Home

Elke levende is een niet-dode, daarmee is het meeste over identiteit wel gezegd

De NVvP, de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, waarvan naar het schijnt zo’n vierduizend psychiaters lid zijn, was neergestreken in Maastricht voor haar jaarlijkse congres en de psychiaters hadden mij gevraagd de psychiaters toe te spreken, als niet-psychiater, zeg maar.

Je bent veel: niet-danser, niet-slachter, tijdens de oorlog probeerden sommige Joden niet-Jood te worden, in een enkel geval lukte dat ook. Na de oorlog probeerden enkele niet-Joden Jood te worden, dat lukte ook in een enkel geval. Elke levende is bovendien een niet-dode, daarmee is het meeste over identiteit wel gezegd.

Op donderdag was er een groot feest voor de psychiaters geweest, op vrijdagochtend sprak ik, er zouden zo’n twaalfhonderd psychiaters naar mij luisteren. Geen van hen zag eruit alsof ze het de avond ervoor bont hadden gemaakt, al kon ik niet iedereen even aandachtig in me opnemen.

Wel kwam er een vrouw op me af die zei: ‘Ik ben ook psychiater, weet je nog dat we elkaar in Groningen tegenkwamen, ik droeg een mondkapje.’

Ik zei dat ik me dat levendig herinnerde, al was het maar omdat ik psychiaters ongaarne tegenspreek. Toen zei ik: ‘Wat naar voor de patiënten dat jullie nu onder elkaar in Maastricht zijn.’

‘O’, zei ze, ‘helemaal niet erg, de meeste psychiaters zijn zelf ook patiënt.’

Enkele psychiaters moesten lachen om mijn verhaal over een rechter die zichzelf herkent in de debuutroman van een jongeman en die vooral ingenomen is met de manier waarop zijn teelballen zijn beschreven.

Na afloop hoorde ik een psychiater zeggen: ‘Ik herkende me ook in dat verhaal.’

Daarop ging ik naar café Charlemagne waar ik wijn bestelde om me als niet-dode een beetje levend te voelen.

Later vernam ik dat er die dag een grote brand was geweest in Maastricht. Die brand had ik gemist. De psychiaters waren brand genoeg.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next