Muzikant en zanger Rick Astley, bekend van zijn wereldhit Never Gonna Give You Up, bespreekt zijn favoriete films, deelt een geheime restauranttip én vertelt over zijn stiekeme bezoekjes aan Londense voetbalclubs.
schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en jazz.
Sommige popsterren hebben maar één hit nodig om hun naam in de popgeschiedenis vastgebeiteld te zien. De Britse Rick Astley (59) is zo iemand. Hij scoorde in 1987 een wereldhit met zijn eerste single Never Gonna Give You Up en hoewel de naam Astley ook in Nederland in de jaren erna nog regelmatig hoog in de hitlijsten te zien was, is dit het liedje dat tot op de dag van vandaag met hem wordt geassocieerd.
‘Ik heb het nooit erg gevonden versleten te worden voor een onehitwonder’, bekent Astley via Zoom. ‘Dat liedje heeft ook echt mijn leven veranderd en het is gewoon zo dat de successen daarna minder werden.’
Maar, zo voegt hij er snel aan toe, zijn comeback in 2016 met het album 50 mocht er ook wezen. ‘Ik merkte dat ik nog lang niet was vergeten. Dankzij internet leerden steeds weer nieuwe generaties mijn liedjes kennen. Nou goed, vooral die ene dan. Maar ik kreeg na jaren ineens weer zin om zelf liedjes te gaan schrijven. En toen ik met 50 mijn tweede nummer 1-album ooit maakte, was ik pas echt apetrots.’
Maar hij weet ook dat niet de hele wereld op een nieuwe Rick Astley zat te wachten. ‘Buiten de UK deden de drie platen die ik de afgelopen acht jaar uitbracht niet veel, daar moet ik eerlijk in zijn. Het was leuk om thuis in mijn garage liedjes op te nemen, maar wilde ik hier echt mee doorgaan? Ik ben een oude man, dacht ik. Wat wil ik verder nog met mijn leven?
Optreden vind ik nog altijd het leukste wat er is, maar daar hoef ik geen nieuwe liedjes voor te schrijven. Ik zag vorig jaar nog bij jullie in Utrecht hoe hongerig het publiek was naar mijn oude hits. Dat is toch prachtig?’
Met zijn Deense vrouw Lene, met wie hij al sinds 1989 samen is nadat ze elkaar op een promotrip door Denemarken hadden ontmoet, besloot Astley een jaartje vrij te nemen. Het echtpaar verblijft nu even in Kopenhagen bij hun 32 jaar oude dochter Emilie. Lene is ook zijn manager, vertelt de zanger. ‘Waarom niet toch eens aan je autobiografie beginnen?’, zei ze vorig jaar tegen me. Ik kreeg weer een aanbod dat ik voorheen altijd had afgeslagen. Wie wil er nu een verhaal lezen over een eendagsvlieg die in de vergetelheid raakt? Maar niet alleen was ik ineens weer succesvol, ook mijn ouders waren inmiddels overleden, dus ik kon voor hen pijnlijke passages nu gewoon opschrijven.’
Never, heet Astleys zeer leesbare, met zelfspot en mooie anekdotes gelardeerde autobiografie. Zijn verhaal over zijn jeugd in de trailer van zijn, naar later bleek, bipolaire vader, wordt nergens melodramatisch. Ook zijn ontdekking als popzanger in zijn Noord-Engelse woonplaatsje Newton-le-Willows door producer Pete Waterman, wordt inzichtelijk met de lezer gedeeld.
Waterman maakt deel uit van het in de jaren tachtig zo succesvolle producerstrio Stock, Aitken & Waterman. Astley mag in afwachting van zijn eerste eigen plaatopnamen theezetten en lunches halen voor het personeel van hun Londense studio.
Maar Waterman houdt woord en regelt zelfs een platencontract bij het grote RCA voor Astley. En als uiteindelijk Never Gonna Give You Up is opgenomen, wordt Astley in korte tijd een popster. ‘Ik kan best aardig zingen, maar ik heb vooral heel veel geluk gehad. Dat Pete mij in mijn toenmalige bandje zag spelen en dacht: die jongen heeft het, dat is toch een wonder? Altijd als ik Never Gonna Give You Up zing prijs ik mezelf gelukkig. Natuurlijk heb ik ook perioden van twijfel en zelfs depressies gehad.
Maar ik ben weer teruggekomen, zodat mijn boek nog een happy end heeft ook. Ik weet niet of ik nog platen ga maken, maar optreden vind ik nog veel te leuk. Dan sta ik op een dinsdagmiddag in een regenachtig Utrecht en denk ik: waarom toch, Rick. Blijf lekker thuis. Maar dan zie ik dat publiek en dan weet ik weer waar ik het allemaal voor doe.’
‘Ik heb een oudere broer en zus die, zoals dat gaat, mijn vroege smaak bepaalden. Vooral mijn tien jaar oudere zus Jane hield van muziek. Zij draaide veel Motown maar hield ook veel van wat we toen symfonische rock noemden. Zo raakte ik al vroeg bekend met Genesis, Camel en Magma, een Franse band die me fascineerde omdat ze een eigen taal hadden.
‘Mijn eerste concert zag ik toen ik 10 was met Jane, ze nam me mee naar Camel in Manchester. Ze speelden daar hun net verschenen album The Snow Goose, dat had een enorme impact op me.
‘Ik kan niet zeggen dat ze mijn eigen muziek beïnvloed hebben. Ze speelden fluitsolo’s die langer duurden dan mijn eigen liedjes. Maar altijd als ik deze plaat tegenkom denk ik toch dat mijn liefde voor muziek hier is begonnen.’
‘Er komt altijd een moment dat je echt een eigen smaak gaat ontwikkelen en een ontdekking doet die je het liefst voor jezelf houdt met een gevoel van: dag broer en zus, deze zijn van mij. Ik had dat toen ik in 1978 voor het eerst The Police hoorde. Ik was gefascineerd geraakt door drummen, dat ik ook zelf ben gaan doen. Lekker meespelen met Highway To Hell van AC/DC, zo heb ik het geleerd.
‘Toen ik op tv The Police zag spelen was ik meteen verkocht. Niet dankzij zanger Sting, maar dankzij drummer Stewart Copeland. Ik kon dan wel aardig meespelen met AC/DC, maar dit was echt een niveau hoger. En dan te bedenken dat ik er ook nog bij moest zingen, want in het schoolbandje was ik behalve drummer ook zanger.
‘So Lonely zingen als Sting was al moeilijk, maar dat drummen van Copeland kon ik er echt niet bij doen. Toch bleef ik oefenen en ik heb het zelfs eens op een schoolfeest gespeeld. Gelukkig konden we in die tijd niet zo makkelijk filmen en opnemen.’
‘Tijdens de Covid-jaren werd ik gebeld door een muziekagent met wie ik bevriend ben. Hij had als verjaardagscadeau voor zijn 18-jarige dochter een groot artiest bereid gevonden online voor haar op te treden. Het bracht die slimme dochter van hem op een idee om zoiets voor iedereen die wilde betalen te organiseren.
‘In korte tijd had ze 36 miljoen pond voor een goed doel verzameld. Artiesten deden graag mee en het publiek dat verder ook niets te doen had, betaalde graag. Zelf ben ik ook nog eens om 2 uur ’s nachts mijn bed uit gekomen om Never Gonna Give You Up te zingen.
‘Iedere week was er ook een nog onbekende artiest te zien. Teddy Swims bijvoorbeeld, een soort teddybeer uit de buurt van Nashville. Deze man zong zo goed, dat mijn vrouw en ik meteen fan werden. Toen hij even later een enorme hit had met Lose Control, zeiden we tegen elkaar: weet je nog, dat we hem in de keuken voor het eerst op onze laptop zagen? Mooi dat je op onze leeftijd nog zulke ontdekkingen kunt doen.’
‘Als het om film gaat ben ik nogal behoudend met mijn voorkeuren. Mijn lievelingsfilm is Spartacus, met een geweldige hoofdrol voor Kirk Douglas. Maar eigenlijk ben ik dol op dat hele zand-en-sandalengenre. Ook die eerste Gladiator van 25 jaar geleden kan ik eindeloos vaak terugzien. Zoals eigenlijk alle films van Ridley Scott. Epische historische films, dat is waar ik het meest van houd.
‘Het mooist zijn die waarin de underdog de winnaar wordt. Het is toch prachtig dat die twee kerels in Spartacus en Gladiator het in hun uppie moeten opnemen tegen het hele Romeinse Rijk en dan nog winnen ook. Ik krijg meteen weer zin om nog eens te gaan kijken.’
‘Eigenlijk vind ik alles wat met The Godfather te maken heeft fantastisch. Maar toen we deze serie streamden (op Paramount+, red.) werden mijn vrouw en ik opnieuw verliefd op alle drie de Godfather-films van Francis Ford Coppola.
‘The Offer is een tiendelige dramaserie over het productieproces van deze films. Toen ik ernaar keek begreep ik pas goed hoe Coppola en een paar anderen in de jaren zeventig het wezen van film en drama op z’n kop hadden gezet. Dat had ik eerst niet zo door. Ik keek naar de film als een spannend maffiaverhaal dat zich afspeelt in het New York van de jaren vijftig.
‘Hoe revolutionair Coppola te werk ging, ontging me aanvankelijk volledig. The Offer leerde me veel over film. Net als die onlangs verschenen autobiografie Sonny Boy van Al Pacino. Ik ben nu net bij de passages over zijn rol in The Godfather en verheug me erop dat ik zo na ons gesprek weer verder mag lezen.’
‘Behalve als mijn manager, werkt mijn vrouw ook als filmproducent en zij komt meestal met film- en serietips. Maar allebei zijn we sinds een jaar of vijf een beetje klaar met die overdaad aan series die op alle streamingdiensten verschijnen.
‘Het lijkt wel alsof ze gemaakt worden omdat die diensten nu eenmaal content nodig hebben. Vroeger begonnen series vooral met een geweldig idee dat het verdiende uitgewerkt te worden. Nu is de opdracht: we hebben een tiendelige serie nodig, bedenk maar iets.
‘De laatste serie waar mijn vrouw en ik echt warm van werden was Ozark, over het witwassen van drugsgelden. De casting is grandioos. Hoofdrolspeler Jason Bateman speelt geweldig als huisvader in wie je absoluut geen crimineel herkent die belast is met witwassen.
‘Hij oogt echt als de accountant uit Ohio die hij zegt te zijn. Ook heb ik een zwak voor die jonge vrouw die in een trailer woont. Alles wat deze mensen overkomt, is op het randje van onwaarschijnlijk maar toch altijd geloofwaardig. Dat vind ik heel knap gedaan.’
‘Ik ben eigenlijk helemaal geen fan van John Grisham, maar het soort spannende boeken dat hij schrijft doet het altijd goed tijdens mijn vakanties. Zo heb ik mooie herinneringen aan The Exchange, een paar jaar geleden. Het is een vervolg op The Firm dat ik vooral als film ken. We lezen over dezelfde vrouw en advocaat, maar dan twintig jaar later. Het kostte me moeite om niet iedere keer aan een ouder geworden Tom Cruise uit The Firm te denken.
‘Het is dus niet zo dat ik meteen naar de winkel ren als er een nieuwe Grisham is, maar dit vervolg op toch ook een van mijn lievelingsfilms maakte me nieuwsgierig. Wellicht ga ik nu wel meer van hem lezen.
‘Zo ging dat ook met de boeken van Martin Amis. Ik zag alleen geen Tom Cruise maar mezelf toen ik zijn roman Money voor het eerst las. De hoofdfiguur reisde net als ik in de jaren tachtig veel naar New York en Los Angeles. Ik voelde me geen yuppie, maar zijn verhaal maakte meer indruk op me dan als ik gewoon in het tuincentrum van mijn vader was gaan werken. Ik ben Amis blijven volgen, maar wil me niet intellectueler voordoen dan ik ben, dus noem ik Grisham.´
‘Ik ben bepaald geen snob als het op eten en drinken aankomt. Zal ik je een geheimpje vertellen? Ga in een stad die je niet kent altijd eten in het restaurant van het beste museum daar. Het eten is daar altijd goed. Van kunst heb ik geen verstand dus daar hoef je me verder niets over te vragen. Maar ik hou wel van lekker, bij voorkeur Spaans of Italiaans eten.
‘En van goede witte wijn. Ik ben dol op witte bourgogne maar dat is me veel te prijzig. Chardonnay heeft tegenwoordig een minder hip imago dan twintig jaar geleden, toen voetballers hun dochter Chardonnay gingen noemen. Dat was het begin van het einde denk ik.
‘Maar ik ben er nog altijd dol op. De beste is die uit Chili, maar iets goedkoper en ook lekker is de Grand Ardèche van Louis Latour uit Zuid-Frankrijk. Die open ik met het grootst mogelijke plezier. Niet duur en met een heerlijke afdronk.’
‘Het gaat heel slecht met mijn club waarvan ik al van kinds af supporter ben. Als ik denk aan de laatste gouden perioden met Paul Scholes en vooral Roy Keane, dan springen de tranen me in de ogen.
‘Vroeger ging ik veel in het stadion kijken, maar sinds ik zeg maar opnieuw beroemd werd, is dat steeds moeilijker geworden. Ik hou er niet van herkend te worden en vind de sfeer in stadions ook niet zo fijn meer.
‘De laatste jaren ga ik wel naar uitwedstrijden in Londen. Ik ga dan tussen het Londense thuispubliek zitten maar ben toch bevreesd dat ze aan mijn accent kunnen horen dat ik uit het noorden kom. Gelukkig valt er weinig voor mij te juichen als United tegen bijvoorbeeld Arsenal moet.’
Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
6 februari 1966 Geboren in Newton-le-Willows, Engeland.
1985 Zingt in de band FBI, waar hij al in drumde. Wordt ontdekt door Pete Waterman van Stock, Aitken & Waterman.
Juli 1987 Eerste single Never Gonna Give You Up bereikt in 25 landen de eerste plaats.
November 1987 Debuutalbum Whenever You Need Somebody verkoopt wereldwijd 15 miljoen exemplaren.
1988 Tweede album Hold Me In Your Arms.
1993-2000 Trekt zich terug uit de muziek om zich aan zijn gezin te wijden.
2007 Dankzij internetmeme gaat Never Gonna Give You Up viraal.
2016 Album 50 bereikt de eerste plaats Britse hitlijst.
2023 Album Are We There Yet? Astley treedt twee op tijdens Glastonbury. Een keer op het hoofdpodium met eigen repertoire en later met The Blossoms met wie hij liedjes van The Smiths zingt.
2025 Nederlandse vertaling van zijn autobiografie Never uit 2024 verschijnt met dezelfde titel.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant