is bestuurssocioloog aan de Erasmus Universiteit en columnist van de Volkskrant.
Op een borrel in Roosendaal sprak ik een jeugdvriend. Het ging over het fiasco van de Poolse supermarkt, de leegloop van de binnenstad en de oververtegenwoordiging van arbeidsmigranten. Mijn gesprekspartner meende dat de ‘vechtpartijen en alcoholisme’ vooral kwamen van ‘die Polen’. Het woord ‘afvoerputje’ viel. (De hardnekkigheid waarmee zondebok-denken vooral beklijft op arbeid (op ‘die Polen’) in plaats van op kapitaal (op profiterende Nederlandse werkgevers) vind ik nog altijd één van de meest onbegrijpelijke fenomenen van Europese arbeidsmigratie).
Na deze tirade leek het me tijd om het over een andere boeg te gooien. Dus ik vroeg hoe de verbouwing van zijn ouderlijk huis was verlopen. ‘Mooi huis geworden. Die verhuurt mijn vader nu. Aan arbeidsmigranten’. Triomfantelijk volgde daarop: ‘Ik wil hier ook een huis kopen en verhuren aan arbeidsmigranten. Tegen die opbrengst kan je namelijk niet werken’.
Over de auteur
Mark van Ostaijen is bestuurssocioloog aan de Erasmus Universiteit. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Een tijdje terug was ik op een verjaardagsfeestje in Amsterdam. Daar sprak ik met de jarige over de overeenkomsten tussen Rotterdam en Amsterdam. Het ging al snel over drugsrunners, liquidaties en explosieven. Mijn jarige gesprekspartner zag een directe lijn tussen de haven ‘zo lek als een mandje’ van Rotterdam en druggerelateerd geweld in Amsterdam. Toen ik een uur later het gezelschap verliet en de jarige zocht om hem te bedanken stond hij in de deuropening. Daar drukte hij een scooterjongen met brommerhelm wat briefjes cashgeld in de hand in ruil voor een zakje wit poeder.
Deze twee kleine anekdotes staan voor een groter verhaal dat de socioloog Max Weber het belang van verantwoordingsethiek heeft genoemd. Honderd jaar geleden hield hij een lezing over de essentiële kwaliteiten van een politicus en onderscheidde daarbij het belang van verantwoordingsethiek en overtuigingsethiek. Een politicus moet beschikken over overtuigingethiek, een passie of drijfveer om koste wat kost te strijden voor datgene waarvoor diegene staat. Daarnaast moet een politicus beschikken over verantwoordingsethiek, zodat je ook te allen tijde ter verantwoording kan worden geroepen en de gevolgen draagt van die overtuiging.
Weber waarschuwt, want die twee zijn vaak uit balans en lastig te verenigen. Het grootste probleem treedt op bij een verantwoordingstekort, wanneer politici zeer overtuigd zijn van bepaalde denkbeelden, maar niet instaan voor de gevolgen ervan. IJdele windbuilen, aldus Weber. Profetische woorden, die hij uitsprak voor de Tweede Wereldoorlog.
Maar die analyse heeft niet alleen betrekking op politici. Inmiddels is die overtuigingsfixatie en dat verantwoordingstekort overgeslagen op ons. Verblind door het individuele narratief van eigen genot, geluk en welzijn staan we niet langer in voor de structurele consequenties van ons individueel gedrag. Sommigen zijn nu namelijk zo gefixeerd op het eigen individueel geluk en genot (geld of drugs) dat het volledig genormaliseerd lijkt om de collectieve consequenties te negeren.
Zo is het drugsgebruik van slimme advocaten op de Zuidas ‘zelfs zo ver genormaliseerd dat het geaccepteerd is dat er een criminele wereld achter zit’. De schaamteloze normalisering neemt zulke omineuze vormen aan dat het niet alleen mogelijk is om weg te komen met openlijk cocaïnegebruik op de ‘Snuifas’, het is inmiddels ook mogelijk om in deze krant ongegeneerd en potsierlijk te schrijven over jouw ‘heel veel cocaïnegebruik’ tijdens het Boekenbal.
Op die manier lijkt het heel normaal om rijk te worden van arbeidsmigranten en tegelijkertijd te foeteren op ‘die Polen’, heel normaal om zowel Facebook als Instagram te gebruiken en de ‘fratsen’ van Elon Musk of de macht van Mark Zuckerberg te verafschuwen en prima om harddrugs te bestellen en met afschuw te spreken over stedelijke onveiligheid. Het is alsof je tijdens het kauwen op een kalfsbiefstuk betoogt dat je tegen dierenleed bent of meent klimaatstress te ervaren tijdens je derde yoga retraite op Bali.
Dit gaat niet om het ontmaskeren van hypocriet gedrag. Laat staan over causaliteitsdenken. Dit gaat over verantwoordingsethiek. We hebben genoeg overtuigingen maar zijn het verleerd om verantwoordingsethisch te denken en handelen. En ontwend om de gevolgen van dat handelen te dragen. En dus negeren of bagatelliseren we het liefst ons individuele aandeel in die gevolgen.
Maar als we zelf al niet instaan voor de gevolgen van ons eigen gedrag, hoe kunnen we dan fel overtuigde politici – nu in overvloed – onverantwoord gedrag kwalijk nemen? Het toont onze cultuur van morele leegte. Een cultuur van ijdele windbuilen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant