Een trekker op Rottumerplaat. Daarachter een kar en daarin de mensen. Op hoge banden gaan ze door het niemandsland, de meeuwen schreeuwen, het is afgaand tij. De trekker neemt grommend de kuilen van de kwelder, trekt sporen in het bleekwitte zand en de mensen zitten op hun knappe kuipstoeltjes van lichtgrijs kunstsuède.
Jan, die de trekker rijdt, was erbij om de troep op te ruimen nadat de MSC Zoë z’n containers had verloren, en die aangespoelde kuipstoeltjes zaten lekker, dus bleven ze hier. Ze horen nu bij Rottumerplaat, net als de felgeel-met-paarse My Little Pony’s in de woonkamer van het dienstgebouw, triomfantelijk op de boekenkast.
Omdat het een verboden eiland is waar bijna niemand komt, blijft veel wat aanspoelt liggen. Dus zwermen wij vrijwilligers elke dag van de werkweek uit met lege oranje wasmanden, en keren terug met volle. In bigbags wordt het vuilnis later naar de wal gebracht.
Op het oog is Rottumerplaat maagdelijk terrein van geboorte en sterven, van eb en vloed, van komen en verdwijnen, maar tegelijk duikt overal het eeuwige op.
Uiteengerafeld vistuig is het ergst, zegt Jan: het strikt de vogels tot een ellendige dood. Scheepstrossen komen uit het duin vandaan, emmers, werkhandschoenen, petflessen, lappen onherkenbaar kunststof. Het doel ervan is allang vergaan, de lappen niet.
In een wereld waar wegwerpen de norm is, ligt Rottumerplaat er wat hulpeloos bij. Het is gewend aan kadavers die stinkend vergaan, gewichtsloze botjes en schedeltjes vormen met de schelpen een krakend tapijt; soms steken dode vleugels in een laatste krachtsinspanning uit het zand.
Het verse lijk van een zeehond, met zand bestoven door de wind maar herkenbaar aan de zachte lijnen. Het uitgebeten karkas van een dwergvinvis waar wetenschappers jarenlang camera’s op richtten om de ontbinding vast te leggen. Ze noemden hem Godfried.
De dood is deel van het leven, plastic niet.
Opruimen is onbegonnen werk: elke dag, elke duinafslag, elk vloedmerk brengt nieuw materiaal. Het spoelt aan, stroomt door de kwelderkreken mee het eiland in, waait de zeereep op. Houdt zich schuil in de wortels van het helmgras.
Je krijgt er andere ogen van. Lege emmer Oliehoorn currysaus, schoenzool, tube, dopje, feestballon. Een doodsballon ter ere van een overleden vriend; het briefje bungelt er nog aan.
Parozone Bleach, Industrial Strength, High Action. Hardener PR 610 TCF van Philadelphia Resins Co.
Met een oranje mand over het eiland gaan maakt het niet minder hopeloos; tot in onze lichamen is de kunststof doorgedrongen. Maar het is wel een manier om de leegte van het eiland te begrijpen.
Gewoon op het duin klimmen en dan kijken naar de kromming van de stuifdijk en de opgewonden scholeksters geeft nauwelijks houvast. Troep opruimen wel. Net als vogels tellen en determineren – er is een kneu gezien, een blauwe kiekendief. En anders gaan we beitelen en zagen om de dienstgebouwen te redden van de ondergang. De afwas doen. De trekker tanken. De noodgenerator aanzwengelen, een oude Lister die ploffend tot leven komt.
Niets doen grijpt je naar de keel omdat het eiland onbegrijpelijk is. Henk, de wadloopgids, vertelt hoe een klant in paniek raakte van het grote platte wad, overal horizon met die blauwe stolp eromheen. Het trekt de benen onder je weg.
Rottumerplaat beweegt terwijl je stilstaat, de aarde draait en meteorieten door de nachthemel schieten.
De schreeuwende meeuwen, wat schreeuwen ze. Opkomend water, waar komt het vandaan.
Dan kun je maar beter iets nuttigs gaan doen: plastic ruimen, foto’s maken, de eieren tellen in het nest van de grauwe gans die briesend opstijgt uit het lange gras. Een nest van helm, zonder bouwtekening in elkaar gezet.
Komt Jan alweer aanlopen met een ballon, linten er nog aan. ‘Het houdt niet op’, zegt hij, ‘ons luxe leventje heeft dit kennelijk nodig.’
Koffie jongens, Thomas heeft koffie gezet.
Daarna kijken we ademloos naar de zeearend, die daarboven kalm z’n rondjes draait. We staan op het dijklichaam van Rottumerplaat, dat is versterkt met zwarte kunststof matten die nooit zullen vergaan.
Plastic houdt dit eiland op z’n plaats.
Over de auteur
Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns