is filmrecensent en schrijft een column over hedendaagse beeldcultuur.
In de rubriek Pics werpt filmrecensent Floortje Smit haar blik op de hedendaagse beeldcultuur. Een Oscar voor stuntwerk? Ja, natuurlijk. Maar wie bekroon je daarmee?
Zelf zijn eigen stunts doen, à la Tom Cruise? Ryan Gosling dacht het niet. Tijdens de perstour afgelopen zomer voor The Fall Guy, waarin hij een stuntman speelt, benadrukte hij steeds dat zoiets echt een vák is. Als het over de spectaculaire actiescènes ging, noemde hij zijn vijf body doubles bij naam. In elk interview stelde hij dat de stuntlui eigenlijk een eigen Oscar verdienen.
Deze week werd bekend dat die prijs er daadwerkelijk komt – een Oscar voor ‘stunt design’, vanaf 2027. Eindelijk. En dat is mede dankzij The Fall Guy. Achteraf kun je die actiekomedie en het bijbehorende promotiecircus zien als een uitgebreide, slim doordachte campagne van David Leitch.
De regisseur, zelf ex-stuntman, maakt zich al jaren hard voor een stunt-Oscar. Zijn actiekomedie moest ‘een ode aan het vakmanschap en de inventiviteit van de stuntwereld’ zijn. Een film die een stuntman – degene die de klappen opvangt en iemand anders met de eer laat strijken – eindelijk zelf in de schijnwerpers zou zetten voor een groot publiek.
Misschien zijn slimste zet: op de aftiteling staat voor het eerst een ‘stunt designer’. En daarmee loste hij een belangrijk probleem op dat tijdens zijn lobbygesprekken binnen de Academy steeds naar voren kwam: stunts werden wel als belangrijk gezien, maar wie bekroon je?
Alleen de uitvoerder een prijs geven, doet het vak ook tekort. De kunst is immers niet dat iemand zich tijdens een draaidag op hoop van zegen van een gebouw werpt. De kunst is dat dat zo veilig mogelijk gebeurt terwijl het er zo spectaculair mogelijk uitziet. Niet alleen door voldoende veiligheidsmaatregelen te treffen, maar ook door choreografie, montage, camerawerk, enzovoorts.
Het introduceren van ‘stunt design’ maakt het beoordelen van actiescènes nog steeds niet simpel: het ingenieuze zit immers vaak verscholen in wat je níét ziet. Hoe voorkom je dat zo’n Oscar een waardering wordt voor het opzoeken van gevaar? Of toont zich daar juist het vakmanschap?
Is het gebruikmaken van computertechnieken slim of valsspelen? Dit soort discussies zouden zelfs invloed kunnen hebben op de toekomst van het vak: wordt het straks bijvoorbeeld de uitdaging om stunts zo vorm te geven dat een computer het (nog) niet kan?
Het intrigerende van het stuntvak is dat het door technologische ontwikkeling altijd in beweging is. Wat makkelijk is, en moeilijk, verandert steeds. En tegelijkertijd is het ook al honderd jaar hetzelfde. Elke bioscoopbezoeker weet intuïtief wat een goede stunt is. Bij de beste, hoe ze ook gemaakt zijn, houd je onwillekeurig je adem in, kriebelt je buik en spannen de spieren. Goed stuntdesign veroorzaakt een fysieke reactie. Dát is de kunst die een beloning verdient.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant