Het verplichte schoolzwemmen keert ondanks de wens van de Tweede Kamer toch niet terug. Staatssecretaris Vincent Karremans (VVD, Sport) schrijft in een brief aan de Kamer dat de herinvoering te duur is. Bovendien zitten de scholen er niet op te wachten.
is politiek verslaggever van de Volkskrant.
Het kabinet onderzoekt andere manieren om kinderen in ieder geval aan één zwemdiploma te helpen, aldus Karremans. De Tweede Kamer riep het kabinet vorig jaar februari nog op tot herinvoering van het verplichte schoolzwemmen.
Het aantal kinderen dat de basisschool verlaat zonder een zwemdiploma, is de afgelopen jaren sterk toegenomen. In 2018 had 94 procent van de kinderen tussen 6 en 16 jaar een of meer zwemdiploma’s. In 2022 was dat nog maar 87 procent.
Karremans twijfelt er niet aan dat zwemles via het basisonderwijs een effectieve manier is om alle kinderen te leren zich in het water te redden: ‘Door zwemles via het onderwijs te regelen, kun je hele generaties in ieder geval één zwemdiploma laten halen.’ Maar een terugkeer van het schoolzwemmen is op dit moment volgens hem geen haalbare oplossing.
De herintroductie zou jaarlijks 145 miljoen euro vragen van de rijksbegroting. Daarvoor is in Karremans’ begroting geen ruimte. Maar er spelen ook andere factoren mee dan de kosten. Uit onderzoek in opdracht van het ministerie blijkt dat scholen er weinig voor voelen om zwemlessen te verzorgen en begeleiden. Maar liefst 74 tot 81 procent van de schoolleiders is negatief over schoolzwemmen.
In een hoorzitting in de Kamer vorig jaar bleek al dat leerkrachten vinden dat ze te veel extra taken krijgen toebedeeld. Ze besteden hun tijd liever aan hun kerntaken: kinderen leren lezen, schrijven en rekenen.
Volgens Karremans zou schoolzwemmen per jaar 94 uur tot 111 uur extra onderwijstijd vragen. Hij wijst er in zijn Kamerbrief ook op dat in het regeerprogramma een keuze is gemaakt voor meer focus in het onderwijs op de basisvaardigheden, dus lezen, schrijven en rekenen.
Toch vindt het kabinet het belangrijk dat meer kinderen tenminste één zwemdiploma halen. Dat percentage moet van 87 procent naar 90 procent in 2028 en naar 95 procent in 2030.
Kinderen zonder zwemdiploma hebben vaak een migratieachtergrond of komen uit gezinnen met een smalle beurs. ‘In sommige gevallen is het simpelweg te duur om zwemles te volgen.’
Volgens Karremans bieden vrijwel alle gemeenten ondersteuningsregelingen aan, maar die weten niet alle ouders te vinden. De staatssecretaris gaat binnenkort in overleg met alle gemeenten om te zorgen dat de verantwoordelijke wethouders de regelingen duidelijker en toegankelijker maken.
Het Centraal Opvang Asielzoeker (COA) wijst asielzoekers en statushouders al op het belang van zwemlessen, het kabinet komt met aanvullende campagnes om nieuwkomers het belang van zwemvaardigheid bij te brengen.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant