Peter Buwalda is schrijver en columnist van de Volkskrant
Vorige week deed ik eindelijk mijn beklag over ‘series’, dat ze altijd zo ongelofelijk slecht zijn, vergeleken met bioscoopfilms. Wilde ik al heel lang doen. Je hebt van die onderwerpen, die liggen jaren op de kaasplank.
Erna gingen we eten, en opperde ik om een blik op Adolescence te werpen, konden we snel, zonder tijdverlies, vaststellen dat het waardeloos was. ‘Begint slecht’, zei ik tijdens het Netflix-logo.
Adolescence bleek goed, heel erg goed zelfs. Had ik weer. Maak ik eens een punt. Kijk, sputterde ik tegen, als het een bioscoopfilm was geweest, hadden we tegen elkaar gezegd: goeie film. Niet per se beter dan andere bioscoopfilms, maar zeker niet slechter. Maar dit is een ‘serie’, en dan vinden we het, ik denk van schrik, ineens geniaal. Het Ingrid Coenradie-effect. Je bent een rabiate PVV’er, maar omdat je net iets minder uit je ingewanden meurt, hijsen ze je als de nieuwe Obama/Churchill op een schild.
Eigenlijk is Adolescence helemaal geen serie. Over een serie moet zestien keer op en neer gereden zijn met een stoomwals, anders hebben we mogelijk van doen met een opgeknipte film. Adolescence heeft vier afleveringen, maar qua aanpak en de zorg die eraan besteed is, zijn het eerder vier nauw samenhangende speelfilmpjes. (Dat zijn vier complimenten. Graag gedaan.)
Wat me opvalt aan reacties op Adolescence in kranten en columns, is de reductie. We schijnen er vooral iets van te moeten leren, namelijk dat Andrew Tate een gevaar vormt voor 13-jarige jongens. Oneens, dat was het enige wat ik al wist. (Lolita lezen, en dan waarschuwen voor pedoseksuele heren, of nee, Anna Karenina en dan zeggen dat treinen levensgevaarlijke machines zijn.)
Je moet niks willen leren van kunst, denk ik. Daarom wat nutteloze observaties.
1. Kafka was een ziener. Adolescense is de zoveelste hervertelling van Die Verwandlung, laat dat duidelijk zijn. Je zit te kijken naar een gezin (net als bij Kafka vader, moeder, en zusje, grappig) dat er bij het ochtendgloren achterkomt dat hun poezelige Jamie veranderd is in een enorme, afzichtelijke kakkerlak.
En nu? Dat is de grote vraag. Waarom Kafka nóg beter is, en daarom onverwoestbaarder: de poezelige Gregor heeft niks misdaan.
2. De film zegt ook iets over vorm en virtuositeit. Het is maar goed dat het me verteld was, anders was het me misschien niet opgevallen, maar alle vier de films zijn in één take gedraaid. Enorm gedoe, besef je zodra je erbij stilstaat, razend knap. Alles moet tot in het extreme voorbereid worden, meer nog dan bij toneel: looplijnen, camerastandpunten, afstanden naar andere locaties worden in realtime afgelegd, niemand mag zich verspreken. Hoewel zo’n gecompliceerd, emotioneel verhaal beter anders kan worden gefilmd, vinden wij het toch fascinerender. En dus on-Netflix artistieker. Ik noem dit maar het Jimi-speelt-met zijn-voortanden-effect.
3. Het vertoonde spel is – op de tweede aflevering na, die is minder geslaagd, niks gaat vanzelf, zo zie je maar – grandioos. Zeker papa is goed, en ook Jamies psychologe mag er wezen, maar de Emmy/Ballon d’Or gaat naar het broekventje dat Jamie vertolkt. Genoemde psychologe was na drie kwartier volledig uitgewrongen door Jamie. Hier nog een. ‘Je huilt’, zei mijn vriendin Jet. (Dat kan fictie. Daarom staat ze boven non-fictie.)
Toch heb ik er een stokerig vraagje over. Waarom kan een 14-jarige zomaar zo goed acteren? Het was zijn eerste rol. Is acteren makkelijk? Of is het een kwestie van zomaar kunnen of niet kunnen?
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns