DEN HAAG - 'Na drie maanden kon ik terecht in de noodopvang. Dan slaap je in een zaal met elf anderen, dat is echt wel een dingetje.' Wijnand is voormalig ICT'er en sinds anderhalf jaar dakloos. Vandaag wordt geteld hoeveel daklozen er zijn in Den Haag en omgeving. Nieuw is dat ditmaal mensen die normaal buiten blijven worden meegeteld.
Bij de noodopvang van KesslerPerspektief aan de De La Reyweg zit Wijnand in het zonnetje op de binnenplaats. 'Dat derde raam van links, dat was mijn kamer', zegt hij. 'Je kunt het je niet voorstellen hoe het is. Ik had altijd een huis gehad, maar dat ben ik door omstandigheden kwijtgeraakt.'
Waarom, wil hij nu niet zeggen. 'Dat doet er niet toe.'
'Je gaat op dat moment in overlevingsstand. Hoe ga je eten? Waar ga je slapen? Ik moest me inschrijven als dakloze in Den Haag, maar er was geen plek in de noodopvang.'
Hij gaat verder: 'Uiteindelijk heb ik, drie maanden lang, iedere week in een ander stad geslapen. Ik nam dan een hostel of zat op een vakantiepark. Gelukkig kon ik dat betalen. Anders had ik onder een brug moeten slapen, of in een tentje in de duinen en dat trek ik echt niet.'
Na drie maanden ontvangt hij bericht dat er plek is in de Haagse noodopvang. Dat zijn slaapzalen voorzien van twaalf bedden, waarvan hij er eentje toegewezen krijgt. 'Dat was wel pittig', vertelt Wijnand met gevoel voor understatement.
'Zeker voor iemand die altijd heeft gewerkt en zijn eigen plekje heeft gehad. En dan moet je opeens je kamer delen met elf anderen en dat negen tot twaalf maanden lang. Het is een heel andere wereld, je kunt het je niet voorstellen.'
Wijnand is nu weg uit de noodopvang, maar als hij naar de deur kijkt, ziet hij een bekende. 'Jeetje, Henk zit er nog altijd. Dat is echt niet goed.'
'Ik kende de dakloze alleen maar van de verkopers van de straatkrant', zegt Wijnand. 'Maar toen ik hier kwam zag ik zoveel verschillende groepen. Migranten, jongeren die van bank naar bank hoppen, bejaarden, vrouwen, vrouwen met kinderen.'
Eén van die dakloze vrouwen is Esther. Dat is niet haar echte naam, want ze wordt door haar ex bedreigd. Hij is ook de reden dat ze dakloos is. 'De relatie ging steeds slechter en toen ben ik zes maanden geleden gevlucht.'
Esther pakte een tasje met kleren en wat pasjes. 'De dingen die je nodig hebt om te kunnen overleven. In eerste instantie ben ik naar een vakantiepark gegaan. Dat heeft me heel veel geld gekost.' Via Kessler Perspectief werd ze in een safehouse geplaatst en vervolgens bij de noodopvang.
Ze zit niet in de noodopvang, maar in de permanente winteropvang op een tweepersoonskamer. 'Gelukkig met een vrouw waar ik het goed mee kan vinden', zegt ze. 'Er is weliswaar beveiliging, maar je komt uit een rotsituatie en je staat altijd op scherp.'
'Toen ik bij mijn ex wegging, wist ik niets, want ik had altijd gewoon in een huis gewoond. Dan moet je van alles gaan regelen. Je moet je aanmelden als dakloze, dan krijg je een casemanager en die kan je helpen aan noodopvang of in contact kan brengen met stichtingen die tiny houses proberen regelen, of je kan tijdelijk terecht in een sloopwoning.'
Esther steekt een sigaret op. 'Er zijn heel veel manieren waarop je dakloos kunt worden. Bijvoorbeeld als jongere in een zorginstelling. Je wordt 18 en je wordt eruit gezet. Mensen die al jaren in tentjes wonen en waar gewoon geen zicht op is. Arbeidsmigranten die hun baan verliezen. Mensen zoals ik die thuis vertrekken, omdat het echt niet meer gaat. Verslaafden ook. Het is zo divers allemaal.'
'Het moet echt stoppen gewoon. De overheid moet maar eens wat gaan doen.' Zowel Esther als Wijnand denkt dat er geen goed beleid wordt gemaakt om het daklozenprobleem op te lossen. Vooral ook omdat veel groepen niet worden meegeteld in de statistieken. Die groepen gaan ze in Den Haag nu wel meetellen.
'Als de resultaten in oktober worden gepubliceerd, schrikt iedereen zich rot', verwacht Esther. Het gaat dan vooral om jongeren die geen huis hebben, maar steeds bij iemand anders bivakkeren. Daklozen die hun tentje opzetten in de duinen en die zo buiten het zicht van hulpverleningsinstanties blijven. En zo zijn er meer groepen te noemen.
'En het kan echt iedereen gebeuren', verzucht Esther nog een keer. Wijnand beaamt dat. Hij had zelf ook nooit gedacht zonder dak boven zijn hoofd te komen zitten. Hij heeft inmiddels zicht op een betere toekomst buiten de opvang.
'Ik kan een woning krijgen waar ik eerst onder supervisie kan wonen en als dat goed gaat wordt hij op mijn naam gezet. Dan heb ik weer mijn eigen keuken en hoef ik het toilet en de douche niet meer te delen, heerlijk.'
Wel blijft hij daklozen helpen als hij zelf uit de opvang weg is. 'Mensen moeten zo snel mogelijk uit de opvang en naar een huis om ze daar verder te behandelen, als dat nodig is. Je moet mensen een plek geven waar ze tot rust en tot zichzelf kunnen komen. Daar help je de mensen mee. En geen slaapzaal, dat werkt echt niet.'
Source: Omroep West Den Haag