is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Onze eindredacteur Sytze de Boer zei eens dat de sportcolumn in het weekeinde van mijn vaste uitstapje met zes vrienden mijn slechtste stukje van het jaar is. Wees dus gewaarschuwd. Verwacht geen verheven schrijfsel over Mathieu van der Poel, die gelukkig nog kan verliezen, of over Max Verstappen, die gelukkig nog kan winnen. Bovendien: twee weken geleden na Milaan - San Remo was de constatering dat we op zoek moeten naar nieuwe superlatieven om Van der Poel te beschrijven, en dat proces is nog in volle gang.
We waren in Ierland, in een land vol aardige, geïnteresseerde, rauwe, pure mensen. Ze zijn gek op sport, maar dan op andere sport dan wij. Hier in Cork en omstreken was niemand bezig met Vlaanderens Mooiste, met Pogi-MVDP. Nee, ze schaarden zich zaterdag massaal rond schermen in de pub, voor rugby en de Premier League.
Cobh Ramblers - Wexford was de door ons bezochte voetbalwedstrijd in de minicompetitie van Ierland, op het tweede niveau nota bene, in het fraaie stadje Cobh, waar de Titanic in 1912 nog 123 passagiers oppikte voor de fatale vaart. De wedstrijd voltrok zich in bijna onwerkelijke sportiviteit, met respect voor de arbitrage en voetballers die meteen gingen staan nadat ze waren gevallen. Zonderlinge bijkomstigheid: na Noord-Ierland en Spanje wonnen wij opnieuw de loterij tijdens de rust. ‘You won all our money. Well done’, zei een man bij ons vertrek. Zelfs hij was sportief.
Alles draaide dit weekend trouwens om hurling, een sport met stick en bal, bij ons vrijwel onbekend. Cork Rebels - Tipperary bepaalde het leven, met oplopend sentiment. Overal deinde zondag het rood van de Rebellen door de straten. Overal ter wereld vergapen mensen zich aan sporters, aan mannen en vrouwen in de kracht van hun leven.
Wij zien het geamuseerd aan, terwijl we zelf de vergankelijkheid een halt proberen toe te roepen, gedurende een paar dagen. Iedereen in onze groep speelt zijn rol met verve: Edwin, Simon, Fabian, Jan, Paul en de columnist. We laten ons meevoeren door wat het land en het leven ons te bieden hebben. Dan kan alles gebeuren, tot aan het spontaan meelopen in een processie in Kinsale, een lieflijk plaatsje aan de kust, tijdens de jaarlijkse herdenking van de levens die door de zee zijn genomen.
Al die sporters met eeuwige haast vermoeden nog dat het stilzetten van de tijd een optie is. Wij weten beter. Zo stierf mijn geliefde collega Rob Kramp. Vrijwel alle ouderen naar wie ik opkeek tijdens mijn eerste baan bij het ANP, zijn overleden. Klokkemeijer, de leermeester. Van der Flier, de mooischrijver. Van de Ruit, de levensgenieter. Van Hemert, de cijferman, voordat cijfermannen in de mode waren.
Kramp was de humorist, tevens eminent schrijver met een levendige fantasie. Kwetsbaar ook, tot diep in zijn vezels. Ik lachte inwendig om zijn actie in Atlanta, aan de vooravond van de Olympische Spelen van 1996. Hij was even zoek tijdens een festiviteit bij het hotel, totdat hij rennend langs collega’s en NOCNSF-bobo’s slalomde en met kleding, bril en al in het zwembad sprong, om even af te koelen.
Pluk de dag, is een mooie spreuk. Bij een pub in Kinsale hangt een bordje: zonneterras. Tussen haakjes staat de toevoeging: mits de zon schijnt.
Over de auteur
Willem Vissers is voetbalverslaggever van de Volkskrant en schrijft elke week een sportcolumn. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns