is huisarts en columnist van de Volkskrant.
‘Gewoon even doen’, had zijn collega gezegd over de prostaatzelftest. ‘Dan weet je het zeker.’ Dus haalde Hans, een fitte en actieve man van begin 60, voor slechts 6,99 euro een testje bij het Kruidvat. ‘Het zal wel goed zijn’, dacht hij, maar dat was het niet. Hans verscheen met de test in zijn handen op het spreekuur van mijn collega. Hij voelde zich prima, werkte nog fulltime en was net opa geworden. In zijn vrije tijd maakte hij graag, met zijn vrouw, lange huttentochten in de bergen van Zwitserland en Italië.
Helaas bleek ook in het huisartsenlaboratorium de prostaat specifieke antigeen test (PSA) verhoogd. Hans werd doorgestuurd naar de uroloog. Na enige tijd kwam het moeilijke bericht: hij had prostaatkanker. Gelukkig niet uitgezaaid. Wat volgde was een achtbaan van emoties en keuzes. In overleg met zijn behandeld arts moest Hans kiezen tussen ‘actieve surveillance’ (afwachten en
monitoren) of een operatie. Hij koos voor een operatie. Het idee kanker in zijn lichaam te laten zitten, hoe klein of ongevaarlijk mogelijk ook, was ondraaglijk voor hem. Hij wilde het zekere voor het onzekere nemen. Eruit met die kanker!
Over de auteur
Danka Stuijver werkt als huisarts en is columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De ingreep verliep technisch succesvol, de gevolgen waren ingrijpend. Ruim een jaar later verloor hij bij het opstaan en niezen urine. Dus bleef hij thuis en deed hij het liefst niet open als er werd aangebeld. Stel dat iemand de urine zou zien of, erger nog, ruiken. Seksueel contact met zijn vrouw lukte ook niet. ‘Maar ik ben er nog!’, zei hij, gevolgd door een onzeker ‘en dat is het belangrijkste.
Toch...?’
Deze week brengt de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving een rapport uit over diagnose-expansie: het fenomeen waarbij we steeds meer diagnostiek en screening inzetten en steeds meer, steeds vroeger en steeds laagdrempeliger diagnosen stellen. Zelftests liggen bij de drogist, wearables
houden ons dag en nacht in de gaten en commerciële zorgaanbieders spelen slim in op onze drang naar controle en het uitbannen van risico’s. ‘Hoe eerder, hoe beter’, ‘meten is weten’ en ‘baat het niet, dan schaadt het niet’ zijn de ongeschreven mantra’s van deze diagnostische revolutie. Maar kloppen ze wel?
Screening en vroege detectie lijken op het eerste gezicht een vorm van medische vooruitgang. Niemand wil dat een ziekte te laat ontdekt wordt. Toch waarschuwt de RVS in het komende rapport: diagnose-expansie is een tweesnijdend zwaard. Het eerder labelen van mensen als ‘ziek’ of ‘bijna ziek’ leidt niet altijd tot een betere behandeling of betere uitkomsten. Het kan ook leiden tot onnodige medische ingrepen en angst.
Bij Hans werd de kanker op tijd ontdekt en verwijderd, maar tegen welke prijs? Zijn dagelijkse leven is drastisch veranderd. Het sociale ongemak, de schaamte, de impact op zijn zelfvertrouwen; daarover dacht hij geen moment na toen hij de zelftest afrekende bij de zelfscankassa. Mogelijk was hij ooit gestorven mét in plaats van áán de prostaatkanker. We zullen het nooit weten.
Diagnose-expansie wordt niet alleen gedreven door een samenleving die gezondheid meer en meer als maakbaar en controleerbaar is gaan zien. Er spelen enorme commerciële belangen. Grote farmaceutische bedrijven, techgiganten en private zorgaanbieders hebben veel te winnen bij een
samenleving waarin angst voor ziekte wordt aangewakkerd en risico’s steeds verder worden gemedicaliseerd. Hoe meer we meten, hoe meer we vinden. Hoe meer we vinden, hoe meer we behandelen. En hoe meer we behandelen, hoe meer er te verdienen valt.
Voor het testen van nieuwe behandelingen tegen alzheimer wordt actief gezocht naar mensen die de ziekte mogelijk zullen ontwikkelen, maar nu nog geen klachten hebben. Steeds verfijndere screeningsmethoden bestempelen een groeiende groep daarmee als ‘preklinisch ziek’. Maar een vroege diagnose is niet alleen een middel om ziekten op te sporen ten gunste van de patiëntenzorg, maar ook een manier om proefpersonen te werven voor medicijnonderzoek. Je moet je blijven afvragen in wiens belang dat is.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns