is cabaretier, presentator en columnist voor Volkskrant Magazine.
Frisbeeën zou een olympische sport kunnen zijn, ware het niet dat olympisch frisbeeën al bestaat, onder de naam discuswerpen. Daarbij wordt een schijfje ter grootte van een taartbordje gelanceerd door een beer van een vent (m/v), waarmee het officieel de sport is met de minst efficiënte verhouding tussen projectiel en spiermassa.
Bij frisbeeën is het omgekeerd. Het is een zuiver technische sport, waarbij soms de best geproportioneerde sportlui de schijf recht in de grond boren, terwijl zowel schonkige melkmuilen als slappe papzakken het ding soms in een elliptische baan rond de planeet weten te lanceren.
Dat maakt de sport aantrekkelijk voor de atletisch uitgedaagde. Dus toen ik werd uitgenodigd voor een rondje discgolf, hoefde ik geen twee keer na te denken. Ik had nooit van discgolf gehoord, maar het woord dekte de lading zo precies, dat ik het maar één keer hoefde te horen om precies te weten wat de sport inhield en wat de regels waren. Dat kun je van shuffleboard of padellen niet zeggen.
Het is fijn om aan een sport te beginnen die je nog nooit hebt beoefend, maar die je al van haver tot gort kent voordat je ook maar je jasje uittrekt. Geen raar schoeisel, geen rackets of sticks, niet eens een korte broek nodig. Tenzij je dat graag wilt, dan zijn korte broeken meer dan welkom. Zelfs een afritsbroek zou je geen diskwalificatie opleveren (tenzij als potentiële echtgenoot).
De enige vereisten zijn frisbees, en daarmee kun je al meteen de wereld van hebbedingetjes in, want ook dat hoort bij sport. Ik had minstens drie frisbees van reglementair formaat nodig, zeiden ze. Een driver, een midrange en een putter. Dat klinkt heel serieus, maar de mijne hadden er plaatjes op van respectievelijk een kabouter, een piraat en een zombie. Het was de beginnersset.
Alle andere spelers hadden meer dan drie frisbees bij zich, want je kunt natuurlijk denken: hm, stevige wind vandaag, ik laat de driver vandaag maar in mijn speciale kijk-mij-eens-profi-wezen-schoudertas zitten. Zodra je van een spel een sport maakt, wordt het een mannending en die willen shit hebben om te googelen en te bestellen. Degene die mij had uitgenodigd had een uitschuifbaar frisbeehengeltje voor als ze in takken of slootjes terechtkwamen. Verchroomd met lederen handvat.
Een discgolfcourse bestaat, net als een golfcourse, uit etappes met aan het eind een plek waar je projectiel in moet. Bij golf is dat een gaatje, bij discgolf een metalen korf. Het grootste verschil is dat men golft op een besloten terrein, en discgolft in een openbaar park. Dat betekent dat er op je baan wandelaars, fietsers en picknickers zijn. En honden, waarvan sommige dól zijn op frisbees, vooral de dure.
En het was Suikerfeest. Overal zaten barbecueënde gezinnetjes. Frisbees zijn van plastic. Barbecues en plastic vormen een voor alle partijen onwenselijke combinatie. Dat alles, gecombineerd met stevige, onvoorspelbare wind, maakte dat er meer cardio bij kwam kijken dan ik voorzien had, qua hartverzakkingen wanneer de frisbee richting een gezin met kwetsbare baby, agressieve hond en laaiende barbecue dreef.
Desalniettemin had ik een topdag. Slechts één frisbee eindigde buiten bereik van de chique frisbeehengel in het water. Ook had ik voor mijn eerste keer een acceptabele score, namelijk de slechtste. Het belangrijkste was dat ik met aardige jongens door een park had geslenterd. Vier uur waren voorbijgevlogen. We waren het erover eens dat we volgende keer zo’n golftas-op-wieltjes nodig hadden, voor boterhammen, een paar blikjes bier en een paar lieslaarzen voor in de parkvijver.
Over de auteur
Thomas van Luyn is cabaretier, presentator en columnist voor Volkskrant Magazine. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant