Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver.
Op 13 oktober 2023, de oorlog is zes dagen oud, stuurt Pim Kraan, directeur van Save the Children Nederland, een brandbrief naar minister Hanke Bruins Slot van Buitenlandse Zaken. Zijn hulporganisatie werkt al zeventig jaar in Gaza, en kinderen sterven tijdens bombardementen. Er komt geen reactie. Niets.
Anderhalf jaar later, maandag 7 april, zit hij met vier directeuren van grote hulp- en mensenrechtenorganisaties ontgoocheld in een geblindeerd, bunkerachtig zaaltje van Nieuwspoort, om te vertellen over het gesprek met premier Dick Schoof en minister Caspar Veldkamp van Buitenlandse Zaken waarop ze vier maanden moesten wachten (tijdens een debat over de kwestie zei Schoof al dat hij een ‘iets te volle agenda’ had).
Het duurde een uur, en leidde tot niets.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Dat ze na afloop samen een persconferentie houden is ongemakkelijk: dit zijn geen politieke organisaties, ze worden in die rol gedwongen door politici die zelfs de hulpverlening politiek maken. Het is om te voorkomen dat de gebeurtenis oplost in de dagelijkse nieuwsstroom, waar doden in Gaza zo gewoon zijn dat ze nauwelijks meer opvallen (32, meldt de autoradio die dag, onder wie negen kinderen).
Ze willen dat de premier zich uitspreekt over oorlogsmisdaden. Dat doet hij niet. Ze houden hun woede onder controle.
Premier Schoof blijft Israël steunen, ook nu de ‘rode lijn’ waar hij het tijdens debatten over had, het internationaal recht, allang is overschreden. Geen veroordeling van de nieuwe bombardementen, zei hij in de Tweede Kamer, wel ‘grote zorgen’.
Dat is een politieke keuze, geen humanitaire. ‘Voor dit kabinet is er geen rode lijn’, concludeert Michiel Servaes namens Oxfam.
Het nieuws over doodgeschoten hulpverleners is nog vers. ‘Wij verloren eerder elf medewerkers’, zegt Karel Hendriks namens Artsen zonder Grenzen. Wat als dat geen Palestijnen, maar autochtone Nederlanders waren geweest. ‘Honger, dorst en toegang tot zorg worden ingezet als wapens, medische apparatuur wordt met kogels onklaar gemaakt, Nederland geeft een vrijbrief voor escalatie.’ Namens Amnesty International benoemt Dagmar Oudshoorn de ‘dubbele standaard’: oog voor oorlogsmisdaden in Oekraïne, Myanmar en Syrië, niet voor die van Israël. ‘Als je het ene land de maat neemt en het andere niet, creeër je problemen’, zegt ze, want dat holt het toch al wankelende internationale recht alleen maar uit.
Onderwijl importeert Nederland voor een miljard euro Israëlisch wapentuig, zegt Rolien Sasse namens Pax, dat cynisch wordt aangeprezen als ‘tested in combat’. Hoe toevallig: tijdens het gesprek met de premier en de minister wordt een Kamerbrief verstuurd waaruit blijkt dat het kabinet de uitvoer van oorlogmateriaal naar Israël gaat controleren, een beproefde politieke truc die kennelijk de angel uit de persconferentie moet halen. Twee dagen later ontbiedt minister Veldkamp de Israëlische ambassadeur, min of meer gedwongen door de Tweede Kamer, exclusief Geert Wilders, die het onzin vindt.
Wij zien stervende mensen, zegt Pim Kraan. Het kabinet ziet een conflict dat zich met lange armen uitstrekt naar Nederland, wat het benoemen van oorlogsmisdaden kennelijk onmogelijk maakt. ‘We praten in parallelle werelden.’
Dit is het land van Srebrenica, waar achtduizend moslims werden vermoord onder de ogen van in de steek gelaten Nederlandse militairen. Het duurde 27 jaar voordat minister van Defensie Kajsa Ollongren haar ‘diepste excuses’ maakte aan de nabestaanden. Ze zei: ‘De internationale gemeenschap faalde’, en ‘we kunnen het leed niet van u wegnemen, maar wat we wel kunnen doen is de geschiedenis recht in de ogen kijken.’
Met het heden heeft dit kabinet meer moeite. Zondag schaarde vicepremier Agema het massagraf met hulpverleners alvast soepeltjes onder ‘ongelukken’.
Politiek gaat voor principes: dit kabinet is gebouwd op polarisatie en blijft die voeden, anders ondermijnt het zijn eigen bestaan. De premier is partijloos en kan daar bovenuit stijgen, maar doet het niet: hij staat erbij en kijkt ernaar. Uit angst voor moreel leiderschap, maar misschien ook voor wat anders. Na afloop van het gesprek met de hulp- en mensenrechtenorganisaties noemt hij op X het menselijk leed in Gaza ‘afschuwelijk’ en ‘hartverscheurend’ – de briesende reacties eronder laten zien wat er gebeurt als je geen rode lijnen trekt: ‘jodenhaat’, ‘lijkenpikkers’.
Of de directeuren Schoof lafheid verwijten, is de lastige vraag. Hendriks: ‘Hij mag wat groter denken.’
Maar maak je geen illusies, zegt Pim Kraan na afloop, ‘premier Rutte was net zo.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant