ‘onmogelijke opdracht’, waarin de auditanten in groepjes van drie hun solo’s moeten samenvoegen tot een korte voorstelling.

Strijdhaftig en haar groepje staan druk te overleggen. Het lijkt een woordloze voorstelling te worden, maar ze twijfelt: ‘Moeten we niet toch iets van tekst gebruiken?’ De groep stemt in. Tien minuten voor de presentatie verdwijnt Strijdhaftig naar de gang om een gedicht uit haar hoofd te leren. Later geeft ze toe: ‘Ik baalde dat ik geen tekst had en wilde de docenten toch iets van mijn tekstbehandeling tonen.’

Aan het eind van de auditiedag twijfelt ze of ze alles eruit heeft gehaald: ‘Ik zou willen zeggen dat ik voldaan ben, maar dat ben ik niet. Ik ben een overdenker. Ik kwam zenuwachtig naar Maastricht en ga eigenlijk ook weer zenuwachtig weg.’

Ondertussen bespreken docenten Santino Slootweg en Joeri Heegstra in een lokaal hun groep van vandaag, en bepalen met plusjes, minnetjes en vraagtekens wie doorgaat naar ronde 2.

‘Dit wordt een spannende’, zegt Slootweg over een kandidaat die hij beoordeelde met -/?; een naar negatief hangende twijfel. Heegstra geeft juist een ?/+, oftewel twijfel-positief. ‘Ik vond dat hij met goede ideeën kwam’, zegt Heegstra, ‘en hij was goed in zijn reflectie.’ Slootweg is snel overstag: ‘Interessant genoeg om door te testen, maar ik wil wel een min op het formulier laten staan om te laten zien dat er twijfel was.’ Na een uur discussiëren mogen 6 van de 12 auditanten door. ‘Mooie score’, vindt Slootweg.

Bij de dagevaluatie in het kantoor van Ligthert wordt onder docenten de zaak-Priem besproken: ‘Dit moet geen gewoonte worden’, vindt Ligthert. Maar docent Giovanni Brand, die Priem de hele dag in de groep had, was blij met zijn actie: ‘Hij was het cadeautje van de dag.’

Drie dagen later krijgt Priem de uitslag in zijn mail: ‘We zijn blij je te kunnen berichten dat je bent toegelaten tot deel twee’. Ook Strijdhaftig en Elich zijn door naar de volgende ronde.

Ronde 2: Eind januari, nog 150 auditanten

Enkele weken later. Ligthert bereidt de auditanten in zijn openingspraatje voor op de tweedaagse auditie die gaat komen: ‘Beschouw de komende twee dagen als een marathon. Eet gezond, drink genoeg water, behoud de focus, mijd de ruis. Gij zult uitgeput en voldaan naar huis gaan. Maar wel graag morgen pas om kwart voor 4.’

Hoewel Ligthert spreekt van een duurloop, ligt het tempo deze ronde hoog. In sneltreinvaart passeren zeven onderdelen, workshops genoemd, de revue.

In een met zonlicht overgoten bewegingslokaal zit Mads Elich in kleermakerszit tegenover een andere auditant. Ze krijgen de opdracht elkaars handen vast te houden ‘alsof het de eerste keer is dat je andermans hand voelt’. Het is de opwarming voor de fysieke workshop waarin ze associatieve opdrachten moeten omzetten in dans. Denk: je bent een superheld die door de modder zakt en verandert in een gorilla, maar eigenlijk wil je een vlinder zijn.

‘Heel leuk’, vindt Elich, die een ‘spin met vieze zweetvoeten’ verbeeldt door op zijn rug te liggen met zijn armen en benen omhoog.

Balletschool

Even later, in een volgend onderdeel, kijkt Priem samen met docent Anna Luyten naar een scène uit de film Billy Elliot. Priem toont het fragment in het onderdeel ‘showroom’: een Zomergasten-achtig interview met auditanten. Hij herkent zich in het personage van Billy, vertelt hij: ‘Als kind had ik altijd het gevoel dat ik moest bewijzen dat ik ‘normaal’ was. Toen ik naar de balletschool in Amsterdam ging, verdween die drang.’

’s Avonds worden de auditanten de stad ingestuurd om een performance te maken met iets dat ze onderweg tegenkomen. Een bijzondere ervaring, vindt Strijdhaftig: ‘Bij de uitleg vond ik het nogal vaag, maar later kreeg ik toch inspiratie.’ Op basis van misleidende teksten in de Albert Heijn maakt ze een act over hoe bedrijven ons aanzetten tot het kopen van ongezonde producten.

De volgende dag staan nog een improvisatieworkshop en een acteerles op de planning, waarna ze als laatste onderdeel met een klein groepje een korte film moeten maken.

‘Misschien heb ik het daar laten liggen’, zegt Strijdhaftig. ‘Ik was helemaal kapot en had weinig inbreng. Ik had al spierpijn van die fysieke workshop.’ Ook Priem haalt het einde op zijn tandvlees: ‘Het was heel zwaar maar ik heb het overleefd.’

Lamara Strijdhaftig (29, Hoorn) is afgestudeerd danseres, volgde al een opleiding filmacteren en speelde in verschillende bioscoopfilms, zoals Bon Bini Holland 3 en Expeditie Cupido. Ze wil zich nog vier jaar ‘volledig storten’ op een opleiding en zich zo verdiepen in haar vak. ‘Ik zie geen toekomst zonder acteren.’

De docenten vinden niet dat Strijdhaftig het heeft laten liggen, en ook Priem krijgt bericht door te mogen naar ronde 3. Mads Elich krijgt minder goed nieuws, voor hem is ronde 2 het eindstation.

Afgewezen auditanten kunnen na afloop bellen met een docent voor feedback. Elich doet dat en krijgt te horen dat hij nog te weinig ervaring heeft en als te jong werd gezien. ‘Het was op zich een fijn gesprek’, zegt hij. Hij gaat het nu proberen op de mime-opleiding in Amsterdam en als dat ook niet lukt ‘dan probeer ik het volgend jaar gewoon weer’.

Ronde 3: Begin februari, nog 63 auditanten

Aan de docententafel, achter in de kantine, bespreken de docenten de binnenstromende auditanten. ‘Die gaat sowieso aangenomen worden, een heel groot talent’, fluistert Santino Slootweg over een kandidaat die hij herkent uit ronde 2.

Hoewel het nu erop of eronder is, is de sfeer meer ontspannen dan bij eerdere rondes. De auditanten kennen elkaar inmiddels en er wordt volop gekletst en geknuffeld.

Ronde 3 bestaat uit één opdracht: in twee dagen met een groepje van vier een voorstelling van 8 minuten in elkaar zetten. ‘We gaan twee dagen schooltje spelen’, spreekt Slootweg zijn groep toe. ‘Het gaat niet om het eindproduct, maar om hoe jullie naar dat eindproduct toewerken.’

Na twee uur werken wordt aan het eind van de middag de eerste aanzet van de voorstelling getoond. Het groepje van Strijdhaftig staat verspreid door het lokaal met legerjassen aan. Ze herhalen 5 minuten lang de zin: ‘Achteraf had ik liever vooraf gehad’, terwijl ze door de ruimte lopen. Ze verdwijnen achter een gordijn en maken een opsomming van verschillende soorten dipsaus. Hiermee willen ze iets zeggen over de zoektocht naar individualiteit in een groep.

Even later in de kantine hekelt Strijdhaftig het gebrek aan richting. ‘Het is een grote chaos.’ Aan het eind van de middag vindt een evaluatiegesprek plaats om de dynamiek in de groep te verbeteren.

Om 8 uur zit dag één er officieel op, maar Strijdhaftig en haar groepje gaan nog ‘een kwartiertje langer door’. De groep zit op de grond naast hun legerjassen, de oogleden hangen wat lager dan vanmorgen. ‘Heb lol!’, roept de studentenbegeleider nog als hij de deur van het lokaal achter zich dicht trekt. Die aanmoediging wordt beantwoord met een gelaten lachje. Iets voor negenen gaat Strijdhaftig naar haar hotel.

‘Hier is iets gebeurd’

‘Zo, hier is echt iets gebeurd’, fluistert docent Nina Willems op de gang, nadat Strijdhaftigs groepje ’s ochtends de aangescherpte performance heeft getoond. De chaos van de vorige dag is omgetoverd tot een strakke choreografie, waarin ze reiken naar een lamp in het grid, symbool voor hun verlangens en dromen. Voor iemand echt dichtbij komt, trekt een ander diegene weer naar beneden. De dipsauzen zijn gesneuveld.

In de kantine merkt Priem op dat het constante gefluister van docenten niet altijd makkelijk is: ‘Je bent je er ongelooflijk bewust van dat de docenten het voortdurend over je hebben. Vanuit je ooghoeken zie je ze dan naar je foto wijzen. Dat heeft wel effect op hoe je je beweegt en wat je zegt.’ Andersom zien docenten dat auditanten zoeken naar bevestiging. ‘We moeten ons niet in de kaarten laten kijken’, zegt Joost Horward, coördinator van de regie-opleiding ‘Ook als ik denk: dit gaat hem niet worden, moet iemand net zoveel aandacht krijgen. Zo creëer je veiligheid.’

Na de laatste presentatie zitten Priem, Strijdhaftig en hun groepjes samen in een kring. Om hen heen ligt het lokaal bomvol kleren, stoelen, tassen, lampen, geluidsboxen, tafels en een ladder. ‘Hier is theater ontstaan’, constateert docent Bart Van den Eynde tevreden.

Dan zegt Slootweg – zelf met vochtige ogen – de verlossende woorden: ‘Het is klaar, de auditie is afgelopen, jullie mogen ontzettend trots zijn.’ Een zucht gaat door de kring.

Achteraf in de kantine voelt Priem zowel opluchting als twijfel: ‘Morgen krijgen we de uitslag, dan weet ik hoe mijn toekomst eruit gaat zien. Het wordt de kutste of mooiste dag van mijn leven. Misschien ga ik hier volgend jaar wel studeren.’

Als de auditanten langzaam de school verlaten, trekken de docenten zich in groepjes van drie terug in kleinere lokalen hoog in het gebouw. Daar wordt iedere kandidaat uitvoerig besproken.

(In het volgende zijn om privacyredenen de namen van docenten en auditanten weggelaten. )

‘Probleem is’, begint een docent over een auditant, ‘dat ik niet voel waarom hij hier wil zijn.’ Een tweede docent vult aan: ‘Hij weet zelf nog niet goed wie hij is en wat hij wil doen.’ De eerste weer: ‘Acteur gaat hij niet worden, daarvoor heeft hij het ambacht niet.’ Waarop de tweede concludeert: ‘Dan ga ik hem zeggen dat hij het niet nog eens hoeft te proberen.’

Aan het eind van de vergadering noemt een docent alle namen uit de groep van acht op, met daarachter ‘toelaatbaar’ of ‘afgewezen’. Iedereen lijkt tevreden, totdat een docent het gesprek over een kandidaat die eigenlijk al toegelaten was opnieuw opent. Na 10 minuten wikken en wegen besluiten ze de auditant alsnog af te wijzen.

Even later verzamelen de coördinatoren van de verschillende opleidingen zich in het kantoor van directeur Ligthert. Uit de 500 aanmeldingen zijn 37 nieuwe studenten geselecteerd.

Hun foto’s worden uit het auditieformulier geknipt en uitgespreid op tafel. Nog één laatste keer worden de namen achter elkaar opgesomd om fouten te voorkomen. Horward kijkt trots naar de foto’s. ‘Wat een club weer.’

De volgende dag schijnt de zon. ’s Middags krijgen Priem en Strijdhaftig een mailtje met het nieuws dat ze zijn aangenomen. ‘Ik ben ongelooflijk blij’, zegt Priem. ‘En dat terwijl ik eigenlijk niet eens mocht komen auditeren.’

Ronde 4, Eind februari , 37 aangenomen studenten, de ‘nuldejaars’

Op de docententafel staan Limburgse vlaai en kannen koffie. In zijn openingspraatje noemt directeur Ligthert ronde vier een ‘omgekeerde auditie’. Ligthert: ‘Voor ons zijn jullie de nieuwe loten, jaarringen en zijtakken van onze toneelacademiestam. Wij durven volmondig já te zeggen tegen ieder van jullie. Vandaag moeten jullie já zeggen tegen ons.’

In de middag staan individuele gesprekken op het programma. Strijdhaftig stelt de million dollar question: ‘Waarom ben ik aangenomen?’ Docent Van den Eynde steekt van wal: ‘We hebben gezien dat je heel erg ‘in het hier en nu’ kunt zijn, we geloven je als je speelt, je hebt uitstekende lichaams- en stembeheersing en daarnaast ben je ook nieuwsgierig en een teamplayer. We waren unaniem.’

Dan mogen de 37 plaatsnemen op een rij stoelen in een bewegingslokaal. Vanuit het niets stormen studenten van alle jaarlagen het lokaal binnen en een oorverdovend applaus en gegil barst los: het traditionele ‘applausmoment’ als afsluiter van de auditieperiode.

Niemand zit meer op zijn stoel. Als bij feestende voetbalhooligans gaat een polonaise over in een moshpit en telkens als het applaus lijkt af te zwakken, zwelt het geluid driedubbel zo hard weer aan. Na 30 minuten extatisch dansen, schreeuwen, klappen en joelen verlaten de auditanten het stomende lokaal via het raam. Terwijl het nummer De Toneelacademie van de Jeugd van Tegenwoordig uit de speakers klinkt: ‘Hou het klein, hou het dicht bij jezelf.’

Buiten wordt onder het genot van een sigaretje uitgepuft. De jassen worden gepakt, de rugzakken dichtgeritst. Een aantal zal die avond gaan dansen op de tafels van Tribunal, de stamkroeg van de school, maar de meesten beginnen aan de lange treinreis terug naar het noorden. Nog zo’n 180 nachtjes slapen, dan zijn ze terug, voor het begin van een nieuw leven.

Of zoals Priem het verwoordt: ‘Ik kan het niet geloven. Ik wil al naar deze school sinds ik 12 ben, en dat is nu gelukt.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next