Defensie staat voor ‘wellicht de grootste veranderopgave’ sinds het opschorten van de dienstplicht (in 1997) en de invoering van een beroepsleger. Dat schrijft staatssecretaris van Defensie Gijs Tuinman aan de Tweede Kamer over de ambitie van het kabinet de krijgsmacht snel uit te breiden met tienduizenden reservisten.
is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.
Defensie zit al volop in de omslag van een krijgsmacht die vooral op stabilisatiemissies gericht was naar één die zich weer richt op de hoofdtaak: verdediging van het eigen grondgebied en dat van Navo-bondgenoten. Dat vraagt niet alleen om een permanent inzetbare krijgsmacht, maar ook een die in oorlogstijd snel kan worden uitgebreid. Tuinman spreekt van een ‘schaalbare organisatie’, die zo nodig snel kan omschakelen van vredesorganisatie naar oorlogsorganisatie.
Tuinman hoopt de nieuwe organisatie in 2030 of eerder klaar te hebben en gevuld met aanvankelijk ongeveer 100 duizend mensen (nu 75 duizend): beroepsmilitairen, reservisten (vaak in deeltijd) en burgerpersoneel. ‘Een verdere opschaling en mobilisatie van het personele bestand is noodzakelijk in geval van een crisis- of oorlogssituatie of in de aanloop daar naartoe’, schrijft Tuinman. Dat zal een nieuwe kabinetsbesluit vergen.
Over de precieze invulling ontstaat pas later dit jaar duidelijkheid, maar voor nu schat Defensie grofweg in ‘dat het noodzakelijk zal zijn over een oorlogsorganisatie te beschikken met een capaciteit van maximaal 200 duizend mensen’, meer dan tweeëneenhalf keer het huidige aantal mensen – en vooral extra reservisten. Veel van die extra capaciteit zal nodig zijn om in Nederland taken te verrichten, zoals hulp bij verplaatsing van militairen en materieel van bondgenoten en ‘alles wat nodig is voor de territoriale verdediging binnen Nederland, inclusief bescherming van vitale infrastructuur, logistiek, bevoorrading’.
De beroepskrijgsmacht wordt uitgebreid met een ‘omvangrijke flexibele schil van mobilisabele eenheden’, vooral bestaande uit reservisten. Tuinman benadrukt dat herinvoering van de ‘opkomstplicht’ wat hem betreft niet nodig zal zijn, maar hij doet tegelijkertijd een beroep op de hele maatschappij om te zorgen dat er genoeg rekruten en reservisten komen.
Dit roept twee grote vragen op: hoe wil defensie al dat extra personeel gaan werven in een krappe arbeidsmarkt en wie moet deze mensen gaan opleiden en vervolgens (als ze reservist worden) regelmatig trainen? Het antwoord luidt, kort samengevat, door de zaken onorthodoxer en minder voorzichtig aan te pakken dan tot dusver. Dat betekent dat het gat in opleidingscapaciteit ook gevuld gaat worden door ‘capaciteit uit de huidige organisatie de opdracht te geven om militairen op te leiden’. Dat dit pijn gaat doen, erkent Tuinman met de vervolgzin dat dit ‘zo weinig mogelijk’ ten koste mag gaan van de Navo- en andere verplichtingen.
Bestaande kleinschalige initiatieven om meer personeel te werven worden ingeruild voor een grootschaliger aanpak. Om genoeg reservisten te krijgen die in oorlogstijd een groot deel van de binnenlandse taken moeten verrichten, komen er zogeheten ‘weerbaarheidstrainingen’ die veel korter duren. Defensie zal pogen meer studenten te strikken voor deze weerbaarheidstrainingen. Ook wordt burgers bij Defensie en oud-militairen gevraagd reservist te worden. Het ministerie wil ‘grootschalig’ afspraken gaan maken met bedrijven, maar dat vereist (zoals veel van de plannen) ‘nadere juridische uitwerking’.
Het vrijwillige dienjaar voor jongeren wordt sneller uitgebreid, dit jaar al naar 1.500 personen. Ook komt er vanaf dit najaar een ‘op een brede groep jongeren gerichte’ enquête voor personen van 18-27 jaar. Medewerking is nu nog vrijwillig, maar Tuinman schetst hoe dit wervingsmiddel steeds verplichtender kan worden: verplicht reageren, verplicht ingaan op gespreksuitnodiging, verplichte deelname aan selectie en keuring.
Dick Zandee, defensiespecialist van Instituut Clingendael, ziet de brief als een aankondiging van ‘een set overbruggingsmaatregelen op weg naar een nieuwe vorm van opkomstverplichting op termijn’. Defensie baseert zich vooralsnog op vrijwilligheid, zegt Zandee, ‘maar om op te schalen naar 200 duizend militairen en reservisten wordt verplichte opkomst onvermijdelijk’.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant