Home

Het wegkijken van oorlogsmisdaden wordt met de dag ondraaglijker

is chef-buitenland van de Volkskrant. Hiervoor schreef ze over Afrika, migratie en ontwikkelingssamenwerking.

Parallel aan de humanitaire crises in Soedan en Gaza voltrekt zich een crisis in de noodhulp: hulpverleners zijn nergens meer veilig.

De oorlog in Soedan, die woensdag zijn derde jaar ingaat, veroorzaakt de grootste humanitaire crisis ter wereld. De helft van de bevolking van 50 miljoen mensen lijdt honger, miljoenen worden zelfs door acute hongersnood bedreigd, vele tienduizenden burgers zijn gedood, en liefst 15 miljoen mensen zijn op de vlucht geslagen om te ontkomen aan het meedogenloze geweld.

Het Soedanese leger en de Rapid Support Forces (RSF), die strijden om de macht in Soedan, worden allebei verdacht van ernstige oorlogsmisdaden zoals uithongering. Maar de internationale gemeenschap lijkt zich te hebben afgekeerd van deze uitzichtloze oorlog. Pogingen om de strijdende partijen te bewegen tot vrede stellen weinig voor, terwijl de budgetten om ontheemden en oorlogsslachtoffers te helpen dramatisch krimpen. Immers, in het rechts-populistische ieder-voor-zich-klimaat voelen rijke landen zich niet langer geroepen om de minderbedeelden in de wereld te steunen.

Parallel aan deze diepe humanitaire crisis voltrekt zich ook een crisis in de humanitaire hulpverlening zelf. In het oorlogsgeweld – vaak in dichtbevolkte gebieden – zijn steeds vaker ook de hulpverleners slachtoffer. Bij een aanval door RSF-militanten op het vluchtelingenkamp Zamzam in de regio Darfur vielen afgelopen weekend vierhonderd doden, onder wie minstens negen hulpverleners. Hierop maakte het Rode Kruis bekend acht noodkeukens in het kamp voorlopig te sluiten. Het werk voor de hulpverleners, die de dagelijkse maaltijd voor 13 duizend ontheemden verzorgden, is volgens de organisatie te gevaarlijk geworden.

Hetzelfde geldt al lang voor Gaza, waar sinds het begin van de oorlog, anderhalf jaar geleden, zeker vierhonderd hulpverleners zijn gedood en nog eens ruim duizend artsen, ambulancebroeders en verpleegkundigen. Dit weekend werd het laatste functionerende ziekenhuis in Gaza Stad platgebombardeerd, nadat vorige week al grote opschudding was ontstaan over de executie van vijftien als zodanig herkenbare hulpverleners van de Rode Halvemaan. Met president Donald Trump in het Witte Huis voelt de Israëlische premier Benjamin Netanyahu zich schijnbaar onaantastbaar en zijn alle remmen los.

Aanvallen op hulpverleners en medisch personeel gelden als oorlogsmisdaden, net als het moedwillig uithongeren van de bevolking. In Soedan en Gaza gebeurt het dagelijks zonder dat iemand ingrijpt. Het internationaal recht wordt aan alle kanten geschonden zonder dat hieraan politieke of economische consequenties worden verbonden. Straffeloosheid en wetteloosheid lijken de nieuwe norm, waarmee het internationaal recht als verbindend moreel kompas wordt uitgehold.

Waar is de rode lijn? Dat vroegen wanhopige hulporganisaties vorige week in Den Haag, de stad waar het Internationaal Strafhof en het Internationaal Gerechtshof zetelen, aan premier Dick Schoof. Die toonde zich niet bewust van de morele verantwoordelijkheid als gastheer van de ‘stad van vrede en recht’ en had op deze vraag geen bevredigend antwoord. Sterker, dit kabinet gelooft werkelijk nog dat diplomatie de weg is om Netanyahu als ‘westerse bondgenoot’ tot inkeer te brengen – als het dat al zou willen.

Dat Den Haag, maar ook Brussel, zwijgend toekijkt naar oorlogsmisdaden wordt met de dag ondraaglijker nu de bewijzen van etnische zuivering en genocide zich opstapelen. Dat zelfs hulpverleners hun werk niet meer kunnen doen, betekent het einde van de internationale rechtsorde. Blijkbaar is het afgelopen met de solidariteit en geldt nu alleen nog het recht van de sterkste.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Source: Volkskrant

Previous

Next