Nu Donald Trump het ontwikkelingshulpagentschap Usaid heeft ontmanteld, staat de hiv-bestrijding wereldwijd onder druk. In Zuid-Afrika, het land met de meeste hiv-gevallen ter wereld, zijn de gevolgen al voelbaar. ‘Als er doden vallen, is dat de verantwoordelijkheid van Trump.’
Door Iva Venneman
Fotografie Sven Torfinn
Tumi Makkoba doet, met haar in latex gehulde handen, het werk waarvoor de VS haar niet meer betaalt. Ze mengt de druppel bloed van de man die voor haar zit met testvloeistof. Hier in Ezimbuzini, een uit golfplaten opgetrokken wijk in Johannesburg, waar de elektriciteitsdraden losjes over de onverharde straten liggen, zijn hiv-testen als deze in een op de drie gevallen raak. Dus Makkoba kijkt. Checkt nog een keer. En toont dan het ene streepje als bewijs: negatief.
Tumi Makkoba (links) van Ikageng, een lokale organisatie die werd medegefinancierd door Usaid, in een tent in Soweto in Johannesburg waar mensen zich gratis op hiv kunnen laten testen.
De vermagerde man zucht. Opgelucht haast hij zich de broeierige testtent uit. Terug naar het chaotische straatleven van Ezimbuzini, waar karrevrachten ijzer naar de schroot brengen voor velen de belangrijkste inkomstenbron is en drugsgebruikers hun vieze naalden dikwijls delen.
Een sloppenwijk bij Soweto, een zogenoemde ‘hotspot’, aldus Ikageng.
Makkoba is er niet gerust op. ‘Hij mag dan wel geen hiv hebben’, zegt ze. ‘Die hoest kan goed tuberculose zijn.’ De aan hiv gerelateerde infectieziekte is evengoed dodelijk, en belangrijker, besmettelijk. De man vormt daarom nog steeds een gevaar voor anderen. ‘In deze buurt moet je mensen eigenlijk aan de hand meenemen naar de kliniek voordat ze zich laten behandelen.’ En laat dat nu zijn waarvoor in Zuid-Afrika geen geld meer is, sinds de inauguratie van de Amerikaanse president Donald Trump.
Makkoba ontving 70 procent van haar salaris van het United States Agency for International Development, beter bekend als Usaid. Trump ontmantelde dit agentschap in de afgelopen twee maanden bijna volledig. Op de dag van zijn inauguratie tekende hij een presidentieel decreet waarmee hij alle buitenlandse ontwikkelingshulpprogramma’s stopzette. Dit zou negentig dagen duren. Maar inmiddels is al 83 procent van de lopende contracten permanent beëindigd.
Tumi Makkoba van Ikageng ontving 70 procent van haar salaris van Usaid.
Grote klappen vielen bij het President’s Emergency Plan for Aids Relief (Pepfar). Dit programma werd opgezet in 2003. De VS hadden de eigen aidsepidemie toen nog helder voor de geest. Ze voelden de morele verplichting om Sub-Saharaans Afrika te helpen. En zagen de noodzaak in van wereldwijde hiv-preventie.
Van de 6,1 miljard dollar die Pepfar jaarlijks uitgaf, ging het grootste deel naar Zuid-Afrika, jaarlijks 450 miljoen dollar. Met goede redenen: nog altijd is 17 procent van de 15- tot 49-jarigen in het land besmet met het dodelijke hiv-virus. Het gaat om acht miljoen mensen in totaal, in absolute aantallen het hoogste aantal geïnfecteerden ter wereld.
20 januari
President Trump tekent een decreet waarmee hij betalingen aan alle buitenlandse hulpprogramma’s voor negentig dagen stopzet om de programma’s te herevalueren.
24 januari
Usaid stuurt een ‘stop-working order’ naar alle partnerorganisaties.
Nu Trump de betalingen van de ene op de andere dag heeft gestopt, is de paniek in Zuid-Afrika groot. Pepfar gaf geld voor hiv-testen, preventie en nazorg. Zonder dat geld neemt het besmettingsrisico toe. En verslapt Zuid-Afrika’s grip op de hiv-epidemie.
Maar, als de Volkskrant ernaar vraagt, durven maar weinig ngo’s hardop te praten over de gevolgen van dit besluit. In Ezimbuzini, de wijk in Johannesburg waar op hiv wordt getest, denkt Tumi Makkoba te weten waarom: ‘We hopen allemaal dat Donald Trump zich nog bedenkt.’
Net zoals veel Zuid-Afrikanen ziet Philile Nhlapo de toekomst somber in, nu Pepfar is gestopt. ‘We gaan jaren terug in de tijd’, zegt de 55-jarige vrouw uit het township Thembisa, staand voor haar huis dat nog tijdens de apartheid werd gebouwd. ‘Als er doden vallen, is Trump verantwoordelijk.’
Nhlapo’s angst is te begrijpen. Ze kent de lange weg die haar land heeft afgelegd om de hiv-zorg op het huidige niveau te krijgen, omdat ze erbij was, als patiënt en activist. Nhlapo heeft hiv sinds 1994. De ziekte werd destijds erkend noch behandeld in Zuid-Afrika. Het land kreeg later, met Thabo Mbeki, zelfs een president die de werking van hiv-remmers ontkende. ‘Als je hiv had, ging je eraan dood’, zegt Nhlapo. ‘We hebben er echt voor moeten strijden om dat te veranderen.’
‘We gaan jaren terug in de tijd. Als er doden vallen, is Trump verantwoordelijk.’
Vanaf de eeuwwisseling werd die strijd langzaam gewonnen. Mede dankzij Pepfar bouwde Zuid-Afrika in twintig jaar een complete infrastructuur op om hiv te bestrijden. Het Zuid-Afrikaanse ministerie van Gezondheidszorg runt die infrastructuur nu deels zelf. Het land betaalt bijvoorbeeld alle anti-retrovirale middelen die hiv-patiënten moeten slikken om het virus in te dammen.
Nhlapo haalde vorige week, maanden nadat het laatste Pepfar-geld was binnengekomen, dus alsnog een doos hiv-remmers op bij de kliniek om de hoek van haar huis. Anders dan in andere Afrikaanse landen blijft het rode pillendoosje op haar nachtkastje ook zonder Amerikaans geld gevuld.
Het acute gevaar dat door het wegvallen van Pepfar in Zuid-Afrika ontstaat, dreigt voor mensen die niet nog weten dat ze hiv hebben of die geen medicatie slikken. Zij worden niet meer opgespoord, waardoor ze anderen kunnen blijven besmetten.
Zes getallen. Daarmee illustreert Ndiviwe Mphothulo, de voorzitter van de vereniging van Zuid-Afrikaanse hiv-clinici, hoever Zuid-Afrika nog is verwijderd van het overwinnen van zijn hiv-epidemie.
‘95, 95, 95 is het doel’, zegt hij, vanuit een comfortabele beige stoel in zijn woonkamer in Johannesburg. Oftewel: 95 procent van de mensen met hiv kent zijn status, daarvan gebruikt 95 procent hiv-medicatie en van die groep heeft 95 procent zulke lage viruswaarden dat de ziekte niet meer kan worden doorgegeven. ‘Zuid-Afrika zit nu op: 94, 80, 89’, zegt hij. ‘En nu Pepfar wegvalt, gaan we weer achteruit.’
Ndiviwe Mphothulo, de voorzitter van de vereniging van Zuid-Afrikaanse hiv-clinici.
Pepfar deed drie cruciale dingen in Zuid-Afrika. Het betaalde voor klinieken voor gemarginaliseerde groepen die het reguliere zorgsysteem niet bereikt, zoals homoseksuele mannen of sekswerkers. Op sommige deuren in Johannesburg hangen nu al briefjes met: ‘Wij kunnen tot nader order geen diensten verlenen.’
Ook liet Pepfar ngo’s data-analyses uitvoeren in overheidsklinieken. Zo controleerden ze of alle patiënten hun medicatie gebruiken. Dat werk is essentieel, omdat 20 procent van de Zuid-Afrikanen met hiv geen hiv-remmers slikt of ermee stopt. ‘Dat kan liggen aan schaamte of ontkenning, maar het gebeurt ook als iemand zijn baan verliest, moet verhuizen en zich niet bij een nieuwe kliniek aanmeldt’, zegt Mphothulo. ‘Als je als land ooit hiv-vrij wilt worden, moet je deze groep opsporen. Anders blijven zij het virus verspreiden.’
Hoewel al duizenden ngo-medewerkers die dit werk deden zijn ontslagen, valt het nauwelijks op, omdat de overheidsklinieken waar zij werkten nog open zijn. ‘Maar je zult zien’, zegt Mphothulo. ‘Als er volgend kwartaal een kind met hiv wordt geboren van een moeder die geen medicatie slikt, zal niemand daar achteraan gaan. De gemiddelde arts of verpleegkundige in Zuid-Afrika heeft daar geen tijd voor.’
Pepfar was tot slot een aanjager van onderzoek. Zuid-Afrika is, omdat het zo veel geïnfecteerden heeft, het centrum van wetenschappelijk onderzoek naar hiv. Vorige maand presenteerde een Zuid-Afrikaanse universiteit nog een hoopgevende studie naar het permanent genezen van hiv. Dat de Amerikanen daaraan meebetaalden, vindt Mphothulo logisch. ‘Homoseksuele mannen in Los Angeles profiteren ook van die studies.’
Ndiviwe Mphothulo: ‘Als er volgend kwartaal een kind met hiv wordt geboren van een moeder die geen medicatie slikt, zal niemand daar achteraan gaan.’
Bij de Ikageng-kliniek in Soweto zijn de gevolgen van het besluit uit Washington ondertussen al te zien. Op 21 januari, de dag na Trumps inauguratie, haalden medewerkers van Usaid alle door de Amerikanen betaalde spullen op. Thsepo Tlapu, medewerker van de kliniek, opent het ene na het andere verlaten vertrek. In de ruimte die grenst aan een speeltuin met felgekleurde toestellen staan geen computers meer. De container waarin schooluniformen voor weeskinderen met hiv werden opgeslagen, is leeg.
Thsepo Tlapu, medewerker van de Ikageng-kliniek.
Toch heeft Thlapu nog geluk. Hij raakte ‘slechts’ de helft van zijn salaris kwijt. Collega Buhle Mthemba trof het slechter. Zij werd die bewuste dinsdag in januari ontboden bij haar directeur. ‘Er is geen goede manier om dit te zeggen’, had hij gezegd. ‘Maar je hoeft vanaf morgen niet meer te komen.’
Sindsdien zit Mthemba thuis, waar ze net haar vloer van de keuken heeft gedweild om maar iets om handen te hebben. Haar werkloosheid heeft grote gevolgen. Ze heeft haar 4-jarige zoon naar haar moeder moeten brengen, omdat ze hem niet meer kan onderhouden. Solliciteren doet ze aan één stuk. Maar probeer maar eens een baan te vinden in een land waar de jeugdwerkloosheid op 45 procent ligt.
Toch, als ze even neerploft op een stoel in de keuken, praat ze vooral over de gevolgen van dit besluit voor de weeskinderen met hiv die ze begeleidde. Of eigenlijk: begeleidt, want vooralsnog doet ze haar oude werk nog, maar dan onbetaald. ‘Ik durf de kinderen nog niet over mijn ontslag te vertellen’, zegt Mthemba terwijl ze aan haar vingernagels peutert. ‘Ik ben bang dat ze dan alle hoop verliezen.’
‘Ik durf de kinderen nog niet over mijn ontslag te vertellen. Ik ben bang dat ze dan alle hoop verliezen.’
De Zuid-Afrikaanse regering probeert in te grijpen nu al deze essentiële zorg uit het land verdwijnt. Te midden van de chaos lanceerde het een nieuwe campagne: Close the Gap, een initiatief om voor het einde van dit jaar nog 1,1 miljoen Zuid-Afrikanen aan hiv-remmers te krijgen. Hoe de regering dit wil doen en betalen, is onduidelijk. Ze lijkt vooral te hopen dat de private sector bijspringt met geld.
Mphothulo, de voorzitter van de Zuid-Afrikaanse vereniging voor hiv-clinici, heeft er weinig vertrouwen in. Zelfs als de overheid erin slaagt om het geld te verzamelen, betwijfelt hij of Usaid zomaar te vervangen is. ‘We missen goed leiderschap’, concludeert hij. Maar als het plan wel slaagt, dan brengt deze crisis nog iets positiefs. ‘Dan staan we eindelijk op onze eigen benen.’
Mensen kunnen zich niet alleen op hiv laten testen, maar ook tuberculose, diabetes en hoge bloeddruk.
Mphothulo, de voorzitter van de Zuid-Afrikaanse vereniging voor hiv-clinici, heeft er weinig vertrouwen in. Zelfs als de overheid erin slaagt om het geld te verzamelen, betwijfelt hij of Usaid zomaar te vervangen is. ‘We missen goed leiderschap’, concludeert hij. Maar als het plan wel slaagt, dan brengt deze crisis nog iets positiefs. ‘Dan staan we eindelijk op onze eigen benen.’
Over de vraag of Zuid-Afrika dat dan niet eerder had moeten doen, haalt Mphothulo zijn schouders op. ‘Achteraf is het altijd makkelijk praten. En we moeten ook niet te streng zijn voor onszelf. Anders dan andere Afrikaanse landen betalen we al het grootste deel van de hiv-zorg zelf.’
Dat is meteen het gevaar. Mphothulo voorspelt dat Zuid-Afrika’s buurlanden nog meer last zullen hebben van het stoppen van Pepfar, waardoor hun hiv-patiënten naar Zuid-Afrika zullen komen voor zorg. ‘En als dat gebeurt’, verzucht hij, ‘dan wordt het helemaal een puinhoop.’
Sven Torfinn is al 20 jaar actief voor de Volkskrant als fotograaf in Afrika, waar hij woont in Nairobi, Kenia. Hij werkt ook als fotograaf en cameraman voor onder meer de NOS, The New York Times en The Guardian.
Iva Venneman is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Afrika en het Mondiale Zuiden.
De ontwikkelingssector is uiterst bezorgd over het Amerikaanse voornemen om Usaid stop te zetten, wereldwijd de grootste donateur van voedselhulp, actief in 130 landen. ‘De organisatie wordt gecriminaliseerd, alsof die een frauduleuze bende is.’
Donald Trump tekende op zijn eerste dag als Amerikaans president een decreet waarmee hij de Amerikaanse hulp aan het buitenland voor drie maanden bevroor. Het was de opmaat voor een week van verwarring en wereldwijde paniek.
De Verenigde Staten hebben veel ontwikkelingshulp acuut bevroren. De regering zegt dat levensreddende hulp daarvan uitgesloten is, maar medewerkers van onafhankelijk agentschap USAID zeggen dat onder andere hulp bij hiv en aids nu niet wordt gegeven.
Source: Volkskrant