Home

‘Voorzichtig adviseren’, met de beste bedoelingen, gebeurt zelden bij kinderen van hoogopgeleiden

Een vroegere collega-journalist die enkele jaren geleden in het basisonderwijs is gaan werken, liet mij de schooladviezen zien van zijn groep-8. Van zijn twintig leerlingen kregen er drie een vwo-advies, drie havo/vwo, vijf havo, drie vmbo-t/havo en zes vmbo. Een uitzonderlijk resultaat voor deze school in Amsterdam-West. Geen van de twintig kinderen heeft een Nederlands klinkende naam.

Hoe deze leraar dit voor elkaar kreeg? Door zijn leerlingen zo veel mogelijk te leren; erop te vertrouwen dat je vooruitgang boekt met systematisch oefenen. Door geen enkel kind zielig te vinden, kinderen zelfvertrouwen te geven en te verzekeren dat ze voor niemand onderdoen. Een oeroud recept: hoge verwachtingen hebben van álle leerlingen; niemand onderschatten op grond van de thuissituatie. Dat klinkt simpel, maar het vergt inspanning en tegendraadsheid. Mijn oud-collega haalde inspiratie uit zijn eigen jeugd; voor hem sprak het niet vanzelf dat hij zou gaan studeren.

Onlangs publiceerde bureau Scaliq een onderzoek van Femke Hovinga, (On)gelijke start, waaruit blijkt dat 50 procent van de onderzochte 13-jarigen met een Arabische achternaam een half schoolniveau lager was ingeschaald dan leerlingen met eenzelfde intelligentie en een Europees klinkende achternaam.

Over de auteur
Aleid Truijens is schrijver en recensent en columnist voor de Volkskrant. Ze schreef romans en biografieën over F.B. Hotz en Hella Haase. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit.

Opmerkelijk, want de laatste jaren zijn onderzoekers het erover eens dat niet migratieachtergrond maar opleidingsniveau en inkomen van ouders de belangrijkste factoren zijn van kansenongelijkheid: kinderen van hoogopgeleide en rijke ouders hebben, bij gelijke prestaties, meer kans op een havo- of vwo-advies; óók onrechtvaardig. Dat Hovinga toch onderschatting op grond van herkomst vond, is verklaarbaar: zij keek naar intelligentie, niet naar schoolprestaties, die immers het resultaat zijn van een schoolopleiding die wellicht niet alles uit kinderen heeft gehaald. Vorig jaar stelde Hovinga in haar onderzoek (On)gezien vast dat hoogbegaafdheid bij leerlingen met een migratieachtergrond vaak niet wordt ontdekt.

Ook al is van racistische motieven geen sprake bij onderadvisering, iedere vorm van belemmering van kinderen op grond van hun milieu blijft schrijnend. De groeiende maatschappelijke kloof is niet de schuld van de leraar, maar het ontkennen van de rol van het schooladvies helpt niet. Een voorbeeld was afgelopen weekend te lezen in De Correspondent: een interview met basisschoolleraar Harmen Eikema, die zich ‘niet herkent’ in het beeld dat leraren onbewust discrimineren door de thuissituatie te laten meewegen, maar vervolgens laat zien dat dit gebeurt. Op zijn school hebben ze ‘een beetje een allergie’ voor ‘kansrijk adviseren’. Er bestaan volgens hem geen ‘hoge’ of ‘lage’ adviezen, alleen passende: ‘Misschien is de kans op succes groter als een leerling eerst vmbo-tl gaat doen en daarna havo, dan wanneer een leerling begint op de havo, terugstroomt naar vmbo-tl en dan gedemotiveerd raakt.’

Dit ‘voorzichtig adviseren’, met de beste bedoelingen, gebeurt zelden bij kinderen van hoogopgeleiden. Onderadvisering werkt als een selffulfilling prophecy. ‘Stapelen’ is in de praktijk moeilijk en de kans dat onderschatte leerlingen de motivatie verliezen en afhaken is groot. ‘Hoge’ en ‘lage’ opleidingen bestaan in werkelijkheid wél, ontken dat niet. Er zijn helaas enorme verschillen tussen opleidingsniveaus, in inkomen, gezondheid en levensverwachting.

Waarom de ‘passende’ toekomst van kinderen vastpinnen? Zo blijft het onderwijs zijn rol als ‘vakkenvuller voor een ongelijke samenleving’, zoals hoogleraar kansengelijkheid Louise Elffers het noemt, braaf vervullen. Leerlingen later selecteren, brede brugklassen instellen en differentiëren naar talent zijn volgens de Onderwijsraad waarvan Elffers voorzitter is, bewezen manieren om eerlijker kansen te bieden. Helaas wil geen regering daarvan weten. ‘Hoeveel onderzoek is er nog nodig voordat de stap eindelijk wordt gezet?’, verzuchtte Elffers onlangs in een interview. Klassen met leerlingen uit allerlei buurten en met allerlei achternamen, hoe mooi zou het zijn.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next