Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver.
Het nieuwe oorlogsmonument is pal voor het oude gezet, dat nu nauwelijks meer zichtbaar is. Zo schuift de ene geschiedenis over de andere. Geschiedenis bestaat niet zonder heden en toekomst, zegt David, daardoor blijft het helaas ook een bron van gedonder. Maar dit is geschiedverválsing, briest Ronald terug, die al vroeg ter plaatse is om zijn ongenoegen uit te dragen op het ereveld.
Het is de dag van de onthulling. ’s Nachts werd het nieuwe monument beklad, agenten en handhavers zijn ingezet om tijdens de plechtigheid de orde te bewaken. Tachtig jaar na de bevrijding herdenkt iedereen z’n eigen oorlog, en onderwijl haalt de ene alweer de andere in: verderop trainen geüniformeerde soldaten in de duinen, en dat fregat ligt niet voor niks op de rede.
Ingespannen repareert beeldhouwer David Khmaladze zijn monument: het raakte beschadigd bij het schoonmaken met de hogedrukspuit. Van de speciaalzaak in Den Burg kreeg hij siliconenverf. ‘Zo aardig zijn de Texelaars’, zegt hij, ‘dit gaat over vriendschap en respect.’
Toch liep het weer hoog op: aangedreven door amateurhistoricus Ronald Keijser kwam de ruzie over het oorlogsmonument in de gemeenteraad terecht, waar Hart voor Texel zich afvroeg waarom er een vergunning was verleend. Het nieuwe staat geen 15 centimeter voor het oude, ‘een stukje erfgoed wordt tenietgedaan’.
Het eiland is vol Duitse toeristen, maar heeft het nog steeds te stellen met wat hier de ‘Russenoorlog’ wordt genoemd (en het ereveld ‘Russenkerkhof’). Een Georgisch bataljon met krijgsgevangenen in Duitse dienst kwam in opstand, waarbij honderden doden vielen, ook Texelaars; Nederland was bevrijd, maar hier woedde de oorlog nog vijftien dagen verder. Het is geen eenvoudig verhaal van goed en kwaad, want de Georgiërs hadden zich bij het Duitse leger aangesloten uit lijfsbehoud; ook dat voedt nog steeds de ongemakkelijkheid.
De begraafplaats is met meerdere monumenten bezet: het oudste stamt uit 1953, met Sovjetvlag, en die willen de Georgiërs niet meer zien. ‘Wij zijn geen Russen’, zegt David, zeker niet sinds de oorlog in Oekraïne; vandaar de nieuwe gedenksteen pal voor de oude.
Geschiedenis bestaat uit schuivende panelen: met het monument vieren de Georgiërs vooral hun vrijheid. Niet voor niets is de plechtige onthulling op 9 april, de dag dat in 1989 een demonstratie voor onafhankelijkheid in Tblisi bloedig werd neergeslagen. ‘Wij zijn geen Russen’, zegt ook Tinatin ‘Tika’ Svanidze Vancko zodra ze in een rode mantel haar entree maakt op het ereveld; zij is de zakenvrouw die het monument betaald heeft, en het mikpunt van Ronald, die haar commerciële motieven verwijt.
Stekelig staan ze tegenover elkaar.
‘Wat is het probleem?’, zegt Tika. ‘Dit is ons cadeau aan de Texelaars, laat ons vrienden zijn.’
‘Het monument is altijd Russisch geweest’, zegt Ronald, ‘en blijft dus Russisch.’
‘Wij zijn geen Russen’, zegt Tika.
‘De Georgiërs hoorden bij de Sovjet-Unie, en niemand zal dat veranderen’, zegt Ronald.
‘Ik hou van Texel’, zegt Tika.
‘Ik hou ook van Texel’, zegt Ronald.
Het duurt een tijd voordat ik begrijp waar zijn woede vandaan komt. De man die met Ronald is meegekomen zegt dat hij evengoed oorlogsslachtoffer is: ‘Als zij geen opstand waren begonnen, waren er geen Texelaars omgekomen.’ Ieder zijn strijd.
Filmmaker en Texelaar Arnold van Bruggen maakte een indrukwekkende documentaire over de ‘Russenoorlog’ en beschouwde de monumentenruzie in de Texelse Courant: ‘Geschiedenissen worden altijd herschreven, aangepast aan hoe we in het heden terugkijken op de tijd, met nieuwe aandacht voor dat wat eerst niet gezien werd of niet gezien mocht worden.’
Wat hem betreft is het mooi dat het oude monument blijft staan, als teken van de gelaagdheid van de geschiedenis. Wie achter het nieuwe kijkt, vindt daar alsnog de hamer en sikkel; het is een milde vorm van derussificatie.
Dan waait het Wilhelmus over het ereveld, gevolgd door het Georgische volkslied Tavisoepleba (‘Vrijheid’), en daarna zegent bisschop Dositheos het nieuwe oorlogsmonument.
De gemeenteambtenaar die de begraafplaats onderhoudt en ’s ochtends vroeg als eerste de bekladding zag, kijkt naar het zwaaien met het wierookvat en zegt: ‘Iedereen heeft altijd z’n eigen verhaal. Dat maakt het zo pijnlijk.’
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns