Ouders die hun kinderen uit geloofs- of levensovertuiging niet naar school sturen en daarvoor geen toestemming hebben, hoeven niet langer te vrezen voor vervolging door het OM. Leerplichtambtenaren vrezen dat meer ouders daardoor hun kind thuis zullen houden.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft met name over onderwijs.
Het besluit van het Openbaar Ministerie (OM) komt op een precair moment: niet eerder was het aantal thuiszitters zo hoog. Een groeiende groep kinderen met lichamelijke of psychische problemen gaat niet naar school. Datzelfde geldt voor kinderen die door hun ouders op basis van een geloofs- of levensovertuiging thuis worden gehouden. Vorig jaar waren dit er 2.100, bijna een verviervoudiging ten opzichte van tien jaar geleden. Instanties worstelen met hoe zij dit probleem moeten aanpakken.
In Nederland zijn kinderen vanaf 5 jaar leerplichtig. Ouders die niet willen dat hun kind naar school gaat, kunnen daarvoor een vrijstelling aanvragen. Als een leerplichtambtenaar een verzoek daartoe afwijst, maakt die een proces-verbaal op. Dit leidde vorig jaar tot 160 strafzaken, die in sommige gevallen uitlopen op een voorwaardelijke geldboete.
Volgens het OM is de afgelopen jaren gebleken dat er geen ‘eenduidige richtlijnen’ zijn op grond waarvan leerplichtambtenaren de vrijstellingen vanwege een geloof- of levensovertuiging beoordelen.
Er zijn ‘uiteenlopende uitspraken van verschillende gerechtshoven’, aldus het OM in een verklaring op haar website. Ook wijst het OM erop dat de procedures rondom leerplicht lang en complex zijn, en er veelal niet resulteren in dat kinderen alsnog naar school gaan.
Ingrado, de beroepsvereniging voor leerplichtambtenaren, noemt de koerswijziging van het OM ‘onwenselijk’, omdat de kans bestaat dat meer ouders hun kinderen daarom thuis zullen houden. ‘Wij zien steeds meer ouders die liever thuis lesgeven, omdat ze wantrouwend staan tegenover het Nederlandse onderwijssysteem’, zegt bestuurder Corien van Starkenburg.
Die ontwikkeling is zorgelijk, vindt Ingrado, omdat deze kinderen vaak volledig uit beeld verdwijnen. In Nederland heeft thuisonderwijs, anders dan in landen als België, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, geen wettelijke status. Daardoor is er geen toezicht. Ouders die een vrijstelling hebben gekregen, zijn voor het thuisonderwijs volledig op zichzelf aangewezen. Ook hoeven kinderen geen examens af te leggen.
Ingrado pleit ervoor vrijstellingen op grond van een geloofs- of levensovertuiging af te schaffen en het recht op thuisonderwijs wettelijk te verankeren. Het toezicht op de kwaliteit van het thuisonderwijs moet daarin worden meegenomen. Die taak is volgens Van Starkenburg logischerwijs weggelegd voor de Onderwijsinspectie, die al toezicht houdt op de kwaliteit van het onderwijs op scholen.
De beroepsvereniging erkent dat er tussen gemeenten grote verschillen bestaan in de aanpak van schoolverzuim en dat duidelijke kaders ontbreken. Net als het OM wil Ingrado dat de ‘zwaar verouderde’ Leerplichtwet wordt aangepast, omdat die in hun optiek te eenzijdig gericht is op het bestraffen van ouders die de wet niet naleven. Dit staat haaks op de verschuiving die in de praktijk zichtbaar is, waarbij de focus wordt verlegd van ‘aanwezigheid’ in plaats van ‘afwezigheid’.
Om dit te bewerkstelligen richten betrokken partijen, zoals gemeenten en leerplichtambtenaren, zich de laatste jaren meer op het bieden van (preventieve) hulp om te voorkomen dat jongeren uitvallen. Bijvoorbeeld door middel van spreekuren op school voor ouders en jongeren.
Deze nieuwe aanpak vertaalde zich het afgelopen decennium in een drastische afname van het aantal strafzaken rond schoolverzuim. Van Starkenburg: ‘We zijn het met het OM eens dat het strafrecht in dergelijke gevallen niet nodig is, maar dan moet wel goed worden gekeken naar hoe we het recht van jongeren op onderwijs en ontwikkeling kunnen beschermen.’
De komende tijd gaat het OM met Ingrado, het ministerie van Onderwijs en het ministerie van Justitie en Veiligheid in gesprek om te onderzoeken of er alternatieven zijn om de schoolgang van kinderen te bevorderen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant