De kolossale inktvis kan reusachtige proporties aannemen. Toch hebben mensen de diersoort nooit in zijn natuurlijke habitat gezien. In maart lukte dat opeens wel, tot grote verbazing: ‘Het is als zoeken naar een speld in een berg van hooibergen.’
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Op videobeelden, gemaakt in de diepzee bij Antarctica, is te zien dat een exemplaar voorbijzweeft, dat wel minder kolossaal dan gebruikelijk; het gaat om een baby. Bioloog Auke-Florian Hiemstra, verbonden aan Naturalis en de Universiteit Leiden, vindt de beelden van het jonkie een ‘traktatie’. ‘Het is zo’n illustere diersoort. We hebben nog nooit oog in oog met een volwassen exemplaar gestaan, en dan is er opeens een moment van: tada, dit is hoe de kleintjes eruitzien.’
Volgroeide kolossale inktvissen kunnen 12 tot 15 meter lang worden, schatten wetenschappers. Ondanks zijn grootte wist de kolossale inktvis zich tot op heden goed te verbergen voor menselijke waarneming onder het zeeoppervlak.
Wetenschappers en andere geïnteresseerden moesten het doen met toevallige vangsten van diepzeevissers, zoals die in 2007. Nieuw-Zeelandse vissers hengelden een exemplaar van zo’n 10 meter op. Het dier woog 470 kilo. In het Te Papa-museum in Wellington is de inktvis te bewonderen.
Het enige andere bewijs van het bestaan van de soort is gebaseerd op zijn snavel, waarvan enkele zijn gevonden in de magen van potvissen.
Maar in maart werd opeens een levende kolossale inktvis waargenomen, in zijn eigen leefomgeving. Een team van internationale wetenschappers wist het dier, een jeugdig exemplaar van slechts 30 centimeter, vast te leggen tijdens een expeditie op de zuidelijke Atlantische Oceaan. Met een onbemande onderzeeër filmden de onderzoekers de Mesonychoteuthis hamiltoni, vernoemd naar zijn ontdekker E. Hamilton.
De beelden zijn geverifieerd door biologen die zich specialiseren in glasinktvissen, waartoe deze ongewervelde diersoort behoort. De weerhaken aan de uiteinden van de tentakels verraden dat het om de kolossale inktvis gaat, en niet om zijn bekendere neef de reuzeninktvis, die in warmer water rond de evenaar leeft.
De diersoort werd in 1925 ontdekt toen wetenschappers twee armen vonden in de maag van een potvis. Ze leken niet op die van andere inktvissen, dus moesten ze wel van een nieuwe diersoort zijn, was de redenering. In de eeuw daarna is de kennis over ’s werelds grootste ongewervelde maar amper toegenomen. Hoe het dier zich voortplant en hoe hij prooidieren vangt is onbekend.
In tegenstelling tot eerdere, vergeefse missies, waren de onderzoekers aan boord van de Falkor, het onderzoeksschip van Schmidt Ocean Institute, niet specifiek op zoek naar de kolossale inktvis. Diepzeetechnoloog Thomas Linley was aan boord van het onderzoeksschip toen hij uit zijn ooghoek iets voorbij zag zweven op de camerabeelden. ‘Ik dacht: dit kan weleens belangrijk zijn’, vertelt hij aan Amerikaanse radiozender NPR.
Bioloog Hiemstra schetst hóe toevallig de vondst is: ‘Bijna driekwart van het aardoppervlak bestaat uit water, en dan is dat ook nog eens driedimensionaal. Zoeken naar een kolossale inktvis is als zoeken naar een speld in een berg van hooibergen.’
De 600 meter onder het wateroppervlak, waarop de camera de beelden van de doorschijnende baby-inktvis vastlegde, is volgens bioloog Hiemstra ‘eigenlijk ondiep, voor diepzeebegrippen’. De volwassen kolossale inktvis houdt zich naar alle waarschijnlijkheid op op zeker een kilometer diepte.
De kans dat mensen hem daar toevallig treffen, is klein. Met ogen van 30 centimeter doorsnede – ook een record in het dierenrijk – zal hij menselijk bezoek waarschijnlijk van ver zien aankomen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant