Home

Op ‘de hoogmis van de Afrikaanse cinema’
in Burkina Faso is de oorlog nooit ver weg

Burkina Faso is uitgegroeid tot het centrum van terrorisme in de West-Afrikaanse Sahel. Omdat journalisten het land niet binnenkomen, is er weinig aandacht voor dat geweld. Het toonaangevende filmfestival Fespaco in Ouagadougou biedt een zeldzaam inkijkje, al blijven de vele burgerslachtoffers in de strijd tegen terreur buiten beeld.

Door Saskia Houttuin

Fotografie Guy Peterson

Video Yerega International

Tussen het graan valt de kogel nauwelijks op. Maar als Mahmoud, een boer in het rurale noorden van Burkina Faso, de kogel op zijn erf vindt, weet hij direct hoe laat het is.

De oprukkende jihadisten hebben zijn dorp bereikt. Diezelfde dag nog wordt de chef de village gedood.

Mahmoud en zijn dorpsgenoten staan voor een dilemma. Vluchten of vechten?

Zo opent Yikian! (Wegwezen!), de bijna anderhalf uur durende speelfilm van de Burkinese filmmaker Alidou Badini. Eerder dit jaar ging deze in première tijdens Fespaco, sinds 1969 het grootste en meest prestigieuze filmfestival op het Afrikaanse continent. Eens in de twee jaar is het in de hoofdstad Ouagadougou een week lang feest – een traditie die ondanks tien jaar terreur en twee militaire staatsgrepen nog fier overeind staat.

Voor bioscopen staan lange rijen, op het Place des Cinéastes beklimmen uitgelaten jongeren het Fespaco-monument voor selfies. Er zijn debatten, masterclasses, markten en volle terrassen, waar kip van de barbecue wordt weggespoeld met flessen koud bier. Vanuit heel Afrika en daarbuiten trekken cineasten en liefhebbers naar wat regisseur Delphine Yerbanga ‘de hoogmis van de Afrikaanse cinema’ noemt.

Bezoekers kijken naar een filmvertoning in de openluchtbioscoop op de openingsdag van Fespaco in Ouagadougou.

Deze editie vertoont zij twee films: Vérité des coeurs en Une si longue nuit. Wat opvalt: net als Yikian! spelen beide zich af tegen een decor van jihadisme en geweld. ‘Ik denk dat acht op de tien Burkinese films tegenwoordig over terreur gaan’, zegt Yerbanga. ‘Vroeger maakten we hier films over plattelandsromantiek. Dat voelt nu niet goed meer. Iedereen kent wel iemand die aan het front is gesneuveld.’

Want buiten de relatief veilige bubbel van Ouagadougou raast het geweld onverminderd door. In korte tijd is Burkina Faso, een van de kleinste landen in de West-Afrikaanse Sahelregio, uitgegroeid tot hét wereldwijde centrum van terreur. Op de nieuwste Global Terrorism Index prijkt het land met 1.532 slachtoffers op de eerste plaats; dat is meer dan 20 procent van alle terreurdoden wereldwijd. Conflictonderzoekers van Acled geven een vollediger beeld: zij noteerden in 2024 zeker 7.522 geweldsslachtoffers, van wie het merendeel door gewapende groepen.

Een mix van verschillende groepen, de meesten gelieerd aan Al Qaida of Islamitische Staat, controleren grote stukken land die een boog vormen rond de hoofdstad. Van daaruit zeggen ze te strijden voor een kalifaat, al is dat plan in de loop der jaren vertroebeld door oplopende etnische spanningen en georganiseerde misdaad, waar zij om zichzelf te verrijken actief aan meedoen.

Vooral in het noordoosten, op het drielandenpunt met Mali en Niger, rijgen de terreurdaden zich aaneen: dorpen worden platgebrand, legerkonvooien aangevallen. Er zijn plundertochten, ontvoeringen en massa-executies, waarbij ook vrouwen en kinderen niet worden ontzien.

De angst voor terreur heeft zich ‘als tentakels van een octopus om elk minuscuul deel van ons leven gewikkeld’, zegt filmmaker Chloé Aïcha Boro. ‘We kunnen moeilijk nog verhalen vertellen die onze nieuwe realiteit negeren.’ In Les Invertueuses (De Omgekeerden), over een vrouw op leeftijd die een romance beleeft met haar oude jeugdliefde, komen de jihadisten naarmate de film vordert steeds dichter bij de hoofdstad. ‘Ik gebruik terreur om urgentie te geven aan hun liefde – het is nu of nooit.’

Regisseur Chloé Aïcha Boro spreekt het publiek toe na de première van haar film Les Invertueuses, tijdens het Fespaco-festival in Ouagadougou.

In Ouagadougou wordt een poster van Yikian! schoongeveegd voordat de film in première gaat op het Fespaco-festival. Even verderop vergapen jongens in schooluniform zich aan zakken popcorn die bij het festival worden verkocht.

Het aantal terreurdoden in de Sahel is sinds 2019 bijna vertienvoudigd, de vele inspanningen om dat terug te dringen ten spijt. Voor miljarden euro’s zijn er met hulp van westerse landen militaire missies opgetuigd, soldaten getraind, drones de lucht in gestuurd. Er waren pogingen om met terreurleiders om tafel te zitten, voor kwetsbare jongeren kwamen hulpprogramma’s om ze bij de verlokkingen van jihadisme weg te houden.

Niets hielp. Dus toen in januari 2022 een militaire revolte leidde tot een machtsgreep, en daar in september datzelfde jaar een nieuwe coup d’état bovenop kwam, klonk in de straten van Ouagadougou nauwelijks protest. Integendeel. Met kapitein Ibrahim Traoré aan het roer gloorde er eindelijk weer wat hoop. Hij beloofde een radicaal andere terreuraanpak: terugvechten, met hand en tand. La patrie ou la mort, het vaderland of de dood.

Bezoekers van het Fespaco-festival poseren in Ouagadougou met portretten van de militaire leiders van Burkina Faso, Mali en Niger. Artiesten bij de openingsceremonie van het festival.

Volgens de junta werkt die strategie uitstekend. Gewonnen veldslagen worden met ronkende communiqués gevierd, het ministerie van Defensie zegt inmiddels 70 procent van het land te hebben heroverd. Of dat klopt is niet te verifiëren, maar veiligheidsdeskundigen schatten het percentage bevrijd gebied een stuk kleiner in.

Over nederlagen is het leger daarentegen muisstil. Hetzelfde geldt voor de burgerslachtoffers die het zelf maakt, of de door het leger aangestuurde burgermilitie Volontaires pour la défense de la patrie (VDP). Maart was een nieuw dieptepunt: in het noordelijke departement Solenzo zouden tientallen burgers zijn geëxecuteerd door de VDP, zo is te zien op bloedige video’s die rondgaan op sociale media.

Onder de Fespaco-inzendingen van eigen bodem is geen ruimte voor dat soort verhalen. Daar speelt het leger steevast een heldenrol. ‘Alle films zijn gemaakt om ons moed te geven’, zegt Augusta Palenfo, een van ’s lands bekendste actrices en maker van Waongo (Welkom), over een jonge vrouw die na een aanslag op zoek gaat naar haar moeder. ‘We kunnen toch moeilijk opgeven en niets doen?’

Eens in de twee jaar is het een week lang feest in Ouagadougou voor inwoners en bezoekers van het filmfestival.

In Ciné Neerwaya, een bioscoop die met zijn muurschilderingen onder een systeemplafond nog altijd een jarentachtigsfeer ademt, zien honderden mensen hoe in Yerbanga’s Une si longue nuit een koppel de crisis bespreekt. ‘Maar schat, je weet toch dat het leger zijn uiterste best doet?’, stelt de ene hoofdpersoon de ander gerust.

Voor militair machtsvertoon blijkt Fespaco het ideale affiche. In het Palais de Sport klinkt tijdens de openingsceremonie luid gejuich wanneer Traoré, in de volksmond ‘IB’ genoemd, de arena betreedt. Naast hem zit eregast Mahamat Idriss Déby, de president van buurland Tsjaad. Van de toespraken en dansvoorstelling hebben ze waarschijnlijk weinig gezien – voor hen staan zo veel zwaarbewapende mannen dat de ceremonie meer weg heeft van een militaire parade.

Met veel militair vertoon woont interim-president Ibrahim Traoré van Burkina Faso samen met de president van Tsjaad de opening van Fespaco bij.

De persoonlijkheidscultus die rondom coupleider Traoré is gebouwd lijkt aan te slaan. Op het terrein van Fespaco staan bezoekers in de rij voor een foto met een levensgrote uitsnede van bordkarton. Ook de directeur van het filmfestival, Alex Moussa Sawadogo, slaat de gelegenheid niet over. ‘Zo laten we zien dat we meer zijn dan alleen een filmfestival’, vertelt hij even later onder een witte partytent die in het teken staat van de AES, Burkina Faso’s bondgenootschap met buurlanden Mali en Niger. ‘We brengen de regio samen.’

De AES, de Alliantie van de Sahelstaten, werd in 2023 opgericht als alternatief voor Ecowas, een samenwerkingsverband van zestien West-Afrikaanse landen waaruit het trio na aanhoudende sancties gezamenlijk is gestapt. ‘We maken onze eigen politieke keuzes’, knikt Adama Tabsoma, die een tafel vol souvenirs verkoopt: sleutelhangers, petjes, zelfs waxstoffen met de afbeelding van president Traoré. ‘Kun je een mooie jurk van maken.’

Adama Tabsoma en Alex Moussa Sawadogo poseren met kartonnen versies van de militaire leider van Burkina Faso.

Tussen een slinger aan portretfoto’s hangt één buitenlands gezicht: dat van president Vladimir Poetin. Boven op de tent wappert de Russische driekleur gebroederlijk naast de drie AES-vlaggen. Sinds de coupplegers zich afkeerden van oud-kolonisator Frankrijk en andere westerse bondgenoten wordt Rusland beschouwd als hun belangrijkste partner in de strijd tegen terreur. ‘Poetin is een guerrier, een strijder’, zegt Tabsoma. ‘Net als wij.’

Aan zijn voeten staat een emmer waar passanten briefgeld in stoppen, donaties voor de inspanningen tegen de oorlog. Een paar kraampjes verderop zijn allerlei medailles en vaandels uitgestald, een spandoek herinnert bezoekers aan de ‘fundamentele waarden’ van het land: patriottisme, loyaliteit, integriteit. Dat geldt ook voor andere plekken in de stad, waar opvallend veel graffitiwerken van opgeheven vuisten zijn gespoten.

Volgens goed militair gebruik worden burgers geacht in de pas te lopen. Wie dat weigert, riskeert aan het front te belanden, kalasjnikov en al, om mee te vechten met de VDP-burgermilitie. Dankzij een speciale mobilisatiewet zijn op deze manier al meerdere opposanten, journalisten en advocaten uit de weg geruimd. Mensenrechtenorganisaties vrezen dat dat ook het lot is van Idrissa Barry, een prominent criticus die in maart is ontvoerd.

Dat de junta de regie strak in eigen hand houdt, hoeft voor de Burkinese filmsector geen slecht nieuws te zijn. ‘Iedereen hier beseft dat Fespaco ons belangrijkste visitekaartje is’, zegt Chloé Aïcha Boro. ‘Zowel de maatschappij als de politiek is daarvan doordrongen. En dat zal Fespaco als instituut blijven beschermen.’

Chloé Aïcha Boro, regisseur van Les Invertueuses, in een tv-studio in Ouagadougou, voorafgaand aan een interview op de nationale televisie.

Geldt dat ook voor filmmakers? ‘Financiering uit het buitenland krijgen we nauwelijks meer’, zegt Alidou Badini. Hij heeft zijn hoop gevestigd op een nieuw financieringsmodel van de overheid. ‘Vroeger konden we rekenen op steun uit Frankrijk, van La Francophonie’, zegt hij. Burkina Faso stapte in maart uit de organisatie die Franstalige landen in de wereld samenbrengt – al was van de band met Frankrijk toch al weinig meer over. ‘Daarom springt onze overheid nu in de bres.’

Zijn volgende film kan Badini maken dankzij een geldprijs die hij bij de afsluiting van Fespaco won: le Grand Prix du Président. Vanuit zijn kantoor, een productiehuis waarvan de voortuin soms wordt omgebouwd tot filmset, wordt al gewerkt aan deel twee van Yikian!. De film baseerde hij op verhalen uit zijn geboortedorp in het noorden van het land, een plek waar hij vanwege de oorlog al jaren niet meer is geweest. Sommige familieleden zijn gebleven, vertelt hij. ‘Ik bewonder hun veerkracht.’

Over de makers

Saskia Houttuin is correspondent Sub-Sahara Afrika voor de Volkskrant. Zij woont in Dakar, Senegal.

Guy Peterson is een Britse freelance fotojournalist gevestigd in Dakar, Senegal, vanwaar hij West-Afrika bestrijkt.

Rond de bloedgoudmijnen van Burkina Faso heerst de angst voor terreur

Burkina Faso destabiliseert in rap tempo. De lucratieve goudmijnen zijn het hoofdpodium van islamitische en etnische strijdgroepen. Burgers zwoegen in de mijnen of slaan op de vlucht voor het geweld.

Eén oorlog, twee talen, drie huwelijken

Liefde trekt zich niets aan van taalverschillen. Maar wat als je land wordt verscheurd door een oorlog die begon met een taalstrijd? In het ‘vergeten’ conflict in Kameroen vertellen drie stellen waarvan de ene helft Engels spreekt, de andere Frans, hoe zij zich handhaven. ‘We willen alleen maar gelukkig zijn’.

Tussen station Oorlog en station Vrede: Het stalen hart van de Iron People van Oekraïne

Zonder het uitgebreide spoorwegnet had Oekraïne zijn strijd tegen Rusland nooit kunnen volhouden. Precies drie jaar duurt dat gevecht nu. De Nederlandse fotojournalist Jelle Krings legt sinds de invasie het unieke leven van Oekraïners op en rond het spoor vast.

Source: Volkskrant

Previous

Next