Een kabinet heeft het volste recht om te bezuinigen, maar het kan niet doen alsof er geen voorgaand kabinet is geweest.
14 juli 2022 was een stralende dag voor het hoger onderwijs. Glunderend keken de voorzitters van de koepels van universiteiten en hogescholen toe hoe minister Robbert Dijkgraaf in Eindhoven met een dikke viltstift zijn handtekening zette onder het nieuwe ‘bestuursakkoord’ met de sector. Het was dan ook geen klein bier: het kabinet beloofde voor een periode van tien jaar een bedrag van liefst 10 miljard euro te investeren. Zoiets doet een kabinet niet elke dag.
Dijkgraaf zelf was minstens zo gelukkig: hij kon eindelijk langjarige afspraken maken over structurele investeringen in het hoger onderwijs. Hij hoopte rust en wat meer zekerheid te brengen. ‘We horen heel veel signalen over te hoge werkdruk, te weinig kans op een beurs, te veel kortlopende arbeidscontracten. Veel daarvan kunnen we nu gaan adresseren.’
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Een belangrijk onderdeel waren de starters- en stimuleringsbeurzen, bedoeld om beginnende onderzoekers een vaste aanstelling te geven en gearriveerde onderzoekers meer budget voor ondersteuning en om langjarig hun werk te kunnen doen. ‘Rust en ruimte’, was ook hier het motto. Onderzoekers zouden dankzij de beurzen minder hard hoeven strijden om de pot met geld die de nationale wetenschapsfinancier NWO jaarlijks te verdelen heeft.
Dat dit alles nog geen drie jaar later in tranen zou eindigen, kon toen niemand voorzien. Toch is dat nu aan het gebeuren. Dinsdag stemde de Eerste Kamer, na lang aarzelen, in met de onderwijsbegroting van Dijkgraafs opvolger, Eppo Bruins. Inclusief een bezuiniging van 1,2 miljard euro.
Die begroting zet weer een streep door de starters- en subsidiebeurzen. De beloofde langjarige afspraken bleken in de praktijk slechts twee jaar geldig. Onbetrouwbaar bestuur, vinden de universiteiten. Zij kondigden deze week hun gang naar de rechter aan om de bezuinigingen aan te vechten. Er zijn met de beurzen immers mensen aangenomen en projecten opgestart. De overheid bereikt hier het tegendeel van de beloofde rust.
Volgens de experts die de Eerste Kamer raadpleegde, maken de universiteiten nog kans ook. Uiteraard staat het ieder kabinet vrij om belastinggeld naar eigen inzicht te besteden. Een regering kan andere prioriteiten hebben dan de vorige. Daar hebben we verkiezingen voor.
Maar een kabinet kan niet doen alsof er geen voorgaand kabinet is geweest. De Algemene wet bestuursrecht schrijft voor dat er ‘redelijke termijnen’ in acht moeten worden genomen zodat subsidie-ontvangers zich kunnen voorbereiden op bezuinigingen. Bruins gaf de universiteiten drie maanden. Gezien de contracten die al zijn gesloten en de belofte van langjarige zekerheid is dat rijkelijk kort.
Het kabinet sloeg die waarschuwingen in de wind en het scenario dat zich nu gaat ontrollen, laat zich redelijk voorspellen. Als de rechter inderdaad oordeelt dat Bruins te hard van stapel loopt, zit het kabinet binnenkort met een acuut begrotingsgat van 300 miljoen euro en zullen de coalitieleiders voor elke camera die ze kunnen vinden weer klagen dat rechters hun het besturen voortdurend onmogelijk maken. Niemand zal de schuld bij zichzelf zoeken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant