Thom de Graaf | De Raad van State kreeg het afgelopen jaar harde kritiek vanuit de politiek. Maar vicepresident Thom de Graaf wil niet ‘terugslaan’. „Ik ben niet degene die namens 18 miljoen mensen een oordeel moet vellen over het gedrag van een politicus.”
Foto Phil Nijhuis/ANP Hollandse Hoogte
Thom de Graaf wikt en weegt zijn woorden, hij is vooral aan het zeggen wat hij níét wil zeggen, omdat het hem als vicepresident van de Raad van State niet zou passen. De adviseur van Kamer en kabinet is gewend aan kritiek vanuit de politiek, maar dat gebeurde zelden zo stevig als vorig jaar. Meer dan eens werd de Raad van State weggezet als sta-in-de-weg, als reden dat het kabinet-Schoof niet zoals beloofd voortvarend aan de slag kon.
Een weerwoord bleef steeds uit. En ook in dit gesprek, op zijn werkkamer in het statige pand aan de Kneuterdijk, probeert De Graaf weg te blijven van een repliek aan de politiek. Toch klinken zijn zorgen door. „Een kernelement van de democratie is respect voor de onderlinge posities, accepteren dat iedereen een rol heeft die democratisch gelegitimeerd is. Dat geldt dus óók voor de Raad van State. Ik vind soms ook dat men way too far gaat. Maar ik heb geen zin om voortdurend op uitspraken van politici te reageren, dat is niet mijn taak.”
De Raad van State, zegt hij, moet onafhankelijkheid bewaren. „Het is altijd koorddansen. Je kunt niet van het koord afvallen in de richting van de politiek. Maar je kunt óók niet doen alsof er niks aan de hand is.”
En dat hij vindt dat er iets aan de hand is, blijkt wel uit de beschouwing in het jaarverslag van de Raad van State over 2024, dat donderdag is gepresenteerd. De Graaf signaleert wereldwijd democratisch verval. Dat schrijft hij toe aan de opkomst van „radicale en populistische politici” die antidemocratische, zelfs autocratische sentimenten koesteren. In die uitgebreide geopolitieke analyse komt hij over de Nederlandse democratie echter niet verder dan dat deze ook „niet immuun is voor autocratische invloeden”.
Het valt ons op dat u zich over Nederland op de vlakte houdt in uw analyse. Waarom?
„Als ik dat niet zou doen, zou het alleen over de vicepresident van de Raad van State gaan die beschuldigt of oordeelt, dat doe ik niet. Dan zou mijn boodschap verloren gaan.”
Of gaat uw waarschuwing verloren omdat u te voorzichtig bent?
„Dat is dan jammer. De kern van mijn boodschap is dat de democratie het waard is om verdedigd te worden. Dat het meer is dan: er zijn verkiezingen, er is een meerderheid en dús gebeurt er wat die meerderheid wil. Als dat idee gaat overheersen, kom je in een sfeer terecht zoals je nu in Amerika heel goed ziet, van majority rules boven alle andere elementen van de liberale democratie: argumentatie, open debat, de rol van rechters die je serieus moet nemen.”
Het is wel makkelijk om over het verre Amerika te beginnen, terwijl in Nederland voor het eerst een kabinet regeert met een radicaal-rechtse partij als grootste.
„Ik wil voorkomen dat ik in partijpolitieke vaarwateren terechtkom, mocht dat jullie bedoeling zijn. Daar ben ik niet voor.”
Zeker dertien keer in het gesprek, dat een uur duurt, zegt De Graaf iets soortgelijks: hij wil zich niet branden aan politieke kwesties, oordelen of kwalificaties.
U bent terughoudend over de politiek, maar politici zijn dat niet over u. Minister Marjolein Faber (Asiel en Migratie, PVV) omschreef uw adviezen over haar asielwetten als ‘ook maar een mening’. PVV-leider Geert Wilders noemde uw medewerkers in dat licht „ongekozen bureaucraten”, waar Faber zich „niks” van moest aantrekken.
„Het slechtste wat ik dan kan doen, is het gevecht aangaan. We zijn geen onderdeel van het politieke discours, we moeten niet willen terugslaan. Ook niet als we oneigenlijk, soms zelfs onoorbaar worden bejegend.
„Sommige uitlatingen registreer ik en dan denk ik: dat is niet zoals het zou moeten gaan. Belangrijker is dat Wilders en andere politici zich moeten realiseren wat de democratische functie is van de Raad van State. Dat is advies geven, niet beslissen. Dat is rechtspraak, dus niet zelf wetten maken.”
Wat merkt u van die hardere toon?
„We krijgen mails van mensen die refereren aan uitlatingen zoals die van Wilders, maar hij is echt niet de enige.
„Ik zou erop willen wijzen dat er niet voor niets door de coalitie een rechtsstaatverklaring is getekend, waarin ook staat dat instituties serieus genomen worden. Net als de wetenschap en media, omdat die de democratische rechtsstaat ook dragen.”
In zijn beschouwing noemt De Graaf de rechtsstaatverklaring „positief” maar ook „opmerkelijk”. De verklaring werd tijdens de formatie door de onderhandelende partijen (PVV, VVD, NSC en BBB) opgesteld en ondertekend. Daarin werd beloofd dat men binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat zou blijven. „Relevant is natuurlijk welke consequenties aan deze onderkenning worden verbonden. Voorgenomen ingrijpende bezuinigingen op wetenschap, onderwijs en publieke omroep roepen in dit verband vragen op”, schrijft hij.
Welke vragen?
„Als ik meer had willen zeggen, had ik dat opgeschreven. Ik heb er níéts aan toe te voegen.”
In uw beschouwing verbindt u bezuinigingen op onder meer wetenschap en media met „democratieën die afglijden naar autocratie of dictatuur”. Die instituties zouden vaak als eerste „monddood worden gemaakt”.
„Je mag niet één op één de causale relatie met de bezuinigingen in Nederland trekken. Er zijn landen waar dat gebeurt, zoals Hongarije.”
Maar het zijn ook posten waar in Nederland op wordt bezuinigd. Moeten we uw woorden opvatten als een waarschuwing?
De Graaf begint een antwoord waarin hij opnieuw een analyse geeft over de buitenwereld.
Vindt u zelfs dát spannend, om te zeggen: let op, dit is een waarschuwing, die kant kan het in Nederland ook op gaan?
„Ik wil niet verder gaan dan wat mijn rol toelaat.”
De spelregels in de politiek lijken steeds meer te veranderen, terwijl de Raad van State nog op de oude spelregels vertrouwt.
„Wat zou u ervan vinden als wij zeggen dat we die spelregels zelf overboord gooien, en even stevig rouwdouwen met politici. En we gooien élke dag een quote van de vicepresident naar buiten dat het niet deugt wat een Kamerlid heeft gezegd. Binnen de kortste keren zou het gezag van de Raad ernstig in diskrediet worden gebracht. In mijn ogen is het verstandig om te wijzen op de spelregels die altijd al bestonden, en daaraan vast te houden.”
U signaleert in uw beschouwing dat Nederlanders zich vaker aangetrokken voelen tot sterke leiders, en vinden dat de democratie soms opzij mag worden geschoven voor de aanpak van problemen. Bereikt u hen nog met uw oude spelregels?
„De Raad kan nooit achttien miljoen mensen bereiken, nee.”
U bent toch hoeder van de rechtsstaat?
„Ja, maar ik ben niet degene die namens achttien miljoen mensen een oordeel moet vellen over het gedrag van een politicus.”
Het valt ons op dat u in uw beschouwing veel put uit rapporten. Op welke manier komt u zelf in de samenleving, gaat u wel eens op werkbezoek bijvoorbeeld?
„Ja, met de afdeling Advisering naar Groningen bijvoorbeeld, vorig jaar nog. We gaan vaker op werkbezoek. En we praten ook met de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, en wetenschappelijke instituten.”
We bedoelen niet de instituties. Gaat u zelf wel eens het land in?
„In Groningen hebben we ook met inwoners van het aardbevingsgebied gesproken. Maar het is niet zo dat het de kern van mijn werk is. Ik werk meer dan fulltime, als ik om tien uur ’s avonds klaar ben met het lezen van mijn stukken, denk ik niet: laat ik nou eens de samenleving in gaan. We praten met toezichthouders, inspecties, burgemeesters en wethouders. Het is niet zo dat we elke week een spreekuur hebben voor burgers. We zijn geen besluitvormers, geen bestuurders, geen politici.”
De Graaf komt er later op terug. De vragen of hij weleens het land in gaat, „triggeren” hem. „Er zit toch iets van een suggestie in”, zegt hij. „Of we weleens buiten komen, een gevoel hebben van wat er in de praktijk leeft.”
Ja, daar zijn we nieuwsgierig naar.
„De één doet dat via de zijlijn van de voetbalwedstrijd van zijn zoon of kleinzoon. En de ander doet dat door regelmatig de kroeg in te gaan. De derde doet dat door onderdeel van een gezelschapje te zijn; een boekenclub of debatclubje.”
In het jaarverslag stelt de Raad van State vast dat er in 2024 minder adviesaanvragen van kabinetten zijn binnengekomen in vergelijking met voorgaande jaren. Doelend op de eerste negen maanden van het kabinet-Schoof zegt De Graaf in zijn werkkamer: „De kindjes zijn nog niet geboren, nee.”
Hardop zoekend naar verklaringen, zegt hij: „Misschien dat men wetgeving niet meer een interessant instrument vindt. Dat er gekozen wordt voor andere manieren, afspraken met sociale partners of het bedrijfsleven. Of zijn ze gewoon nog niet zover? Kunnen we dat over alle ministeries tegelijkertijd zeggen? Ligt het aan de bewindslieden? Ik heb geen bewijzen. Ik constateer alleen dat de afdeling Advisering het, zacht gezegd, wel eens drukker gehad heeft.”
Hoewel er in het jaarverslag niets over is opgeschreven, was 2024 óók het jaar waarin staatsraad Richard van Zwol als informateur en formateur een grote rol speelde bij de totstandkoming van het kabinet-Schoof. Het leidde tot gefronste wenkbrauwen, buiten maar ook binnen de Raad. Staatsraden adviseren het kabinet immers over wetsvoorstellen. Kan dat nog onpartijdig als Van Zwol nauw betrokken is geweest bij het hoofdlijnenakkoord? En als hij bovendien commentaar levert op het kabinet in mediaoptredens? Binnen de Raad is daar onvrede over.
Bereiken die geluiden u?
„De Raad van State heeft veel vaker formateurs en informateurs geleverd. Staatsraden, maar ook vicepresidenten. Er is dus geen reden om te zeggen: in dit geval mag dat absoluut niet. Er is een meerderheid van de Kamer die hem heeft gevraagd om informateur te worden, en vervolgens formateur, wat ik daar zelf ook van vind.”
Wat heeft u hem geadviseerd?
„De heer Van Zwol heeft het mij medegedeeld. Als ik hem anders zou hebben geadviseerd, had het niet zoveel uitgemaakt.”
Zijn er afspraken over gemaakt?
„Zeker, die zijn ook op papier gezet. Over de meest politiek gevoelige kwesties, waar hij als informateur bij betrokken was, neemt hij niet deel aan de beraadslagingen, de voorbereiding en het advies. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij de recente asielwetgeving.”
Wie bepaalt wat politiek gevoelig is?
„De vicepresident bespreekt dat met de betrokken staatsraad.”
De heer Van Zwol doet weleens mediaoptredens waarin hij…
„Dat is een oude discussie, want dat speelde aan het eind van vorig jaar.”
Mag hij commentaar blijven geven over het kabinet?
„Ik ga niet in op interne afspraken.”
Source: NRC