Na zijn film over sekswerkers in Marrakech had Nabil Ayouch (55) maandenlang beveiliging nodig vanwege doodsbedreigingen. Zijn nieuwe film Everybody Loves Touda gaat over een soortgelijk thema, de shikhat, traditionele danseressen. Verwacht hij opnieuw hevige reacties?
schrijft voor de Volkskrant over film.
Everybody Loves Touda. De titel van de muzikale nieuwe film van de Frans-Marokkaanse filmmaker Nabil Ayouch (55) druipt van ironie. Alleenstaande moeder Touda probeert in deze melancholische vertelling de kost te verdienen als shikha, een traditionele vertelkunstenaar die zang en poëzie combineert. Ooit stonden zangeressen als Touda in de Marokkaanse samenleving op een voetstuk (daarover zo meer). Tegenwoordig kan ze de toekomst van haar doofstomme zoontje er niet mee bekostigen.
Erger nog, als ze naar Casablanca trekt omdat daar meer valt te verdienen dan in het kleine stadje waar ze woont, wordt ze als zangeres in het nachtleven geconfronteerd met manvolk dat meer van haar wil. Haar sensualiteit en hang naar het spotlicht worden consequent verward met seksuele beschikbaarheid. Terwijl Touda zich staande probeert te houden, ontdekt ze hoe benauwend, onderdrukkend en gewelddadig die zogenaamde liefde voor een vrouwelijke artiest kan zijn.
Al ruim 25 jaar maakt Ayouch films over de zelfkant van de Marokkaanse samenleving. Hij kijkt waar anderen wegkijken. In zijn doorbraakfilm Ali Zaoua (2000), bekroond met ruim twintig internationale filmprijzen, schetste hij de levens van een groep straatkinderen in Casablanca. Met Les chevaux de Dieu (‘de paarden van God’, uit 2012) onderzocht hij de voedingsbodem van jihadisme onder jongeren in een sloppenwijk onder de rook van Casablanca.
Met afstand het geruchtmakendst was Much Loved (2015), een portret van drie prostituees in Marrakech. De film werd vlot na de première op het filmfestival van Cannes verboden in Marokko. Een van de hoofdrolspelers werd in elkaar geslagen. Ayouch ontving doodsbedreigingen en moest net als zijn acteurs enkele maanden worden beveiligd. Later zou de film op de zwarte markt alsnog uitgroeien tot een hit. Maar het bleef Ayouch steken dat de heftigste reacties kwamen van mensen die de film nooit hadden gezien.
Casablanca Beats (2021), een energieke film over een groepje armlastige tieners met dans- en rapambities, toonde een beduidend opgewektere Ayouch. Muzikale expressie geeft hier de dromen van zijn personages vorm. Muziek, zo zegt hij met die film, kan zeker voor jongeren een ideaal middel zijn om taboes te doorbreken.
Everybody Loves Touda doet iets soortgelijks. De film is te zien als viering van muzikale rebellie. Tegelijk keert Ayouch terug naar het sociaalrealistische venijn van zijn eerdere films.
Is de Marokkaanse samenleving klaar voor een vrouw als Touda?
Korte stilte. ‘Eerlijk gezegd denk ik van niet. Onze samenleving is niet klaar voor sterke, geëmancipeerde vrouwen die zich in een machtspositie manoeuvreren. Maar ik denk wel dat de samenleving klaar is om te veranderen. Daarom maak ik cinema.’
Tien jaar geleden moest u nog worden beveiligd vanwege een van uw films. Waarom denkt u dat de samenleving nu wel klaar is voor een progressief geluid?
‘Omdat ik geloof in de mens, in de menselijke aard. Het heeft voor mij geen enkele zin om de cynicus uit te hangen, om het geloof in onze goede bedoelingen op te geven, om te denken dat we het met z’n allen niet een beetje beter zouden kunnen doen. Dan zou ik geen redenen meer hebben om films te maken.’
Bent u een dromer?
‘Ja, ach, dromer, naïeveling…’
Excuus. Ik bedoel iemand die hoopvolle vergezichten ziet en die voor ons uittekent.
‘Ik zie de mogelijkheden en de kracht van verandering. Dat is de reden waarom ik films maak. Toen ik in 2015 Much Loved maakte, kreeg ik doodsbedreigingen, zes maanden lang. Niemand in Marokko wilde over sekswerkers praten. Ze bestonden zogenaamd niet. Dus mochten ze in mijn film ook niet bestaan. Twee, drie jaar later, en nu nog steeds, praten we over ze in de media. We horen hun verhalen, de verhalen van de organisaties die hen helpen. Weegt dat op tegen wat heftige reacties? Het lijkt me wel.’
Voldoende filmmakers menen dat niet de kunst, maar politiek en economie de wereld veranderen. Bewijst u hun het tegendeel?
‘Natuurlijk verandert kunst de wereld. Dat leerde ik toen ik jong was, in het kleine cultuurcentrum in mijn dorpje, Forum des Cholettes. De eerste film die ik daar zag, was Modern Times van Charlie Chaplin, een satire op het moderne leven, maatschappijkritisch. Dat was het begin van mijn filmopvoeding.
‘De kracht van cinema, en van kunst in het algemeen, is dat wij, makers, niet zoals politici vastzitten aan een termijn van een paar jaar. Wij blijven. En ons werk blijft, zelfs als wij er niet meer zijn. Je kunt een film vijf, tien, twintig jaar later herzien, en je blik en mening kunnen zomaar radicaal zijn veranderd.’
Ayouch is geboren en opgegroeid in een buitenwijk van Parijs. Hij woont sinds 1999 in Casablanca en is getrouwd met collega-filmmaker Maryam Touzani, met wie hij de scenario’s van zijn laatste drie films schreef, inclusief Everybody Loves Touda.
Het is mei 2024 als we elkaar spreken. Hij is daags na de première van Everybody Loves Touda op het filmfestival van Cannes neergestreken op een rustig dakterras, ver verwijderd van het festivalrumoer (de interviewtape staat vol vogelgekwetter). Hij oogt ontspannen, neemt de tijd voor zijn antwoorden.
Op een vraag of hij zich sinds Much Loved tegenwoordig vlak na een première schrap zet voor mogelijke nieuwe hevige reacties, reageert hij laconiek. ‘Reacties zijn niet te regisseren. Helemaal niet als ze afkomstig zijn van mensen die de film niet hebben gezien.’ Grijnzend: ‘Ik hoop wel dat het deze keer anders is dan toen.’
Het was deze keer inderdaad anders. Everybody Loves Touda werd door de Marokkaanse Oscarcommissie ingezonden om mee te dingen in de categorie beste internationale speelfilm. (De film werd uiteindelijk niet genomineerd.)
In de film wordt shikha gebruikt als scheldwoord voor prostituee, maar in de 19de eeuw werden de shikhat (meervoud van shikha) juist beschouwd als heldinnen. Hoe zit dat?
‘Het was toen verboden voor vrouwen om in het openbaar te zingen. Een zeer moedige vrouw, Kharboucha, waagde het destijds om een protestlied te zingen tegen een Qaid, een van de machtigste heersers van het land. Die Qaid werd verliefd op Kharboucha. Hij droeg haar op om voor hem te zingen, als zijn persoonlijke muzikant. Toen ze weigerde, heeft hij haar volgens de legende…’ – hij zoekt oogcontact met zijn tolk en overlegt kort in het Frans over de juiste vertaling van ‘levend ingemetseld’.
Waar het op neer komt: Kharboucha werd een martelaar. ‘Ze gaf kracht aan andere vrouwen om de traditie tot op de dag van vandaag voort te zetten en de aita in leven te houden.’
De aita zijn de liederen die de shikhat zingen. Wat moeten we over de aita weten om uw film op waarde te schatten?
‘De aita ontstonden onder mannelijke vertellers die elkaar eeuwen geleden in hun dorpen verslag uitbrachten van politieke twisten en allerhande nieuws uit de regio. In elk dorp was er iemand die op basis van die verhalen vijf, zes tekstregels schreef. Die regels werden meegenomen naar een volgend dorp, en een volgend dorp, enzovoort. Uiteindelijk vormde die reizende poëzie een aita. Het zijn volwaardige verhalen, het kan wel drie kwartier duren om ze te zingen.
‘Vooral tijdens de kolonisatie van Marokko groeiden de shikhat uit tot vrouwen met groot aanzien. Ze droegen met hun poëzie de stem en de ziel van het land. Toen de Fransen en Spanjaarden de dienst uitmaakten in Marokko, zongen zij vanuit de bergen liederen waarin ze waarschuwden voor de komst van de kolonisator. Ze waren onlosmakelijk verbonden met de Marokkaanse onafhankelijkheidsstrijd. Heldinnen, inderdaad.’
Waar ging het mis met de status van de shikhat?
‘Hier schuilt de grote droefenis van dit verhaal. In de jaren vijftig, zestig en zeventig van de vorige eeuw togen ze noodgedwongen naar de steden, omdat de armoede op het platteland sterk toenam. In de film maakt Touda een vergelijkbare stap. Noodgedwongen zongen ze in cafés en nachtclubs, plekken waar geld rondgaat en alcohol wordt geschonken. In de ogen van veel mensen werden deze vrouwen vanaf toen beschouwd als prostituees in plaats van artiesten. Met mijn film wil ik tegen die mensen zeggen: shikhat is geen scheldwoord, het zijn kunstenaars.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant