Rituelen kunnen helpen om te ontsnappen aan de ruis van alledag. Maar welke rituelen zijn nog over in deze hectische tijd? De zondag zou er eentje kunnen zijn: het ideale moment voor diepere reflectie.
Door Joost de Vries
Illustraties Olivier Heiligers en Telma Lannoo
Als je Byung-Chul Han over straat zou zien lopen, en je zou nog nooit in je leven van Byung-Chul Han gehoord hebben, zou je naar alle waarschijnlijkheid alsnog denken: kijk, die meneer is vast een Duits-Koreaanse filosoof!
Het is de vibe. Op elke foto draagt hij zwarte kleding, altijd een lange slanke shawl. Haar in een knotje. Je zou ook kunnen denken dat hij een schilder is die alleen monochroom non-figuratief werkt, of een restaurant heeft waar elk gerecht van algen is gemaakt.
De kans is overigens groter dat je hem niet over straat zou zien lopen, want Han (1959) leeft notoir teruggetrokken. Hij werkt ’s nachts in zijn appartement in Berlijn, slaapt overdag. Hij schrijft maar drie zinnen per dag en besteedt zijn tijd het liefst aan zijn planten. Tenminste, dat is het weinige dat hij over zijn leven vertelt in zijn zeldzame interviews.
Je kent zijn werk wel, ook als je het niet kent. Zijn ideeën over hoe je als mens overeind kunt blijven in de onophoudelijk snelle, individualistische, gemediatiseerde 21ste eeuw ben je het afgelopen decennium ongetwijfeld tegengekomen. Een heel cohort aan essayisten, columnisten, podcastmakers en mindfulnessgoeroes plundert zijn werk naar hartenlust.
Hans bekendste boek is De vermoeide samenleving (2014), waarin hij onze burn-outcultuur analyseert. Centrale these: omdat ons neoliberale gedachtegoed ons heeft wijsgemaakt dat we in een meritocratie leven en dat succes een keuze is, zijn we ons falen persoonlijk gaan nemen. Van een baas die schreeuwde ‘Je moet het!’ zijn we tegen onszelf gaan roepen ‘Je kunt het!’. Onze uitbuiting is vrijwillige zelfuitbuiting geworden.
In elk boek daarna, wereldwijd vertaald, werkt hij dat idee verder uit. We willen zo graag succesvol zijn dat we niet meer met verlies en pijn kunnen omgaan en daarom hebben we een ‘palliatieve sluier’ over onze levens getrokken, van roes en achteloos vermaak, om niet te hoeven nadenken. We leven in een ‘infocratie’. We worden overspoeld door informatie die we niet kunnen bijbenen op technologische gadgets die we niet snappen. Onze wereld verkeert in een permanente versnelling, en we weten niet meer hoe we moeten afremmen. ‘We lijken steeds meer op die actievelingen die rollen zoals een steen rolt, ze gehoorzamen de domheid van de mechanica’, opent hij zijn Vita contemplativa (2023).
Dus, stel, als je hem over straat zou zien lopen, wat zou je dan denken dat hij denkt?
Waarschijnlijk, gok ik, iets als: ‘Rituelen zijn symbolische handelingen. Ze representeren de waarden en de orde die een gemeenschap dragen en leveren ze over.’
En: ‘We kunnen rituelen definiëren als symbolische technieken om ergens in thuis te raken. Ze veranderen het in-de-wereld-zijn in een thuis-zijn. Ze maken van de wereld een betrouwbare plaats. Ze zijn in de tijd wat een woning in de ruimte is. Ze maken de tijd bewoonbaar.’
Er was ooit zoiets als zondag, met alle winkels gesloten, alle kerken open, en wie niet naar de kerk ging verveelde zich passend
Waarschijnlijk loopt Han te fronsen. Want het gaat niet goed met onze rituelen. Dat is de strekking van zijn nieuwvertaalde (door Mark Wildschut) boek Over het verdwijnen van rituelen.
Rituelen zijn symbolische handelingen die bestaan bij de gratie van het begrijpen van die symbolen. Ze veronderstellen dus een gedeelde kennis, gedeelde waarden en tradities. Het volkslied. 2 minuten stilte. Ringen op een huwelijk.
‘Maar’, concludeert Han, ‘de wereld vandaag is bijzonder arm aan symboliek.’
Want steeds minder symboliek wordt begrepen. Gemeenschappelijke kennis verwatert. Maatschappijen vallen in minderheden uiteen. In ons streven naar authenticiteit en individualiteit zijn we onze gemeenschapszin verloren. Die versnippering is ons mede opgelegd door commerciële partijen, die ons als individuen producten kunnen verkopen die we als groep niet nodig zouden hebben. Vandaag de dag betekent het adjectief ‘ritueel’ eerder sleets, ouwelijk, verplicht.
Er was ooit zoiets als zondag, met alle winkels gesloten, alle kerken open, en wie niet naar de kerk ging verveelde zich passend. Maar nu zijn alle kerken leeg, alle winkels bomvol en niemand die zich een seconde verveelt.
Volgens Han is onze ‘symbolische waarneming’ van het leven vervangen door een ‘seriële waarneming’. Hij bedoelt dat we niet meer stilstaan bij de kennis die we bezitten, maar dat we ons continu haasten naar een steeds grotere opeenstapeling (‘serieel’) van nieuwe kennis en nieuwe informatie. We schieten ‘van het ene brok informatie naar het volgende, van de ene belevenis naar de volgende, van de ene sensatie naar de volgende, zonder ooit tot een afsluiting te komen’.
Een voorbeeld zijn de tv-series die we bingen of comakijken. Dat doen we niet (alleen) omdat we ze interessant vinden, maar omdat we ze uit de weg gewerkt willen hebben, omdat er nog zo’n grote playlist aan series op ons staat te wachten die we ook nog moeten zien. Seriële waarneming kent zodoende geen begin en geen eind. Ze gaat continu door, en markeert daarom niks in onze tijd.
Byung-Chul Han, Over het verdwijnen van rituelen, vertaald door Mark Wildschut. De Nieuwe wereld/ Ten Have, 128 blz.
Han schrijft: ‘De tijd mist vandaag de dag een stevige grondvesting. Hij vormt geen huis, maar een onbestendige stroom. Hij valt uiteen in een pure opeenvolging van punctuele nu-momenten.’
Hij bedoelt: ‘nu-momenten’ zijn acuut, maar een ritueel is iets dat buiten de tijd staat, omdat het de pretentie heeft tijdloos te zijn. Het suggereert dat we dit altijd zo deden, en altijd zo zullen doen.
Han schrijft: ‘De toenemende atomisering van de samenleving krijgt ook vat op de gevoelshuishouding. Er worden steeds minder vaak gemeenschapsgevoelens gevormd.’
Hij bedoelt: rituelen zijn gebeurtenissen waarin iedereen een vaststaande rol speelt. Die rol heeft niets te maken met wie je bent of hoe je in het leven staat. Rituelen staan zodoende haaks op identiteitspolitiek (Hans ‘atomisering’). Wie aan een ritueel meedoet, legt zijn individualiteit voor de duur van een ritueel af. Zo ontstaat een symbolische gemeenschap. Als je op 4 mei om 2 over 8 het volkslied zingt, zing je dat niet als particulier persoon. Je zingt het als Nederlander.
Byung-Chul Han denkt na over de vragen die iedereen kent die het gevoel heeft dat de wereld, zoals je dan zegt, steeds sneller lijkt te draaien
Bij rituele handelingen zijn gevoelens betrokken, maar die gevoelens richten zich niet op het individu. Ze zijn collectief. Het voor de hand liggende voorbeeld is het rouwritueel: ‘de rituele gemeenschap vormt een lichaam’, schrijft Han. Iedereen die weleens uit beleefdheid op een uitvaart van een aangetrouwde oom of verre collega is geweest, kent het gevoel vast door zijn eigen warme tranen overvallen te worden. Je ziet het verdriet van het gezelschap, en betrekt dat ook op jezelf – hun sentiment raakt jouw sentiment. De afstand vervalt. Het gevolg is dat je je lijfelijk onderdeel van de gemeenschap voelt.
Nu is Han er de filosoof niet naar de rituelen concreet te benoemen, dus je moet ze zelf verzinnen. Bruiloften en uitvaarten dus, 4 en 5 mei, de opening van het academisch jaar, het uitwisselen van vaantjes voor een voetbalwedstrijd. De lampionnen op Sint-Maarten. Waarschijnlijk alles dat met kerken en het koningshuis te maken heeft.
Het klinkt abstract – en dat is het ook. Maar in feite denkt Han na over de vragen die iedereen kent die het gevoel heeft dat de wereld, zoals je dan zegt, steeds sneller lijkt te draaien. Hoe markeer je de tijd? Waarin vind je houvast?
Weet je waar je geen houvast in vindt? In onze spullen.
Vergelijk de rol van rituelen in ons leven met de dingen in ons huis, zegt Han. Je eettafel, je schemerlamp, de zachte stoel naast je gaskachel. Als er een stop is doorgeslagen, kun je in het pikkedonker door je huis lopen zonder tegen ze aan te lopen.
Volgens Hannah Arendt ‘stabiliseren’ de dingen het menselijk leven. Ze geven het bestaan een zekere ‘houdbaarheid’ omdat ze de ‘snelle verandering van het natuurlijke leven trotseren’. Wat Arendt bedoelt, is dat ons leven met allerlei onzekerheden gepaard gaat. Maar de dingen zijn zeker. Ze staan op hun plek. ‘Ze treden de telkens veranderende mensen met gelijkblijvende vertrouwdheid tegemoet.’
Het probleem is dat de dingen ook instabiel zijn geworden. Het is niet in het beste belang van een commerciële producent dat jouw lamp eeuwig meegaat; een meubelfabrikant wil je uiteindelijk het gevoel geven dat je zachte fauteuil uit de mode is. Je moet immers blijven kopen. Technische apparaten blijven om updates vragen en je nieuwe apps en interfaces voorschotelen. De smartphone is geen ding in de zin van Hannah Arendt, zegt Han. ‘De content die dit medium levert, en die onze aandacht voortdurend in beslag neemt, is allesbehalve steeds hetzelfde. De inherente onrust van het apparaat maakt het tot een on-ding.’
Die onrust noemt Han ‘productiedwang’– in feite bedoelt hij het kapitalisme. De invloed van grote bedrijven noemt hij ‘het neoliberale regime’. Bewust ergens bij stilstaan noemt hij ‘verwijlen’. Je moet soms zelf even bedenken wat er achter de filosofenwoorden schuilgaat. Zelf moest ik denken aan de Deense film The Worst Person in the World van Joachim Trier, die een paar jaar terug een hit was. Het is een romantische, bij vlagen hilarische film die, als je hem navertelt, hopeloos verdrietig klinkt. De millennial-wat-moet-ik-met-mijn-leven?-heldin Julie gaat op bezoek bij haar voormalige geliefde Aksel, die terminaal ziek is.
Vergeef me als ik als een terugblikkende oude lul klink, zegt Aksel tegen haar, maar ik heb kanker. Je was vroeger ook al een oude lul, zegt Julie.
Het leven draaide vroeger om naar de winkel gaan, legt Aksel uit. Naar de boekhandel, naar de platenzaak, naar de comic store. Hij kan zijn ogen dichtdoen en zich de videotheek volledig voor de geest halen. Onze cultuur werd doorgegeven via objecten, zegt hij. ‘Ze waren interessant... omdat we tussen ze in leefden.’
Nu zijn albums geen cd’s meer. Ze staan op Spotify. Niemand leent nog een dvd uit, want elke film staat wel ergens op een streamer. Je kunt boeken nog in je hand met je meedragen, maar je kunt ze net zo goed als luisterboek of als e-boek tot je nemen. Cultuur neemt kortom niet meer de vorm van een vertrouwd object aan. Ze stabiliseert niet. Ze stroomt.
Over de ‘productiedwang’ van ‘het neoliberale regime’ gesproken:
Bij de inauguratie van Trump zaten ze op de eerste rij – de ceo’s, de financiers, de techbaronnen, de Musks, de Zuckerbergen, de Bezozi.
Een paar jaar terug probeerden ze nog hip te zijn, visionair, progressief. Mark Zuckerberg transformeerde zijn computernerd-uiterlijk zozeer dat hij er nu uitziet alsof hij elk moment met Goldband de Alpha-tent op Lowlands gaat platspelen. Maar nu lieten ze die pretentie los. Op de trappen van het Capitool versmolt het schandalig grote grootkapitaal onverholen met reactionair-conservatief Amerika.
Hun aanwezigheid zou een paradox moeten zijn. De techbaronnen houden de wereld onrustig stromend. Ze verdienen hun geld met compulsieve afleiding en met ‘disruptie’ van bestaande economische systemen.
Je kunt jezelf niet conservatief noemen en Trump aanmoedigen. Dan weet je niet wie Trump is, of nog stommer, je weet niet wie je zelf bent
Dit zou haaks moeten staan op conservatieve ideeën die veel Trumpstemmers erop nahouden. Hans pleidooi voor rituelen kun je met recht conservatief noemen; hij pleit voor een herkenbare wereld, waarin iedereen een vaststaande rol speelt, waarin gemeenschapszin belangrijker is dan individualisme, en gedeelde traditie belangrijker dan persoonlijke authenticiteit. Hoewel Han zich niet over politieke of cultuurpolitieke thema’s uitlaat, kan zo’n beetje iedereen met een conservatieve inslag zijn boek lezen en zijn vingers erbij aflikken.
Maar niets van wat politici als Trump doen zou je terugvinden in Hans boek. Hun ‘flooding the zone with shit’-vorm van politiek bedrijven maakt het bestaan alleen maar vloeibaarder. Je kunt niet verwijlen in Trumps wereld, want die wereld kent geen vaststaande betekenissen. Hij geeft niet om rituelen, niet om tradities, niet om monumenten, niet om de grondwet, niet om verdragen, niet om geschiedenis. Alles stroomt, alles is fluïde.
Je kunt, kortom, jezelf niet conservatief noemen en Trump aanmoedigen. Dan weet je niet wie Trump is, of nog stommer, je weet niet wie je zelf bent.
En dan heeft Han het nog niet eens over het klimaat. Geef hem eens ongelijk, want niemand wordt er vrolijk van als je over het klimaat begint. Maar omdat het klimaat onzeker is geworden, zijn de rituelen die bij het eerste natuurijs horen, bij een witte kerst, bij specifieke seizoensgroenten, onzeker geworden. Temperaturen voegen zich niet langer naar de kalender. De scherpe aftekening tussen de seizoenen vervaagt. De winterstop in het voetbal is arbitrair. Modeketens stallen in oktober braaf hun nieuw ontworpen mutsen uit, terwijl mensen buiten nog zonder jas door de winkelstraat gaan.
Maar het voorjaar komt onvermijdelijk, al was het maar omdat de voorjaarsklassiekers vast in de sportkalender staan. Ik ben eindeloos bezig op mijn Scorito-app. Het is een verslavende puzzel. Bij Scorito moet je een team wielrenners uitzoeken die bij elke koers punten kunnen verdienen.
Elke renner kost fictief geld. Je budget is beperkt. Natuurlijk wil ik Mathieu van der Poel opstellen. Ik ben een Hollandse jongen – rood, wit, blauw. Maar Mathieu is te duur dit jaar. Hij rijdt te weinig koersen. Wout van Aert is dan beter.
Ik neem het te serieus. Obsessief. Ik stel lijsten op, ik bestudeer uitslagen van voorgaande jaren. Ik denk aan mijn team terwijl mijn moeder over haar hartproblemen vertelt. Ik denk aan mijn team terwijl mijn hoofdredacteur de digitale strategie van de krant uitlegt. Ik knik ja en denk aan Tiesj Benoot.
Ik klik op de site van team Visma Lease a Bike en kijk naar de gezichten van de renners en probeer te voorspellen of dit hun jaar wordt. Wielrenners hebben zulke eerlijke gezichten. Hun idioot lage BMI zorgt ervoor dat zij dat vetlaagje missen dat oneffenheden egaliseert. Hun neuzen, hun monden, hun ogen lijken groter. Zo zagen mensen er vroeger uit, denk ik altijd. De helft van het peloton lijkt op Jacques Brel.
En toch doen de renners er niet toe. Niet voor mij, en niet voor de gemiddelde wielrenliefhebber. Want waar kijk je naar als je naar de Ronde van Vlaanderen kijkt? Ja, je kijkt naar Van der Poel, en of hij in de beklimming van de Oude Kwaremont Pogacar kan lossen. Je kijkt of Van Aert, Vlaanderens favoriete zoon, een keer kan toeslaan.
Maar niet echt dus. Want je kijkt ook als die jongens niet zouden rijden. De renners zijn inwisselbaar. Het parcours niet. Dus eigenlijk kijk je voor de Oude Kwaremont. Zoals je Omloop Het Nieuwsblad kijkt voor de Muur van Geraardsbergen, en Paris-Roubaix voor de kasseistroken van het Bos van Wallers en de Carrefour de l’Arbre.
Zondag is een mooi moment om niet te kijken naar wat nieuw is, maar om dieper te reflecteren op wat je omringt
Je zou kunnen zeggen dat hierin iets karakteristiek ritueels zit. Waar de wielrenliefhebber voor valt, is de jaarlijkse ontmoeting met die nagenoeg onveranderbare kasseienstroken. En via die plekken ontmoet hij de traditie; hij weet wat zich in het verleden op die plek heeft afgespeeld, kan vooruitkijken naar wat zich volgend jaar daar zal afspelen. Hij voelt zich thuis in de herhaling van plekken, de herkenning die ze met zich meedragen. Dit is wat een ritueel is. De herkenning ‘stabiliseert onze aandacht’, schrijft Han: ‘Verleden en toekomst worden aaneengesloten tot een levend heden. Ze zorgt ervoor dat de tijd verwijlt.’
Het is niet voor niks, kun je denken, dat de klassiekers op zondag worden gereden.
De zondag.
Han zegt heus niet dat we op zondag allemaal de kerk in moeten. Hij snapt zelf vast ook dat zijn lezers niet ineens God terugvinden omdat ze zo onrustig worden van hun iPhone. Maar is het niet toevallig, zegt hij, dat het woord religie afstamt van het werkwoord ‘relegere’: ‘nauwgezet in acht nemen’.
Eigenlijk is dat het sleutelbegrip. Vergeet rituelen. Onder Hans betoog over de teloorgang van rituelen zit een ander, belangrijker betoog verstopt, dat Han zelf allicht niet eens doorheeft. Het gaat om aandacht.
Dit is, en dan moet je oppassen niet pompeus te worden, wat er op het spel staat in dit moderne leven. Niemand kan je uitleggen waar jouw leven om draait, maar we weten wel dat het leven a) eindig is, en dus b) je tijd schaars, waardoor c) je tijd het meest waardevolle is dat je bezit en dat dus d) hetgeen waar je je tijd en aandacht aan schenkt, hetgeen is wat je leven van waarde voorziet.
Voor mij zijn essays en kritiek een vorm van verhevigde aandacht. Je ziet iets, leest iets. En je legt het daarna niet zomaar weg, op naar het volgende
Op deze manier dragen we allemaal – zoals de Zweedse filosoof Martin Hägglund dat noemt – een ‘seculier geloof’ in ons mee. Waar we in geloven, is waar we onze tijd aan besteden. Er zit geen afstand tussen waar we in geloven en de beoefening van ons geloof.
En de beoefening van een geloof noemen we overigens vaak rituelen.
Misschien staan rituelen onder druk, maar dat is dus vooral omdat onze aandacht onder druk staat. Het is de ruis van deze tijd. Altijd online zijn, altijd aangesproken worden, altijd dingen horen en jezelf daartoe moeten verhouden. Om aan dat altijd te ontsnappen kunnen rituelen helpen, maar ze zijn niet verplicht. Wie het talent heeft om zich te kunnen afsluiten, te concentreren, heeft ze niet nodig. Je kunt het anders ook afdwingen. Je router uitzetten. Je telefoon in een kluisje doen. Je kunt dat proberen in te bouwen in je week. Momenten apart zetten om uit de ‘seriële waarneming’ van het nieuws te stappen, en je toe te leggen op verdiepte waarneming. Ik zou zeggen: de Zondag is daar een mooi moment voor. Om niet te kijken naar wat nieuw is, maar om dieper te reflecteren op wat je omringt. Je zou hier, ahum, een heel krantenkatern omheen kunnen bouwen.
Een vriend van me kijkt de laatste paar uur van wielrenwedstrijden vaak terug. Dan zie ik beter wat er gebeurt, zegt hij. Voor mij – maar dat is persoonlijk – zijn essays en kritiek een vorm van verhevigde aandacht. Je ziet iets, leest iets. En je legt het daarna niet zomaar weg, op naar het volgende. Nee, je wilt het beter begrijpen. Dan kun je doen door er zelf over te schrijven, of door intelligente critici erover te lezen. Het is het nawerken of de stabilisering van de ervaring. Het is een vorm van verwijlen.
En uiteindelijk is aandacht meer dan aandacht, hoop je. Een van de meest invoelende highschoolfilms van de laatste jaren is Greta Gerwigs Lady Bird, waarin tiener Christine – ze wil Lady Bird genoemd worden – zich verzet tegen alles. Tegen haar bemoeizuchtige moeder, tegen haar brave katholieke meisjesschool, tegen haar troosteloos saaie thuisstad Sacramento. Bij haar eindexamen schrijft ze een essay waarin ze zo venijnig mogelijk uitlegt waarom ze de hemeltergend geestdodende stad zo snel mogelijk wil verlaten.
Maar dat is niet hoe haar lerares, Zuster Sarah, haar essay leest.
‘Je houdt duidelijk van Sacramento’, zegt Zuster Sarah. ‘Je schrijft er zo precies over.’
Lady Bird weet niet wat ze met het compliment moet, en haalt haar schouders op. ‘Het komt over als liefde’, zegt Zuster Sarah.
Dit maakt Lady Bird helemaal ongemakkelijk: ‘Ik denk dat ik gewoon oplet’, zegt ze.
‘Denk je niet dat die twee hetzelfde zijn?’, vraagt Zuster Sarah. ‘Liefde en aandacht?’
Dat is een beetje zoet. Maar niet minder waar. Dat aandacht het natuurlijke verlengstuk van liefde is.
Joost de Vries is schrijver en chef van Zondag. Zijn meest recente roman, Hogere machten, staat op de shortlist van de Libris Literatuurprijs.
Doortje Smithuijsen las een boek over het verdwijnen van gemeenschappelijke rituelen en ziet: de kerk is de sportschool geworden, de wierook een geurstick van Rituals. De commercie vaart er wel bij, maar hoe zit het met de mens op zoek naar verbinding?
The Worst Person in the World van de Noor Joachim Trier begint als een geestig portret van een fladderende millennial die niet kan kiezen, maar is uiteindelijk een wezenlijke zoektocht naar de scharnierpunten van het bestaan. Want welke momenten zijn nu echt beslissend?
The Worst Person in the World van de Noor Joachim Trier begint als een geestig portret van een fladderende millennial die niet kan kiezen, maar is uiteindelijk een wezenlijke zoektocht naar de scharnierpunten van het bestaan. Want welke momenten zijn nu echt beslissend?
Source: Volkskrant