Het aantal meldingen van euthanasie na psychisch lijden is in 2024 flink toegenomen. Aan 219 mensen is euthanasie verleend vanwege één of meerdere psychische aandoeningen. Dat is een stijging van ruim 60 procent vergeleken met een jaar eerder.
Dat blijkt uit het jaarverslag van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE). In 2023 waren er nog 138 euthanasiemeldingen van patiënten met psychische aandoeningen, de twee jaar daarvoor lagen de meldingen iets lager.
In 2024 overleden in totaal 9.958 personen na euthanasie. Dat was een stijging van 10 procent vergeleken met 2023, toen het om 9.068 meldingen ging. Daarmee wordt de stijging van de afgelopen jaren voortgezet. In 5,8 procent van de sterfgevallen in 2024 was er sprake van euthanasie.
Artsen verlenen het vaakst euthanasie bij patiënten met ernstige lichamelijke aandoeningen. 8.593 patiënten die hun leven op verzoek beëindigden, hadden bijvoorbeeld kanker, Parkinson of een longziekte. In de restgroep van 15 procent zitten andere redenen voor euthanasie, zoals dementie, een stapeling van ouderdomskwalen of psychische klachten.
90 procent van de personen aan wie in 2024 euthanasie is verleend, is ouder dan zestig jaar. Een groep van 663 personen is tussen de vijftig en zestig jaar oud (6,5 procent). 325 personen jonger dan vijftig jaar (ruim 3 procent) overleden in 2024 na euthanasie.
In die categorieën valt de grote stijging bij psychische klachten het meeste op. De RTE registreert alleen het aantal meldingen van euthanasie en beoordeelt of de aanvragen correct zijn beoordeeld. De organisatie geeft geen verklaring voor de stijging van het aantal euthanasiemeldingen in het algemeen of van de gecontroleerde levensbeëindigingen na psychische klachten in het bijzonder.
Wetenschappers doen in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid wel onderzoek naar de stijging. De resultaten van dat onderzoek worden in 2026 verwacht.
Volgens belangenorganisatie Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE) laat de stijging laat zien dat de mogelijkheid van euthanasie steeds meer geaccepteerd is in de maatschappij.
"De stijging bij patiënten met psychische aandoeningen kan ook te maken hebben met die bredere acceptatie", zegt een woordvoerder van de NVVE tegen NU.nl. Die acceptatie zit voor een deel ook bij de psychiaters die een verzoek tot euthanasie moeten beoordelen. "Psychiaters zijn het langzaam maar zeker als onderdeel van hun beroep gaan beschouwen."
De woordvoerder wijst erop dat de euthanasiewet uit 2002 zelf geen onderscheid maakt tussen lichamelijke en psychische aandoeningen. Artsen of psychiaters moeten na een euthanasieverzoek beoordelen of er sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden. "Maar over het algemeen is dat bij een lichamelijke ziekte makkelijker te beoordelen dan bij een psychische ziekte."
De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie laat aan NU.nl weten geen verklaring te hebben voor de stijging van euthanasiemeldingen na psychische aandoeningen. De beroepsvereniging herkent wel dat psychiaters steeds meer kennis hebben over psychiatrie.
Zo biedt het Expertisecentrum Euthanasie ondersteuning aan psychiaters die vragen hebben na een euthanasieverzoek van een patiënt. Psychiaters kunnen ook bij het Expertisecentrum terecht voor nascholing. En ook daarbuiten delen artsen en psychiaters kennis met elkaar over het beoordelen van euthanasieverzoeken.
Source: Nu.nl algemeen