Als we het hele plaatje bekijken – milieu, gezondheid, betaalbaarheid en voedselzekerheid – kunnen we dan echt zeggen dat biologisch voedsel altijd de betere keuze is? Ik denk van niet.
In haar opiniestuk op de website van de Volkskrant maakt ecoloog Channa Brunt zich zorgen over de hoge kosten van biologisch voedsel: ‘Zolang biologisch eten te duur blijft, is gifvrij eten een hobby voor de rijken.’
Hoewel ik de zorgen en het ongemak in dit artikel goed begrijp – zeker als het gaat om de gezondheidsrisico’s van pesticiden – denk ik dat de discussie over biologisch eten breder en genuanceerder gevoerd moet worden. Want is biologisch eten écht altijd ‘beter’?
Over de auteur
Roel Millenaar is zzp’er. Hij werkt als video-editor en docent op een mbo. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
‘Beter’ is lastig te definiëren, omdat het sterk afhangt van wat je belangrijk vindt: gezondheid, milieu, betaalbaarheid of wereldwijde voedselzekerheid. In het artikel wordt terecht gesteld dat biologisch eten voor veel mensen onbetaalbaar is geworden.
Maar Brunt lijkt er ook van uit te gaan dat biologisch automatisch gezonder en duurzamer is. En juist dat verdient meer kritische reflectie. Conclusies uit diverse onderzoeken, zoals te lezen op Our World in Data, laten zien dat biologische landbouw in veel gevallen minder efficiënt is: het levert gemiddeld 20- tot 30 procent minder opbrengst per hectare op.
Dat betekent dus méér landgebruik voor dezelfde hoeveelheid voedsel, wat weer nadelig is voor biodiversiteit en natuurbehoud. Daarnaast zijn biologische gewassen niet per definitie vrij van bestrijdingsmiddelen. Er wordt weliswaar minder synthetisch gespoten, maar ook biologische boeren gebruiken middelen – soms van natuurlijke oorsprong, maar daarom niet automatisch onschadelijk. ‘Natuurlijk’ is niet per definitie ‘beter’.
Wat vaak vergeten wordt, is hoe belangrijk massaproductie en betaalbare voedselprijzen zijn geweest in het bestrijden van honger – wereldwijd, maar ook binnen Europa. Dankzij intensieve landbouwmethoden kunnen supermarkten voedsel voor lage prijzen aanbieden en is het voor veel mensen überhaupt mogelijk om drie maaltijden per dag op tafel te zetten, zoals bijvoorbeeld iemands als de Wageningse wetenschapper Louise Fresco, maar ook de Amerikaanse historicus Richard Rhodes laat zien.
Dat sociale aspect mag niet worden onderschat, want biologische landbouw kan – zolang het duurder en minder efficiënt blijft – simpelweg niet de wereldbevolking voeden op de schaal die nodig is, zonder dat voedsel onbetaalbaar wordt voor miljoenen mensen.
Ook op het vlak van klimaatverandering scoort biologisch niet altijd beter. Door de lagere opbrengst per hectare en het hogere energieverbruik per eenheid product kan de ecologische voetafdruk van biologische landbouw zelfs groter zijn. Our World in Data stelt het scherp: ‘Biologische landbouw heeft enkele voordelen voor het milieu, maar het is niet altijd beter voor het milieu in het algemeen.’
Dus de vraag is deze: als we het hele plaatje bekijken – milieu, gezondheid, betaalbaarheid en voedselzekerheid – kunnen we dan echt zeggen dat biologisch altijd de betere keuze is? Ik denk van niet.
Het is belangrijk een kritische houding aan te nemen tegenover het gebruik van pesticiden, hoe voedsel geproduceerd wordt en hoe hoog de marges van supermarkten zijn. Maar de oplossing ligt misschien niet in ‘alles biologisch’, maar ook in innovatie (waaronder zogeheten gmo’s, genetisch gemodificeerde organismen), strengere regelgeving op schadelijke stoffen en in betaalbare duurzame alternatieven die toegankelijk zijn voor iedereen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant