Home

Ook een cricketbat van Nederlands wilgenhout geeft dat perfecte, diepe geluid

Australiër Lucas Willams probeert in het zuidelijkste puntje van Limburg een bedrijf op te bouwen in cricketbats het slaghout voor een van de wereldwijd meest beoefende sporten. Van Nederlands wilgenhout, een uitdaging in deze conservatieve sport.

Op een klein industrieterrein in Gronsveld, net ten zuiden van Maastricht, probeert een Australiër zich klovend, schavend en schurend een plek te veroveren op de wereldwijde cricketmarkt. Lucas Williams maakt daar cricketbats, het slaghout voor een van de meest beoefende sporten ter wereld. Gemaakt van Nederlands wilgenhout, zijn unique selling point.

Williams (32) groeide op in Melbourne, als kleinzoon van een geëmigreerd Nederlands echtpaar. Op zijn 18de kon hij kiezen tussen topniveau cricket of Australian football. In de laatste sport kon hij meer geld verdienen. Maar in die ruige variant op rugby liep hij al snel zware blessures op, aan onder meer een knie. Daarop lonkte toch het cricket weer.

Op zijn cricketclub in Melbourne werd Williams – een handige klusser en toen werkzaam in de bouw als installateur – vaak gevraagd om bats op te lappen. Die hebben het vaak zwaar te verduren. Het hout wordt keer op keer geteisterd door de keiharde cricketbal, met snelheden van vaak 100 of meer kilometer per uur. Gaandeweg ging hij zelf bats maken. De productie in zijn tuinhuis liep langzaam op tot 250 bats per jaar. Dat was veelbelovend.

Cricketwoestijn

De liefde leidde hem echter naar de andere kant van de wereld. Voor de Limburgse Audrey Pieters (34) vertrok hij naar het Maasdal, nabij de grens met België. Hun huwelijk bleek vruchtbaar. Ze hadden allebei al een zoon, van respectievelijk 11 en 6 jaar oud. Samen kregen ze nog een zoon (2) en een dochter van 6 maanden.

Wat cricket betreft bleek zijn nieuwe woonplaats daarentegen een woestijn wat cricket. Limburg heeft geen cricketclubs. In heel Nederland zijn er slechts 45, met zo’n zesduizend leden in totaal. Dat is weinig, vergeleken met de naar schatting 300 miljoen spelers wereldwijd. Het voortzetten van zijn bedrijf leek dan ook lastig, ‘maar met je rug tegen de muur kom je wel op ideeën’.

Voor de deur van zijn loods liggen zo’n dertig zware wilgenstammen. Voor de beste bats is goed hout de sleutel. De meeste bats worden gemaakt van Engels wilgenhout. Dat is deels traditie, in de van ­oorsprong Engelse sport. Het is ook een kwestie van kwaliteit. De Engelse wilg – Salix alba caerulea – heeft de juiste eigenschappen voor cricket, onder meer door zijn houtstructuur, gewicht en veerkracht.

De kersverse Limburger ging dan ook ruw Engels wilgenhout importeren. Dat hout verkoopt hij gekliefd en gedroogd tot dikke, ruwe planken door aan grote batmakers in onder meer India en Pakistan. Maar een Limburgse batfabrikant kon ook een alternatief bieden, zo bedacht hij. Een andere loot aan de stam van de familie der schietwilgen, de Nederlandse Salix alba ‘Belders’, heeft even goede eigenschappen als het Engelse nichtje.Dus verzamelt hij nu vanuit heel Nederland de mooiste wilgenstammen voor zijn eigen product; de Williams & Co Dutch willow cricket bat.

Eigen kweeklijn

Nederlandse wilg is van dezelfde kwaliteit als de Engelse soort, vindt hij, maar is aanzienlijk goedkoper, tot 40 procent op het eindproduct. Het Engelse hout komt namelijk voor een groot deel van één ­bedrijf, J.S. Wright & Sons, dat daarmee de prijzen grotendeels zelf kan bepalen. Williams wil uiteindelijk een eigen kweeklijn opzetten voor de beste kwaliteit Nederlandse wilg.

Het kweken van wilgen op boerenland of in natuurgebied moet een constante stroom rechte stammen opleveren, met mooie verticale vezels en zonder ‘knoppen’ van takken die te lang zijn blijven zitten. Dat zag ook de provincie Limburg wel zitten. Die gaf de onderneming eerder dit jaar 50 duizend euro subsidie om te innoveren. Inmiddels heeft het bedrijf nog vier kleinere aandeelhouders, onder wie twee ondernemers uit Maastricht – voor de benodigde investeringen plus zakelijk advies.

Williams schopt tegen een zware stam. ‘Die komt uit Meerssen, vlak bij Maastricht.’ Hij zal de stam eerst splijten. Zagen is uit den boze, dat zou de natuurlijke lijnen in het hout doorbreken. De stukken worden vervolgens langzaam gedroogd, waarna een fijne freesmachine de plank zijn bijna definitieve vorm geeft. ‘Met betere machines en minder mensen moeten we kunnen concurreren met lagelonenlanden als India. En we houden ook nog meer tijd over voor andere dingen, zoals marketing.’

Het blad krijgt vervolgens een zaagsnede in V-vorm, waarin het handvat wordt gelijmd. Met een kern van rubber en kurk is de steel nu nog gemaakt van een harde Aziatische rietsoort. ‘We zoeken nog naar Nederlands riet of hout die dat kan vervangen. Dat zou ons bat echt vrijwel helemaal Nederlands maken.’

Daarna wordt het hout geschuurd en gepolijst, waarna een wax van lijnzaadolie en bijenwas erop wordt aangebracht. Een rubberen grip over het handvat en stickers (ontworpen door echtgenote Audrey) op het blad en het bat is klaar. Kopers betalen 180 tot 450 euro (voor het topmodel) voor een Dutch willow bat. Zijn vergelijkbare ‘Engelse’ exemplaren kosten ongeveer het dubbele.

Mooie ‘ping’

De beoordeling van een bat gebeurt vervolgens deels met het oor, vertelt Williams naast zijn schaaftafel. Hij slaat met een rubberen hamer op het platte slaggedeelte. Hij wil een mooie ‘ping’ horen; de beste indicatie voor de ideale slagkwaliteit. ‘Ik wil een moeilijk te omschrijven diep, helder geluid. ‘When you know, you know.’

De onderneming Williams & Co steunt nu nog grotendeels op de groothandel in Engels wilgenhout. Williams: ‘Die constante inkomsten geven me de ruimte om mijn eigen merk rustig op te bouwen – zonder concessies te moeten doen aan bijvoorbeeld kwaliteit.’ Het Nederlandse wilgenhout houdt Williams voor zichzelf. ‘Dat geeft mijn bats hun prijsvoordeel en eigen verhaal.’

Williams heeft al wat Nederlandse topspelers geholpen met materiaal, maar praat nu met de Nederlandse cricketbond over meer samenwerking. ‘Het zou toch gek zijn als het Nederlands team geen bats van eigen hout zou gebruiken.’

Ondertussen is Williams ook bezig met de eventuele sponsoring van spelers in zijn geboorteland. Zijn droomspeler, wat dat betreft? Pat Cummins, de befaamde captain van het Australische team. ‘Hij belichaamt alles dat je nodig hebt in de sport. Hardheid, doorzettingsvermogen en een over-mijn-lijk-mentaliteit. Dezelfde eigenschappen die je nodig hebt om een onderneming op te bouwen.’

De Onderneming

In deze wekelijkse rubriek vertellen ondernemers over hun bedrijf. Vandaag: Williams & Co Cricket Bats, opgericht in 2019, met 3 werknemers en een omzet van 480 duizend euro in 2024.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next