Home

Animatiefilm ‘Buffalo Kids’ is een stap vooruit in de vertegenwoordiging van mensen met een beperking

Animatiefilms Deze week komen de twee animatiefilms Buffalo Kids en Dog Man uit. Die eerste roept interessante vragen op over de vertegenwoordiging van mensen met een beperking. De tweede gaat over een robothond.

'Buffalo Kids' is de beste van twee animatiefilms die deze week uitkomen, vooral door die invoelbare omgang met mensen met een beperking.

De schurk uit de Spaanse animatiefilm Buffalo Kids windt er geen doekjes om: Nick is nutteloos, hij mag best worden afgeschoten. Nick heeft cerebrale parese (hersenverlamming), kan niet praten en zit in een rolstoel. Omdat Buffalo Kids zich afspeelt in het Wilde Westen aan het einde van de negentiende eeuw is de opvatting van de schurk, hoewel schokkend voor de moderne kijker, over mensen met een beperking niet vreemd. In die tijd was het hebben van een ‘handicap’ een straf van god, een vloek. Wie een beperking had, werd vaak aan het oog onttrokken. Zo maakt Nick onderdeel uit van een trein vol weeskinderen die onder begeleiding op zoek zijn naar adoptieouders. Maar als Nicks potentiële nieuwe ouders hem in zijn rolstoel zien, willen ze hem niet meer. Het is een pijnlijke scène, het gevoel van afwijzing is voelbaar. Buffalo Kids is de beste van twee animatiefilms die deze week uitkomen, vooral door die invoelbare omgang met mensen met een beperking.

Commerciële animatiefilms waarin personages met een beperking figureren zijn vrij zeldzaam. Als ze er al zijn, betreft het meestal stereotypen: de wraakzuchtige schurk (kapitein Haak in Disney’s Peter Pan) of het meelijwekkende slachtoffer (Quasimodo in Disney’s De Klokkenluider van de Notre Dame). Onlangs was er nog ophef over de vertegenwoordiging van mensen met een groeistoornis in de remake van Snow White and the Seven Dwarfs. In de klassieke tekenfilmversie uit 1937 zijn ze door hun diverse gebreken aandoenlijk, zie de stotterende Doc. Daarnaast worden ze behoorlijk infantiel of zelfs dommig neergezet, de naam Dopey zegt alles. Het zijn kinderen die hulp nodig hebben van een moeder(figuur), gelukkig is daar de zorgzame Sneeuwwitje! Na kritiek werden de zeven ‘dwergen’ in de live-actionversie met de computer geanimeerd en verdwenen ze uit de titel.

Vanaf Finding Nemo ging het beter met de representatie, zo kan Nemo prima overweg met zijn te kleine vin. En dan is er nog Dory, die problemen heeft met haar kortetermijngeheugen. Andere mentale problemen vind je in de Winnie the Pooh-cartoons, met de depressieve ezel Iejoor (Eeyore) – die volledig geaccepteerd wordt door zijn vrienden. Ook Inside Out, Inside Out 2 en Turning Red gaan (zijdelings) over angst, depressie en neurodiversiteit.

‘Sweet innocent’

Buffalo Kids voert Tom en Mary op, twee Ierse weeskinderen die in Amerika op zoek gaan naar hun oom. In de trein met andere wezen sluit Mary vriendschap met Nick. Hoewel hij niet praat, communiceert hij met zijn ogen. De animatie van zijn verlamde handen is verbluffend. Op de aftiteling staat een foto van Nicolás, aan wie Buffalo Kids opgedragen is; de vlak voor de productie van de film overleden zoon van coregisseur Pedro Solís García die ook leedaan hersenverlamming. Geen wonder dat zijn geanimeerde evenknie zo authentiek oogt en liefdevol getekend voelt.

Samen met Tom en Mary beleeft Nick allerlei avonturen in het Wilde Westen, waaronder een magisch moment tussen hem en een grote buffel. In een intermezzo treffen ze een Cheyenne-stam, inheemse bewoners die ook al te maken hebben met diepgewortelde vooroordelen. Het is duidelijk waar de sympathie van de makers ligt.

Toch gaat het hier ook een beetje knagen: is Nick niet een ander stereotype, dat wat academicus Martin Norden in zijn boek Cinema and Isolation de ‘sweet innocent’ noemt? Een van de bekendste voorbeelden van dit stereotype is Tiny Tim uit Dickens’ A Christmas Carol: het – meestal deerniswekkende – kind met een beperking als sentimentele verbeelding van liefdevolle onschuld. Iemand met een hart van goud die hulp behoeft in een boze wereld – in het geval van Buffalo Kids een wereld vol coyotes, treinrovers en schurken die mensen met een beperking minachten en aan de vooravond van eugenetica zelfs willen uitroeien. Hoewel Nick slechts een dragende bijrol heeft, betekent Buffalo Kids een flinke stap voorwaarts in de mediavertegenwoordiging van mensen met een beperking. En dat is zeker niet nutteloos.

RoboCop

De andere animatiefilm die deze week uitkomt, DreamWorks’ Dog Man, geeft nauwelijks aanleiding tot analyse. Dit is een soort variatie op RoboCop: Dog Man heeft het hoofd van een slimme politiehond die op het lichaam van zijn collega wordt genaaid, beide stierven bij een bomexplosie. De zachtaardige Dog Man krijgt het aan de stok met de heetgebakerde Petey, de „World's Most Evilest Cat”. Er zitten leuke grapjes in, zo huilt Dog Man mee met een countrynummer van Hank Williams, maar echt geïnspireerd wordt deze verfilming van een boek van Dav Pilkey (bekend van Kapitein Onderbroek) nergens. Het is simpelweg teveel allemaal, qua (woord)grappen, plotontwikkelingen en bijfiguren die er weinig toe doen. Van het luidruchtige Dog Man word je zelf ook hyperactief. Grootste probleem is de toon, die zwalkt tussen cynisme en sentimentaliteit. Ouderschap is weer eens heilig, en de boodschap dat liefde geen ding is maar een handeling (nog eens bekrachtigt via John Mayers lied ‘Love is a Verb’ op de soundtrack) is behoorlijk klef.

Buffalo Kids. Regie: Juan Jesús García Galocha en Pedro Solís Garcí. Lengte: 83 minuten.

Dog Man. Regie: Peter Hastings. Lengte: 95 minuten.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief‘Film’

De beste filmstukken interviews en recensies van de nieuwste films

Source: NRC

Previous

Next