Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver.
Jammer: de brug gaat open. Traag dalen de slagbomen neer over de snelweg. Tegenvaller aan het eind van een minutenlange wildemansrit door de polder; de tijdwinst verdampt maar daar gaat het niet om. Het gaat om dat gevoel van ontketening, zoals alle politiek een kwestie is geworden van remmen los en zogenaamde vrijheid.
Toch nog onverwacht is een belangrijke verkiezingsbelofte ingelost: de hardrijdende Nederlander mag weer 130 overdag. Het persbericht kwam plompverloren op een maandagmorgen, zonder feestmoment of toespraak, terwijl het toch een mijlpaal is voor de doorgewinterde PVV-politicus Barry Madlener.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Graag had ik hem als 130-verantwoordelijk minister onder een bouwhelm zien stralen bij de onthulling van een verkeersbord, de pracht van het asfalt prekend, dat is hem toevertrouwd, maar misschien koos hij chic voor het kalm claimen van de overwinning. Of was hij bang geconfronteerd te worden met zijn leugentje? In elk geval was hij woensdag wel present bij de Landelijke Dag van de Fietshelm.
Karren dan maar: achter de vangrail zijn hardwerkende werklui bezig de laatste 130-borden te plaatsen, met een kleine file tot gevolg. Na afslag Lelystad Noord mogen de kilowatts erop, helemaal tot aan de Ketelbrug, een heerlijke 10,7 kilometer.
Toch jammer dat die hardwerkende vrachtwagenchauffeur net besluit een collega in te halen; zelfs de poldersnelweg A6 puilt dag en nacht uit van verkeer. En misschien is het nieuwe normaal van de maximumsnelheid nog wennen voor die pensionado-SUV-met-fietsendrager, kalm kachelend op de linkerbaan, maar ergerlijk is het wel.
Rijden, remmen, rijden, remmen. Geen stress, het moet bevrijdend zijn. Stopwatch aan: heen met 130 klokt de wagen op dit wegvak een fijne 05:49,04. Terug met 100 loopt dat op tot 06:42,88. Bijna een hele minuut langzamer, maar daar gaat het niet om. 130 is geen maximum- maar een gevoelssnelheid; dat heeft weinig met de werkelijkheid van doen.
Het betreft drie wegvakken met ‘117 kilometer aan asfalt’, juicht het ministeriële persbericht zachtjes – misschien omdat het een leugen is. Handig rekent de minister zichzelf rijk, hij neemt zowel de heen- als de terugweg: een winstverdubbelaar. Maar dan nog blijft het heen en weer een schamele 96,4 kilometer, uitgerekend met de hectometerpalen. Gaat nergens over en is toch politiek van belang: vrijheid versus stikstofwaanzin, ministers denken nog steeds dat kiezers er gevoelig voor zijn. Niet voor niets werd de maximumsnelheid vijf jaar terug bijna stiekem teruggebracht.
Ook een beetje grappig: in het persbericht is een acrostichon verstopt, een naamdicht of lettervers (Wikipedia) waarbij de eerste letters van elke alinea opgeteld een geheim woord vormen: VROEMMM. Daar is dure ambtenarentijd in gestoken, maar niet zoveel als in het uitvlooien van drie stukjes 130-asfalt waarvan er één (Afsluitdijk, 24,5 kilometer) twee natuurgebieden tegelijk doorsnijdt. Het derde wegvak (A7 vanaf Winschoten, 13 kilometer) eindigt bij de Duitse grens. Daar staan vaak files door de grenscontroles, een trofee van die andere PVV-minister, met extra tijdverlies. Toch lastig, de kiezers bedienen met symboolpolitiek. Al lijkt Barry Madlener me niet de man om ruzie te riskeren met Marjolein Faber.
Hier is bovendien iets serieuzers aan de hand. Het lukt me niet langs de snelweg een automobilist te vinden die blij wordt van het 130-paascadeau. Hardrijdende Nederlanders blijken ineens erg serieus: 100 rijden is ‘relaxed’, het maakt in tijd niks uit en het zal wel politiek zijn maar met politiek willen ze ‘hé-le-maal niks meer’ te maken hebben. ‘Ze zoeken het maar uit.’ ‘Allemaal loze beloftes.’
Bedenk je iets leuks voor de mensen, vinden de mensen het niet leuk. ‘Van 130 krijg je haast’, zegt Petra, die haar puppy uitlaat bij het tankstation, ‘100 is gewoon een lekkere snelheid en het scheelt in ongelukken.’ De politiek erachter, daar kijkt ze recht doorheen: ‘Dat volg ik echt niet meer.’
En verder weten de vaste gasten van de snelweg, veel witte werkbusjes die graag bumperkleven, al jaren dat je hier onbestraft 150 kunt rijden of harder, ‘controleren doen ze in het noorden eigenlijk niet’. Veel meer dan Barry Madlener is Flitsmeister hun grote vriend. Ook die werkt met de autoriteiten samen en is desondanks erg accuraat.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant