Profhandballer Thomas Houtepen scheurde eerst zijn linker- en toen zijn rechterkruisband: de nachtmerrie van elke sporter, want het revalidatietraject is lang en zwaar. Komt Houtepen ooit terug op zijn oude niveau? En wat is daarvoor nodig?
Door Dirk Jacob Nieuwboer
Fotografie Eelco Wortman
Graphics Eleanor Mohren
Jaarlijks scheuren meer dan tienduizend Nederlanders een voorste kruisband. Ingrijpend voor iedereen, maar voor topsporters heeft die blessure een extra lading. De revalidatie haalt een flinke hap uit hun korte carrière. En er blijft lang onzekerheid: houdt de knie het? Kom ik weer op mijn oude niveau? De Volkskrant volgt handballer Thomas Houtepen op zijn weg terug.
Ondanks alles is dit een positief verhaal, dat kan niet anders, want de hoofdpersoon is een rasoptimist. Niemand weet nog hoe het zal aflopen, ook handballer Thomas Houtepen (22) zelf niet. Hij weet wel zeker dat het zwaar zal worden om terug te keren in de topsport. Maar dit is zijn motto: ‘Ik heb het al eens gedaan, dus ik weet dat ik het nog een keer kan.’
Drie dagen had hij ervoor nodig om het bericht via Instagram de wereld in te sturen dat hij zich niet zou laten tegenhouden door de blessure die elke sporter wil vermijden en die hij opnieuw heeft opgelopen. Vorig jaar scheurde tijdens het EK de voorste kruisband in zijn linkerknie af. In januari gebeurde dat in zijn rechterknie, vlak voor hij met het Nederlands team het WK zou gaan spelen.
De voorste kruisband loopt diagonaal over de knie en verbindt het dijbeen en scheenbeen.
3D-model van de kniebotten door Simone Alexowski. Aantekeningen en animatie de Volkskrant.
Jaarlijks lopen meer dan tienduizend Nederlanders deze blessure op. Dat is voor hen allemaal ingrijpend, maar voor topsporters heeft het scheuren van een kruisband een extra lading. De revalidatie duurt lang, grofweg negen maanden, en haalt dus sowieso een flinke hap uit hun korte carrière. Als ze terugkeren blijft er nog lang onzekerheid: houdt de knie het? Kan ik alles weer? Keer ik terug op mijn oude niveau?
‘Misschien had ik wel twee slechte kruisbanden’, zegt Houtepen, een snelle, beweeglijke spelverdeler en een van Nederlands grootste handbalbeloften. ‘En misschien heb ik nu twee goeie. Dat zou toch kunnen? Daar ga ik van uit.’
Om te zien of het hem lukt terug te keren op zijn niveau en om meer inzicht te geven in deze ingrijpende blessure, volgt de Volkskrant hem tijdens zijn revalidatie. We spreken hem in Middelburg, waar hij bijkomt van zijn operatie. We lopen met hem mee op Papendal, waar hij maanden zal doorbrengen in het krachthonk en de gym. En we gaan na de zomer op bezoek in Denemarken, waar hij als het goed is weer zal gaan handballen, bij zijn nieuwe club.
Houtepen heeft de beelden van het moment waarop hij geblesseerd raakte nog niet bekeken. Hij wil ook liever niet terugzien wat er gebeurde op vrijdag 10 januari tijdens een training met het Nederlands team. Maar hij kan het zich nog goed herinneren.
‘Ik deed wat ik zo vaak doe, bij een zware training wel honderd, misschien zelfs tweehonderd keer. Ik maakte een geslaagde passeerbeweging, er gebeurde niets bijzonders, ik had geen contact met de verdediger, maar even later lag ik op de grond.’
Het gebeurt allemaal in hooguit een paar seconden. Houtepen krijgt de bal, hij doet een stap opzij met zijn linkerbeen, schakelt over naar zijn rechter, een stap, nog een, gevolgd door de val.
‘Ik had het idee dat ik met mijn hak op de vloer kwam en een beetje uitgleed, waardoor mijn voet naar binnen knikte. Ik had nog voorwaartse snelheid, en toen draaide mijn knie naar binnen. Ik zakte eigenlijk gewoon door mijn hoeven.’
Vaak genoeg schreeuwen sporters het uit als ze hun kruisband scheuren, maar hij blijft stil, veel pijn heeft hij ook niet. Een van zijn ploeggenoten trekt hem omhoog en Houtepen loopt gewoon zelfstandig naar de kant.
‘Ik dacht: het valt mee’, blikt de handballer terug. ‘Maar eigenlijk had ik het kunnen weten. Die draaiing van de knie, heel typisch, dat voel je. En een korte plop. Tsjak. Maar ik wilde het natuurlijk niet geloven. Die gasten zeiden het ook later, dat ze in mijn ogen de angst en de schrik zagen. Want natuurlijk dacht ik tegelijk: gebeurt het nu wéér?’
Houtepen vertelt het aan de keukentafel in het huis van zijn ouders in Middelburg. Net als vorig jaar is hij daar na zijn blessure neergestreken. Voor de operatie moet de knie tot rust komen. Het vocht moet wegzakken, dat is makkelijker opereren, maar zijn arts heeft hem ook aangeraden om in beweging te blijven. Hij maakt korte wandelingen, gaat even met vrienden het centrum in en bij de fysiotherapeut traint hij de spieren rondom de knie. De revalidatie begint al voor de operatie.
‘De dokter zei: ik weet niet hoe je dit voor elkaar hebt gekregen. Hij snapte het niet, want mijn knieën zijn eigenlijk best wel goed. Dat vind ik het allervervelendst, die onduidelijkheid. Waardoor komt het precies? Slaap? Stress? Schoenen? De vloer? Een gekke beweging? Als ik het zou weten, dan kon ik misschien iets veranderen, maar zo simpel is het niet.’
Een MRI van Thomas' rechterknie op de dag van de blessure liet zien dat de kruisband volledig beschadigd was. De foto die later werd genomen, toont het litteken na de kruisbandoperatie.
De Volkskrant heeft de MRI-data in 3D gereconstrueerd: kleuren zijn illustratief.
Een week nadat hij de blessure heeft opgelopen, zit Houtepen in de kamer van Duncan Meuffels, orthopedisch chirurg in het Erasmus Medisch Centrum. Er zijn weinig mensen in Nederland die meer weten van deze blessure dan hij. Meuffels is niet alleen voorzitter van het overlegorgaan van Nederlandse sportorthopeden, hij werkt ook voor onder meer voetbalclub Feyenoord en het Scapino Ballet.
‘Er is volgens mij geen mooier gewricht dan de knie’, lacht de arts in zijn kamer in het Rotterdamse ziekenhuis. ‘Anders was ik natuurlijk ook iets anders gaan doen.’ Over Houtepens knie wil hij niets specifieks zeggen, hij deelt nooit informatie over zijn patiënten, maar over zijn passie raakt hij niet snel uitgepraat.
Orthopeden als hij kunnen kwetsbare knieën er zo uitpikken. De twee kruisbanden – de achterste is sterker en scheurt minder vaak – zijn verbonden met het dijbeen en het scheenbeen. Ze lopen door een soort poortje, een ronding in de onderkant van het dijbeen. ‘Hoe ovaler de ronding is, hoe stabieler. Als die wat spitser is, komt er meer kracht op de kruisband. Dat soort dingen kunnen we op een röntgenfoto gewoon zien.’
Anatomische verschillen verklaren waarom vrouwen meer risico lopen. Hun knieën zijn over het algemeen iets slanker, de ruimte rond de kruisbanden is daarom kleiner. Vrouwen landen met hun knieën meer naar binnen, wat het risico op letsel vergroot. En de banden zijn gemiddeld genomen minder dik en stevig dan bij mannen.
Handbal is een risicovolle sport met veel kap-, draai- en springbewegingen, net als voetbal en basketbal. Maar waarom iemand precies geblesseerd raakt, blijft moeilijk te zeggen, omdat altijd meerdere factoren een rol spelen. Het lichaam, vermoeidheid, de warming-up, de ondergrond, de schoenen: het is allemaal van invloed. Te weinig grip kan voor blessures zorgen, omdat sporters dan uitglijden, maar te veel ook, omdat de voet dan vast blijft staan.
‘Topsporters zoeken natuurlijk de grenzen op’, zegt Meuffels. ‘Het is mijn taak ze te wijzen op de risico’s, dat doe ik bij al mijn patiënten.’ Hij vertelt ze bijvoorbeeld dat het risico op artrose, slijtage, na een scheur tien keer zo groot is. ‘Als ze doorgaan met risico nemen, is de kans veel groter dat ze nog een keer letsel krijgen. De beste manier om die kans te verlagen is de risico’s niet op te zoeken.’
Voor Houtepen is stoppen eigenlijk nooit een optie geweest. Ook niet na de tweede keer. Natuurlijk was hij even van slag, maar al snel ging de knop om. ‘Het was duidelijk: gewoon weer opereren en hetzelfde proces in.’ Tegenover de risico’s staat het verlangen om weer te handballen, het spelplezier, de nieuwsgierigheid van een jonge, getalenteerde topsporter die wil weten hoe ver hij in zijn sport kan komen.
‘Bij de jeugd was ik niet per se de beste’, zegt hij. ‘Ik heb altijd moeite moeten doen, maar ik kwam steeds een stap verder. Mijn eerste profcontract, het Nederlands team. Vorig jaar speelden we een oefenwedstrijd tegen Denemarken, de wereldkampioen. Het was vlak voor het EK en ik speelde echt goed. Toen kreeg ik er heel veel zin in, ik werd echt benieuwd waar het schip zou stranden.’
Niet veel later raakte hij voor het eerst geblesseerd, op het EK, opnieuw tegen Denemarken. Hij revalideerde, kwam terug bij Lemgo, de Duitse club waar hij speelde, en ook bij het Nederlands team. Een dag voor hij daar opnieuw uitviel, werd bekend dat hij een tweejarig contract had getekend bij de Deense club Holstebro. ‘Daar heb ik natuurlijk geluk mee. Ik kan het in ieder geval nog twee jaar proberen, dat geeft rust, en daarna zien we wel weer.’
Met dokter Meuffels besprak hij de mogelijkheden. Een operatie is niet per se noodzakelijk na het scheuren van de voorste kruisband. Ongeveer de helft van de mensen kiest ervoor niet geopereerd te worden; door andere spieren te versterken kan het gemis van de kruisband worden opgevangen. Maar topsporters in een risicovolle sport, die terug willen keren op hun oude niveau, kiezen meestal voor een operatie. Met een nieuwe band hopen ze dat hun knie weer net zo stabiel wordt. Of zelfs stabieler, met betere kruisbanden, zoals Houtepen hoopt.
‘Ik vind het heel mooi dat hij zo veel vertrouwen heeft in orthopedisch chirurgen’, zegt Meuffels. ‘We benaderen het ook best goed, maar een reconstructie is niet beter dan het origineel. Dat wil overigens niet zeggen dat een topsporter niet terug kan komen op zijn niveau, of niet zelfs beter kan worden, want daarbij spelen veel meer factoren een rol.’
Bij een zogeheten reconstructie vervangt een pees de gescheurde kruisband. Tegenwoordig wordt die meestal uit het lichaam van de patiënt gehaald, maar het kan ook met een donorpees. De meest gebruikte zijn de hamstringpees, de patellapees en de quadricepspees, die allemaal hun voor- en nadelen hebben. Houtepen heeft gekozen voor de hamstringpees; net als bij zijn linkerknie komt die op de plek van de oude, gescheurde kruisband. Daarnaast is er ook nu weer een extra bandje aan de buitenkant geplaatst dat voor meer stabiliteit moet zorgen. Bij topsporters wordt hier vaker voor gekozen.
Bij een kruisbandoperatie worden tunnels in de kniebotten geboord, waarin de vervangende pees wordt vastgezet.
3D-model van de kniebotten door Simone Alexowski. Aantekeningen en model van operatie de Volkskrant.
De operatie duurt zo’n anderhalf uur. De chirurg snijdt een deel van de hamstringpees weg – bij 70 procent van de patiënten groeit die later weer aan – en vouwt die dubbel of driedubbel. De dikte moet minimaal 8 en liefst 10 millimeter zijn.
Als het goed is, groeit die in ongeveer twaalf weken vast in het bot. Om hem op de plek te houden, wordt de nieuwe band vastgezet met een schroef of met een knoop aan de buitenkant van het bot.
‘Die vasthechting is het zwakke punt’, legt Meuffels uit. ‘Als het in het begin misgaat, is het meestal daar. Als de pees eenmaal is vastgegroeid in het bot, dan kan het misgaan in het middenstuk; de nieuwe band kan scheuren.’
Houtepen moet na de operatie eerst een aantal dagen vooral liggen, zijn been veel gestrekt houden, soms even buigen en genoeg pijnstillers slikken. Daarna moet hij zes weken met krukken lopen. ‘Mijn ouders worden er gillend gek van’, lacht hij. ‘Dan laat ik die dingen weer vallen als ik ’s nachts moet plassen.’
Een voordeel is er ook: door de blessure heeft hij alle tijd om zijn studie commerciële economie af te maken. In Middelburg zit hij veel achter zijn laptop aan de keukentafel om de laatste vakken af te ronden en hij verdedigt met succes zijn scriptie. Tussendoor gaat hij naar de fysiotherapeut, waar hij lichte oefeningen doet, en naar de sportschool om zijn conditie zo veel mogelijk op peil te houden.
‘Handbal staat nog altijd op nummer één’, zegt de optimist, die heeft geleerd dat hij ook realistisch moet zijn. Handballers moeten sowieso nadenken over een plan B, want alleen de absolute toppers kunnen zich financieel onafhankelijk spelen.
‘Ik ben me er nu zeker van bewust dat ik niet onkwetsbaar ben’, zegt hij. ‘Ik weet niet wat ik zou doen als het nóg een keer zou gebeuren, maar er zijn weinig clubs die een jongen willen die op zijn 23ste drie keer een kruisband heeft gescheurd. Dus dan wordt de keus waarschijnlijk voor mij gemaakt.’
Nu duwt hij die gedachte nog weg. Er zijn genoeg sporters die zijn teruggekomen, ook nadat ze twee kruisbanden hadden gescheurd. Daar wil hij bij horen en hij kan zelf de kans daarop vergroten. Goede warming-ups zijn belangrijk, die kunnen de kans op een scheur met 50 procent verminderen. Hij kan oefeningen doen om zijn bewegingspatroon te veranderen. Waken voor overbelasting. En nu eerst verstandig revalideren door daar de tijd voor te nemen. ‘Elke maand langer reduceert de kans op recidive’, zegt Meuffels.
Zes weken na de operatie ziet de chirurg Houtepen weer. De handballer vertelt hem dat hij in de sportschool van een fiets is gevallen omdat het zadel loszat. ‘Gelukkig niet op mijn knie, maar plat op mijn kont.’ De fysiotherapeut heeft hem meteen daarna al gerustgesteld en ook Meuffels constateert dat alles er goed uitziet. De krukken mogen weg, met zijn moeder en oma loopt hij die middag door Rotterdam. Over een paar dagen, zegt hij, gaat hij verder revalideren op Papendal. Net als vorig jaar.
‘Die periode was echt superzwaar, veel erger dan ik had verwacht’, blikt hij terug en vooruit. ‘Maar je ziet ook dat je vooruit gaat, dat je sprongen maakt. Er zijn genoeg spelers die helemaal geen zin zouden hebben in zo’n traject, maar ik vind dat ook leuk. Dáár heb ik in ieder geval geluk mee.’
Deel II: Beulswerk
Na de klap van de gescheurde kruisband en de operatie volgt de maandenlange revalidatie in Sportcentrum Papendal. Hoe herstelt Houtepen van zijn knieblessure? Van hem wordt een ijzeren discipline verwacht. Hoe gaat hij daarmee om?
Liefst vier Nederlandse handbalinternationals hebben recentelijk hun voorste kruisband gescheurd. Deze golf van knieblessures laat de nationale selectie niet onberoerd. ‘Joh, wat als het bij mij gebeurt?’
Vivianne Miedema groeide bij Arsenal uit tot een clublegende. Maar na twee moeizame jaren moet ze nu elders uitzoeken hoe goed ze nog is.
Je bent een van de beste handballers van Europa en plots staat je leven stil na de diagnose hartspierontsteking. Het overkwam Kay Smits. Hij staat voor zijn rentree in het Nederlands team. Een gesprek over ongeduld en totale controle.
Source: Volkskrant