Home

Het bijbrengen van democratische spelregels aan jongeren blijft lastig, ‘ook omdat er niet één recept voor is’

Het merendeel van de basis- en middelbare scholen schiet tekort op het gebied van burgerschapsonderwijs, blijkt uit de jaarlijkse Staat van het Onderwijs van de Onderwijsinspectie. Het Rodenborch-College in Rosmalen is een positieve uitzondering.

Cirkelend door het klaslokaal vuurt docent Tarry Mandoreba van het Rodenborch-College in Rosmalen in hoog tempo vragen af op haar mentorleerlingen – haar baby’s, zoals ze ze liefkozend noemt. Voor de kinderen die niet geïnteresseerd zijn in het hoofdonderwerp van dit mentoruur, vrijheid, zijn er altijd nog de bevlogenheid en harde stem van hun docent om ze bij de les te houden. In het Engels, want deze brugklasleerlingen volgen tweetalig onderwijs.

Ladies and jellybeans’, eist Mandoreba de aandacht andermaal op. ‘Wat betekent vrijheid?’

‘Dat je mag zeggen wat je wil’

‘Naar school gaan’

‘Geloven wat je wil’

Allemaal goede antwoorden. ‘En wat voor vrijheid heb je als je achttien wordt?’, vraagt Mandoreba. ‘Dat je mag stemmen’, klinkt het van achter in de klas. ‘Heel goed. En kijken jullie ernaar uit om te mogen stemmen?’ Over het antwoord zijn de leerlingen eensgezind. ‘No!’, roepen ze in koor. Net als de kinderen weet hun lerares een lach niet te bedwingen.

Vreedzaam samenleven

Mandoreba heeft het met haar klas over vrijheid, als onderdeel van een door de school ontwikkelde reeks modules genaamd ‘Rodenburgerschap’. Het is een van de manieren waarop het Rodenborch-College aandacht besteedt aan burgerschap. Onderwijs hierover draait er om dat leerlingen de democratische spelregels leren om vreedzaam samen te leven.

Een lastige opgave, valt op te maken uit de Staat van het Onderwijs, de belangrijkste onderwijsrapportage van het jaar. Het rapport, dat woensdag is uitgebracht door de Onderwijsinspectie, vertoont opvallend veel overeenkomsten ten opzichte van voorgaande jaren. In die zin dat er weinig reden is tot optimisme.

Nog altijd gaat het niet goed met de reken- en leesvaardigheden, maar nergens is het zo bedroevend gesteld als bij het wettelijk verplichte burgerschapsonderwijs. Tijdens de steekproeven die de inspectie uitvoerde, schoot het merendeel van de basisscholen (57 procent) en de middelbare scholen (62 procent) op dit vlak tekort.

Dat is zorgelijk, stelt de inspectie, omdat burgerschapslessen juist in deze tijd van toegenomen ongelijkheid, wantrouwen en polarisatie harder nodig zijn dan ooit. ‘Het is een kernfunctie van het onderwijs om de toekomstige generatie op te leiden tot actieve burgers die onze democratie zowel dragen als verdedigen’, aldus de inspectie.

Wettelijk verplicht

Burgerschapsonderwijs is sinds 2006 wettelijk verplicht. Scholen zijn vrij om hier een eigen invulling aan te geven. Zo zijn er scholen die burgerschap als apart vak aanbieden, andere scholen verweven het bijvoorbeeld in maatschappijleer.

Sinds 2021 zijn de wettelijke burgerschapseisen aangescherpt en moeten scholen burgerschap op een doelgerichte en samenhangende wijze bevorderen. Ook zijn de doelen duidelijker beschreven, zoals het bijbrengen van respect voor en kennis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat.

Ondanks de aanscherping ontbreekt het volgens de inspectie op veel scholen aan concrete leerdoelen of een samenhangend curriculum. Het onderwijs is daarnaast te weinig afgestemd op de doelgroep en er is geen doorlopende leerlijn.

Het Rodenborch-College doet het volgens de inspectie wel goed op deze punten. Naast de genoemde modules wordt in verschillende vaklessen aandacht besteed aan burgerschap, en organiseert de school structureel projecten. Leerlingen deden dit schooljaar bijvoorbeeld mee aan de World Cleanup Day door zwerfafval op te ruimen. Een burgerschapswerkgroep ziet erop toe dat de verschillende activiteiten op elkaar aansluiten.

Verschillende opvattingen

De inspectie stelt verder dat het voor leraren soms lastig is om actuele maatschappelijke kwesties te bespreken in klassen met leerlingen die er verschillende opvattingen op nahouden. ‘Met name als in die opvattingen vooroordelen, discriminatie en wantrouwen de boventoon voeren.’

Op het Rodenborch-College komen dit soort kwesties aan bod tijdens de ‘actualessen’, tijdens Nederlands. Aan de hand van een recent nieuwsartikel bespreken de leerlingen niet alleen de actualiteit, maar ook de moeilijke woorden uit het artikel.

De 2 havo/vwo-klas van docent Manouk Verbiesen buigt zich deze vrijdagmiddag over een nieuwsbericht over defensie. Eerst schrijven de leerlingen een aantal termen op die zij associëren met het leger. ‘Wapens’, ‘camouflage’ en Fortnite, passeren de revue. Wanneer een van de jongens in de klas zegt dat hij ‘mannen’ heeft opgeschreven, maakt Verbiesen van de gelegenheid gebruik om uit te leggen dat ook vrouwen in het leger mogen.

Evelien Tonkens, hoogleraar Burgerschap aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht, herkent de worsteling van scholen om hun burgerschapstaak te vervullen. ‘Dat komt ook omdat er niet één recept voor is’, zegt ze. In de kern draait burgerschap volgens haar om de boodschap dat iedereen verschillend én gelijkwaardig is. ‘Daar bestaat spanning tussen.’

Concretere richtlijnen

Scholen zouden volgens haar gebaat zijn bij concretere richtlijnen (door de overheid) of voorbeelden van hoe ze hun burgerschapsonderwijs kunnen inrichten. Ze geeft één tip: vertrek vanuit de leefwereld van leerlingen. Een toegankelijk onderwerp als TikTok kan bijvoorbeeld als uitgangspunt dienen om meer beladen thema’s in de klas te behandelen. ‘Zo kun je vragen wie in welk ver land de content op bijvoorbeeld kinderporno screent, en onder welke voorwaarden.’

Vanaf volgend jaar is burgerschap een verplicht examenvak in het mbo, maar de politiek heeft nog geen plannen om dit voorbeeld ook in het voortgezet onderwijs op te volgen, tot ongenoegen van Tonkens. ‘Scholen geven hiermee onbedoeld een boodschap af: je hoeft dit vak niet zo serieus te nemen.’

De scholen die van de inspectie een onvoldoende hebben gekregen, krijgen een jaar de tijd om hun burgerschapsonderwijs op te lappen. Lukt dit niet, dan volgt er een nieuwe ‘herstelopdracht’, en kan de inspectie verder onderzoek instellen.

Over een dergelijk scenario hoeft de schoolleiding van het Rodenborch-College zich geen zorgen te maken. Niet alleen de inspectie is overtuigd, op de leerlingen maken de burgerschapslessen ook indruk. Wanneer de klas van Tarry Mandoreba een video over de Tweede Wereldoorlog heeft gekeken, begint een meisje op rij twee zachtjes te snikken. ‘Het was niet mijn bedoeling om je van slag te maken’, zegt Mandoreba. Na de les krijgt haar baby een dikke knuffel.

De belangrijkste punten uit het rapport

• 80 procent van de basis- en middelbare scholen krijgt een voldoende op basis van de steekproeven van de inspectie. 20 procent krijgt het oordeel ‘onvoldoende’ of ‘zeer zwak’.

• Veel gemeenten weten kinderen die voorschoolse educatie (2,5 tot 4 jaar) het hardst nodig hebben, onvoldoende te bereiken. Hierdoor beginnen ze met een taalachterstand aan hun schoolloopbaan.

• Op de helft van de onderzochte middelbare scholen is het onderwijs niet afgestemd op wat de leerling nodig heeft (differentiatie). Lessen moeten geschikt zijn voor leerlingen die meer hulp nodig hebben en voor leerlingen die meer uitdaging kunnen gebruiken.

• De reken- en taalprestaties van vooral de vmbo- basis- en kaderleerlingen blijven onder het verwachte niveau. Dit zet door in het mbo waar te veel studenten met een te laag taalniveau het onderwijs verlaten. Het risico op laaggeletterdheid is daarmee groot.

• Een kwart van de universitaire masters is niet toegankelijk voor hbo-studenten, terwijl dat wel zou moeten. Jonge nieuwkomers staan op wachtlijsten om naar school te gaan of moeten door gedwongen verhuizingen vaak van school wisselen. Daardoor worden zij niet alleen beperkt in hun ontwikkeling, maar wordt ook hun recht op onderwijs geschonden.

• De achterstanden op het gebied van taal die tijdens de coronapandemie zijn ontstaan, zijn grotendeels weggewerkt.

Reacties ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Minister Eppo Bruins: ‘De inspectie haalt terecht het belang aan van weerbaarheid en burgerschap. Toegeruste en weerbare mensen hebben de vaardigheden hun weg te vinden in de samenleving. Basisvaardigheden zorgen voor een stevig fundament waar studenten de rest van hun leven profijt van hebben en op voort kunnen bouwen. Daarom werken we ook in het vervolgonderwijs met veel aandacht aan het versterken hiervan.’

Staatssecretaris Mariëlle Paul: ‘Ondanks al het harde werken van iedereen in het onderwijs gaat het op veel scholen nog niet goed genoeg. Daarom werken we aan een herstelplan en gaan we keihard door met het bestrijden van het lerarentekort en het verbeteren van lezen, schrijven, rekenen, burgerschap en digitale geletterdheid. Vooral op de basisschool stijgen inmiddels de resultaten van leerlingen op taal en rekenen. Dat is bemoedigend en geeft me het vertrouwen dat we op de juiste weg zijn en koers moeten houden.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next