Home

Optimisme zonder hoop, handelen zonder verwachting lijkt me een robuuste strategie voor de toekomst

In het essay voor de Maand van de Filosofie schreef ik over het verlies van toekomst in het licht van de klimaatcrisis en vroeg me af of hoop daarin nog een rol van betekenis kan spelen. Uit een enquête van marktonderzoeksbureau Ipsos blijkt dat 75 procent van vijftigduizend respondenten uit de hele wereld een verlies van toekomst ervaart.

Waarop mogen we nog hopen?

Zeker, hoop is in veel persoonlijke en maatschappelijke crises een motivatie en een oriëntatiepunt. De patiënt richt zijn hoop op genezing, de gevangene op vrijlating. Gedurende een oorlog hopen we op vrede en bij het instorten van de beurzen op economisch herstel. Hoop is het brood der ellendigen, zegt het spreekwoord. Het is een verlangen, bestemd of onbestemd, dat helpt de toekomst vorm te geven. Het bewijst zijn nut in eindige crises, zoals oorlogen en pandemieën dat zijn.

Maar klimaatverandering is een ander soort crisis dan we als mensheid ooit hebben meegemaakt. De pijlsnelle aardopwarming met alle desastreuze gevolgen van dien is nieuw. Voor het eerst staan we tegenover een alomvattende ramp in tijdsduur en effecten, waar we niet aan kunnen ontsnappen, behalve in ontkenning en vermijding. We kunnen ons misschien aanpassen, maar er niet voor wegvluchten.

Veel mensen die ik de afgelopen tijd voor het essay sprak hebben de hoop opgegeven en daarmee hun handelingsperspectief verloren. De moedeloosheid die ik ontmoette is enorm. Om toch de moed te vinden om te verdedigen wat er misschien aan leefbare toekomst rest, is het goed om het handelen de voorrang te geven boven het hopen. Als een Sisy­phus de steen de berg op te duwen terwijl je weet dat hij toch weer naar beneden rolt, gemotiveerd door een optimisme dat zich ziende blind houdt. Optimisme zonder hoop, handelen zonder verwachting lijkt me een robuuste strategie voor de toekomst, omdat het bestand is tegen teleurstellingen en de moed niet opgeeft.

In een crisis die er is om nooit meer weg te gaan, hebben we andere gedachten en strategieën nodig dan bij de rampen van vroeger. De klimaatcrisis is het nieuwe jaar nul, dat de tijdlijn van de mensheid verdeelt in een voor en een na.

Maar de openbare gesprekken die ik er op podia over voer, verlopen steevast in de taal en het perspectief van crises van gisteren. Interviewers en filosofen houden de hoop naar me op als een kruisbeeld naar een vampier. ‘Nieuw leven, is dat dat geen hoop?’ vraagt een interviewer in Lemmer. ‘Alle grote filosofen stellen dat de mens niet kan leven zonder hoop’, stelt een filosoof in Amsterdam. ‘Hoop is onontkoombaar’, schrijft Dino Gacevic in NRC als antwoord op het essay: ‘Hoop is een streep licht op de rotswand, het ontluikende paars van een viooltje, het dartelen van een peuter.’

Duidelijk is in elk geval dat niemand in de slagschaduw van de klimaatinstorting zonder hoop wil zijn. Nog banger dan voor de ontstellende gevolgen van de klimaatcrisis zelf, zijn ze voor het verlies van hoop. Daaronder gaapt voor hen een afgrond van afgrijzen, als bij christenen die zich een leven zonder god voorstellen.

Terwijl hoop niet nodig is om te handelen, en welslagen niet om door te zetten. (Willem van Oranje, apocrief.)

Over de auteur
Tommy Wieringa is schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next