‘De huizenprijzen in Amsterdam stijgen 8,7 procent dit jaar’, leest mijn partner hardop uit de krant. ‘Worden we weer rijker. Zonder er iets voor te hoeven doen.’ Het is nog vroeg in de ochtend; te vroeg voor morele dilemma’s wat mij betreft, maar hij heeft er zin in. Want hoeveel mensen zijn er niet als wij? Die jaren terug − met hangen en wurgen weliswaar − een eigen woning kochten.
En vervolgens ‘slapend’ hun vermogen zagen groeien tot proporties waarvan ze zich nooit eerder een voorstelling hadden kunnen maken. Mensen die, net als wij, links georiënteerd zijn, solidair dus met minder fortuinlijke anderen. Wat nou als vijfhonderd of duizend van die mensen 20 duizend of 30 duizend euro (of meer) uit hun overwaarde opnemen en in een fonds stoppen waarmee we nieuwbouw realiseren voor woningzoekers zonder vermogen?
Hij glundert. Het is duidelijk geen gedachtenexperiment. Hij wil zelf wel het initiatief nemen. En ik − zelfstandige zonder pensioen, afkomstig uit een gezin waar een begrip als ‘vermogen’ sowieso iets voor ‘de hogere klasse’ was − begin meteen te sputteren. Wat als ik minder opdrachten krijg? Of ziek word? Ik voel me juist zo veilig door dat vermogen. Dat laatste zeg ik niet hardop, aanvoelend dat ik mezelf daarmee definitief verraad als kapitalistische kleinburger. ‘Wij hebben echt genoeg’, zegt mijn partner, ‘ik vind dat we moeten delen.’
Hoe solidair ben ik eigenlijk? Ik heb het niet over geld doneren aan OxfamNovib, Amnesty International, The Rights Forum of Artsen zonder Grenzen. Dat doe ik wel. Ik demonstreer tegen onrecht. Mijn literaire werk staat bekend als ‘geëngageerd’. Maar als het om écht delen gaat, is ‘de markt’, met zijn egoïsme en ideologie van ieder voor zich, inmiddels ook niet in mij gekropen?
Over de auteur
Christine Otten is schrijver en gastcolumnist van de Volkskrant. Zij vervangt deze week Thomas van der Meer. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Laatst sprak ik een man van ver in de 90. Hij is actief in de Nivon, een van oudsher sociaaldemocratische club van natuurliefhebbers, met eigen huizen in de natuur waar je voor een schijntje kunt logeren (dankzij bijdragen van de leden). Als jochie ging hij met zijn vader langs de deuren om geld op te halen voor de woningbouwvereniging, waarmee fatsoenlijke huizen voor arbeidersgezinnen werden gebouwd. Iedereen die iets kon missen, deed mee. Uit de verhalen over mijn (over)grootouders weet ik dat er geld werd opgehaald voor alles en iedereen, dienstweigeraars, scholing, kranten, uitgeverijen, bibliotheken, toneelclubs en -uitvoeringen, culturele verenigingen waarin ze zelf actief waren.
De Nivon werd met geld uit eigen kring (vakbonden en sociaaldemocratie) opgericht voor scholing en culturele vorming van arbeidersmensen omdat de ‘burgerlijke vorming, voornamelijk individuele belangen en behoeften dient’. Zo organiseerde je solidariteit. En betrokkenheid. Eigenaarschap.
Dit gaat niet over nostalgie. In het naoorlogse Nederland nam de overheid (mede onder druk van de sociaal democratie) de burger steeds meer taken uit handen, woningbouw, zorg, cultuur, natuurbeheer, om maar eens wat te noemen. Dat heette vooruitgang en dat wás het ook. Deels. Want tegelijkertijd werd daarmee ieders directe betrokkenheid en inbreng geminimaliseerd; die kwam steeds meer in handen van professionals die ervoor hadden ‘doorgeleerd’. In feite boetten ‘gewone’ burgers in op autonomie en zeggenschap, al leek het tegenovergestelde waar door de ontzuiling en toenemende welvaart. Onderlinge solidariteit leek steeds minder nodig.
De daarop volgende neoliberale ‘vermarkting’ van alles wat los en vast zat, waaronder woningbouw (en -distributie), perste misschien wel het laatste restje solidariteit uit de samenleving, en dus ook uit onszelf. ‘Zorg dat iedereen een eigen huis bezit, en het verzet tegen het kapitalisme verstomt’, wist Margaret Thatcher, oud-premier van Groot-Brittannië, al.
Met alles wat er op ons afkomt qua bezuinigen, uitholling van de democratie, oorlogsdreiging en toenemende sociale ongelijkheid, lijkt het een goed idee ons opnieuw te bekwamen in solidariteit. Echte, onderlinge solidariteit. Los van de overheid. En van de markt. In buurten, verenigingen, coöperaties en andersoortige organisaties. Het goede nieuws bij alle ellende is dat we daarmee de regie op veel vlakken van het leven terug (kunnen) pakken. Misschien wel verstandig om tegelijkertijd óók cursussen ‘Hoe haal ik het kapitalisme uit mezelf’ te ontwikkelen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant