Chimamanda Ngozi Adichie (We Should All Be Feminists) is altijd gevoelig geweest voor berichten over seksueel geweld. In haar nieuwe roman Dream Count móést ze erover schrijven. ‘Er is niets verborgens meer aan de ongelofelijke vrouwenhaat in de VS.’
Door Ianthe Sahadat
Illustraties Olivier Heiligers
De moeder aller comebacks, schreef The Guardian begin maart. Maar liefst twaalf jaar hebben fans erop gewacht: de nieuwe roman van Chimamanda Ngozi Adichie, Dream Count. Zelf noemt Adichie (47) het, enkele weken eerder, aan de telefoon vanuit de VS, ‘opnieuw debuteren, maar dan zonder de eerdere onbevangenheid’.
Een paar minuten daarvoor klinkt uit de laptop een wat verbaasd ‘hallo?’. Het scherm blijft grijs. Een videogesprek? Schaterlach. Daar heeft ze niet op gerekend. Het beeld floept even aan. Een make-uploze Adichie in haar huis in Baltimore, in badjas, het haar in een doek geknoopt, zwaait. Grote glimlach: ‘Dan weet je tenminste dat ik het ben.’
De Nigeriaanse bestsellerauteur heeft een popsterrenstatus. Immer gekleed in couture, het haar als sculptuur getooid, siert Adichie minstens zo vaak een cover van een modeblad als van een literaire bijlage. Haar derde roman, Amerikanah, uit 2013 – een roman, vol geestige en rake alledaagse observaties over zaken als migratie, racisme, feminisme en sociaal-economische ongelijkheid bezien vanuit een jonge Nigeriaanse vrouw in de VS – werd een wereldwijde hit.
En de auteur zelf ook. Haar Ted-talks, waarin ze haar publiek met een onaflatende glimlach een spiegel vol vooroordelen voorhoudt, The Danger of A Single Story en We Should All Be Feminists, werden miljoenen keren bekeken. De feministische lezing verscheen ook in boekvorm, werd door Beyoncé in een nummer gesampled en de slogan werd door Dior op een T-shirt gedrukt.
Maar na haar literaire hit, Amerikanah, zoals Nigerianen een veramerikaanste landgenoot noemen, kwam er geen fictie meer uit haar pen.
Chimamanda Ngozi Adichie: Dream Count. Uit het Engels vertaald door Adiëlle Westerkappel. De Bezige Bij; 496 pagina’s; € 29,99
‘Ik werd zwanger van mijn dochter, die bijna 10 is. Vanaf dat moment werkte mijn brein niet meer. Ik schreef nog wel, maar alleen non-fictie. Dat is een andere manier van schrijven, die me in staat stelt om een punt te maken. Het is niet mijn meest geliefde vorm, maar het was alsof ik de ingang naar mijn verbeeldingswereld niet meer kon vinden.’
In 2020-2021 beleefde Adichie ‘een rampjaar’: ze verloor beide ouders kort na elkaar, volledig onverwacht. Over het verlies van haar vader James, ‘een kalm anker in haar leven’, wiskundehoogleraar, schreef ze het prachtige, persoonlijke Gedachten over rouw (Notes On Grief). Na het overlijden van haar moeder, Grace, ook werkzaam aan de universiteit, kreeg ze aanvankelijk geen letter op papier.
Ondertussen probeerde ze een tweede keer zwanger te worden, wat niet lukte.
Tot er iets begon te keren. Ze trok zich terug, thuis op de bank, niet aan haar bureau, laptop op schoot. Hoodie aan, zachte kleren. Alsof ze troost zocht en die vond in haar fantasie. ‘Het duurde even, maar de personages begonnen te ontstaan.’
Op verzoek van de Amerikaanse uitgever is de titel van de nieuwe roman, Dream Count, iets betekenend als ‘droomgenoten’, onvertaald gelaten. De roman doet in toon en stijl denken aan voorganger Amerikanah. Adichie heeft een onverminderd geestige, soepele pen waarmee ze ongemakkelijke conversaties en menselijke tekortkomingen opdient. Een feministische Oorlog en vrede, oordeelde de recensent van The Times.
In Dream Count, dat zich afspeelt in de VS tijdens de covidpandemie, valt de lezer de levens binnen van vier vrouwen uit de Afrikaanse diaspora die elk hun demonen te bevechten hebben. Al is er een die de meeste rampspoed te verduren krijgt.
De Nigeriaanse, welgestelde Chiamaka is reisjournalist en schrijft graag ‘lichthartige stukken’ over restaurants in Kopenhagen, Sao Paulo of Conakry. Ze droomt van een boek. Als ze eindelijk een uitgever vindt, vraagt die haar of ze wellicht ook een boek in de pen heeft over ‘wat de vrouwen in Congo meemaken, die vreselijke verkrachtingen’. Soedan of Somalië ‘zouden ook kunnen werken’.
Haar geliefde, Darnell – meer pretenties dan emoties – ‘de Denzel Washington van de academische wereld’, introduceert haar aan vrienden graag als: ‘Chia is Igbo, haar voorouders hebben mijn mensen waarschijnlijk als slaven verkocht.’
Dan is er nog Kadiatou, een arme migrante uit Guinee. Advocate en alleenstaande moeder Zikora. En de in Nigeria wonende Omelogor, die haar bestaan als financieel adviseur van corrupte lieden verruilt voor een studie sociologie. Maar niet voordat ze eerst flinke bedragen afroomt en die als startkapitaal voor een eigen bedrijfje doorsluist naar ongeschoolde vrouwen op het platteland.
Met het verlies van mijn vader heb ik een soort vrede gesloten. Maar mijn moeder verliezen was van zo’n andere orde. Ik kan amper over haar praten
‘De roman gaat over de verstrengelde levens van vier vrouwen, over hun verlangens, hun lichamen. Pas tijdens het herlezen viel me ineens op hoeveel het over moeders en dochters gaat. De lezer zal het wellicht niet zien, maar voor mij gaat Dream Count over het verlies van mijn moeder.
‘Tijdens het herlezen voelde ik haar geest in het boek. Ik weet niet hoe ik het anders moet omschrijven. Ik begon met schrijven kort nadat mijn moeder plotseling was gestorven. Achteraf gezien is het niet vreemd dat de rouw, die fysieke en mentale kluwen die rouw is, meereisde in het schrijven.’
‘Met het verlies van mijn vader heb ik een soort vrede gesloten. Maar mijn moeder verliezen was van zo’n andere orde. Ik kan amper over haar praten. Dat hebben mijn broers en zussen ook (Adichie heeft drie broers en twee zussen, red.). Ik kan niet naar dat verdriet kijken. Mijn manier van ergens naar kijken is normaal gesproken door te gaan zitten, erover te schrijven. Telkens als ik dat probeerde, kwam er niets. Geen woord kreeg ik op papier. Ik kan ook niet naar haar foto’s kijken. Het verdriet voelt nog ondraaglijk vers, alsof het niet vier jaar geleden, maar net is gebeurd.’
Het is ook het geaccumuleerde verlies, zegt Adichie later in het gesprek. ‘Door het overlijden van mijn vader werd ik doodsbang mijn moeder te verliezen. Mijn vader was 88, zij was 78, dat is niet jong, maar ik dacht dat ze nog jaren zou blijven leven, ze was fit en sterk. Ik herinner me dat ik een therapeut vertelde over die angst. Mijn vader was hoogleraar statistiek, dus zei de therapeut ter geruststelling: het is statistisch gezien onwaarschijnlijk dat je beide ouders in korte tijd verliest. Een paar maanden later was mijn moeder dood.’
‘Mijn vader was de literaire van de twee, hij las alles, mijn moeder niet. Zij vertelde vooral aan iedereen hoe geweldig mijn boeken waren, haha. Ik denk dat ze zou hebben gezegd: maar lieverd, er is geen enkel personage dat op mij lijkt.’
Zelf werd Adichie het afgelopen jaar voor de tweede keer moeder. Van een tweeling, de jongens zijn 11 maanden oud. Haar man, Ivara Esege, arts, is om die reden voor onbepaalde tijd met verlof. Op de vraag hoe je in hetzelfde jaar een roman en een tweeling kunt baren, begint Adichie te lachen. ‘Ze zijn via een draagmoeder geboren. Ik heb ze niet zelf gedragen, anders was dat absoluut onmogelijk geweest.’
‘Dat bleek de enig mogelijke route. Uiteindelijk zijn de jongens geboren toen ik in een intensieve schrijfperiode zat.
‘Als ik schrijf ben ik daar manisch, hypergefocust en obsessief mee bezig. Ik wilde door. Tegelijkertijd wilde ik per se ook als moeder volledig toegewijd zijn. Terwijl ik het dus niet in mijn eentje deed. Het plan was dat mijn man en mijn nicht roulerend de nachtdiensten zouden doen, zodat ik kon slapen en overdag kon werken.
‘Maar ik vond dat ik prima ’s nachts met de jongens kon zijn en overdag kon schrijven. Ik ben mezelf daarbij vreselijk tegengekomen, want natuurlijk kon dat niet. Ik blijk meer dan ik me realiseerde een product van het maatschappelijke beeld dat vrouwen superwezens zijn, die naast alles wat ze doen ook alle zorgtaken ‘van nature’ op zich nemen. Het gevoel me te moeten bewijzen, al die schuldgevoelens: geen man die daar op zo’n manier mee worstelt.’
Dream Count heeft een overwegend lichte ondertoon, al hangt een zekere dreiging van naderend onheil in de lucht, dat zich halverwege het boek bruusk aandient in een korte scène, die het leven van Kadiatou doet keren. Het is geen toevallig gekozen scène. Adichie baseerde het personage Kadiatou op een bestaande vrouw: Nafissatou Diallo. Een naam die bij weinig mensen een belletje zal doen rinkelen. Tot de naam valt van de man die haar pad in 2011 kruiste: voormalig IMF-topman en Frans politicus Dominique Strauss-Kahn. Diallo beschuldigde Strauss-Kahn van verkrachting in de hotelkamer die zij kwam schoonmaken.
Het gebrek aan begrip voor hoe macht werkt, hoe vernedering voelt, maakte me zo boos
‘Ik ben altijd gevoelig voor berichten over seksueel geweld tegen vrouwen, en de verschillende vormen die dit geweld kan aannemen. De rol van macht in verkrachtingszaken was vóór MeToo nog onderbelicht. Het was de eerste keer dat zo’n machtige man publiekelijk werd gearresteerd. Er speelde zoveel mee in de zaak: macht, geopolitiek, seksisme, klassenverschillen, immigratie, racisme.
‘Het deed me denken aan een zaak in Nigeria, toen ik nog jong was, van een vrouw die als hulp in de huishouding bij een machtige man werkte. De man kwam ’s nachts naar haar kamer, droeg haar op zich uit te kleden en trok zich dan af. Niet hij, maar zij werd bespot in de publieke opinie. Wat dom dat ze haar kleren uittrok, zeiden mensen. Wat was er nou helemaal gebeurd, de man had haar niet eens aangeraakt.
‘Dat gebrek aan begrip voor hoe macht werkt, hoe vernedering voelt, maakte me zo boos. Toen ik Nafissatou Diallo op tv zag, moest ik aan die zaak denken. Er kwam iets primairs in me boven: ik wilde haar beschermen. Haar manier van doen, de gedempte toon waarop ze sprak voor de camera; ze was zo duidelijk in de war van de plek die ze ongevraagd had ingenomen in het publieke debat.
‘Ik weet dat we een totaal andere achtergrond hebben. We zijn vrouw, West-Afrikaans en wonen in de VS, daar houden de overeenkomsten op, toch voelde ze intuïtief als een zus.’
‘Daar kreeg ik veel kritiek op. Hoe kon ik het voor haar opnemen, alsof ik wist wat er in die hotelkamer gebeurd was? Ze liegt, schreven mensen me. Het voelde alsof ze zeiden: jij liegt.
‘Het idee om een personage op haar te baseren kwam pas veel later en was mede ingegeven door mijn teleurstelling in het Amerikaanse rechtssysteem, dat ik aanvankelijk hoog had zitten. Dat een zogenaamd groot man, die de toekomstige president van Frankrijk kon worden, werd gearresteerd omdat een vrouw zonder enige vorm van macht aangifte van aanranding had gedaan, maakte indruk op me.
‘Maar de zaak werd geseponeerd, Strauss-Kahn werd vrijgesproken. Niet omdat de aanklagers hem onschuldig bevonden, maar omdat Diallo in een niet-gerelateerde situatie, namelijk tijdens haar asielprocedure, mogelijk had gelogen. Weet je hoeveel mensen dat doen uit angst om geen recht op asiel te hebben?
‘Het maakte dat ik haar verhaal wilde rechtzetten, recht schríjven. Door haar tot romanfiguur te maken wilde ik haar iets van haar waardigheid teruggeven. Er is zoveel óver Diallo gesproken, ik had haar gegund dat ze had mogen spreken, zonder onderbroken te worden.
‘Iedereen noemde haar een leugenaar. Ik weet niet of ze bij haar aanvraag wel of niet heeft gelogen. Maar vooral: het doet er niet toe. Of kun je als slachtoffer alleen aanspraak maken op gerechtigheid als je een perfect wezen bent? Het is misogyn.’
Toen ik als tiener zelf wilde schrijven, liep ik vast. Op de een of andere manier dacht ik dat boeken over witte mensen moesten gaan
‘Eerlijk gezegd niet. Mij viel vooral op dat ze andere kleren droegen, en altijd appels aten. Het besef dat wij, Afrikaanse kinderen, onderwezen werden met boeken die niets met onze eigen werkelijkheid te maken hadden, kwam pas als tiener.
‘Het is hoe kinderen wereldwijd in voormalige koloniën zijn opgegroeid, in elk geval op het Afrikaanse continent. Geen van de kinderen op plaatjes in schoolboeken had onze huidskleur.
‘Toen ik als tiener zelf wilde schrijven, liep ik vast. Op de een of andere manier dacht ik dat boeken over witte mensen moesten gaan. De eerste personages die ik verzon, waren Engelse kinderen. Maar hoe schrijf je over levens die je eigenlijk niet kent? In die tijd ben ik Afrikaanse boeken gaan lezen. L’enfant noir, van Camara Laye uit Guinee, Chinua Achebe en Buchi Emecheta; zij schreven over Nigeria onder het Britse kolonialisme, over dekolonisatie en identiteit.
‘Niets leren over je eigen geschiedenis, over mensen die op je lijken, heeft in hele delen van de wereld een diep gevoel van minderwaardigheid geplant. Al denk ik dat het in Afrika anders is dan in de Amerika’s, omdat iedereen er zwart is. Colorisme kennen we wel (hoe lichter de huid, hoe ‘beter’, red.), en hoe negatief we over ons haar hebben leren denken door de Europeanen, is ook nog niet uitgebannen. Maar racisme zoals je dat in Amerika of Europa hebt, kennen wij niet.’
‘Op een intellectueel niveau wist ik natuurlijk wat racisme was, maar op emotioneel niveau niet. Een Afro-Amerikaan wordt geboren in een land met een diepgewortelde, historische vijandigheid tegenover zich, alleen vanwege je uiterlijk. Als kind neem je dat op allerlei kleine manieren in je op. Dat ik ben opgegroeid in een zwart Afrikaans land is een pervers soort voorrecht. Het heeft me een fundering van eigenwaarde gegeven, waardoor racisme me niet op dezelfde manier vernietigt.
‘Op het gebied van feminisme en seksisme voel ik soms een grotere eenzaamheid dan op het terrein van racisme. Dat ligt ook aan mijn omgeving. Mensen om me heen, ook degenen die wit zijn, hebben een redelijk beeld van de verschillende manieren waarop racisme zich kan manifesteren. Als het op seksisme aankomt niet. Ik hoor vaak: je leest er teveel in, maar er zíjn toch verschillen tussen mannen en vrouwen. Dit is puur mijn particuliere ervaring, en zegt niets over de rest van de samenleving, of de wereld.’
‘In Nigeria zeggen mensen: een vrouw kan geen president worden. Tot voor kort hoorde je zoiets zelden in de VS. Dat is veranderd. Er is niets verborgens meer aan de ongelofelijke vrouwenhaat, aan de denigrerende manier waarop er over vrouwen wordt gesproken en er aan vrouwenrechten wordt getornd.’
15 september 1977 Geboren in Enugu, Nigeria
1996 verhuist naar de VS, studie literatuur en Afrikaanse studies
1997 dichtbundel Decisions
2003 roman Paarse hibiscus, over religieus fanatisme en huiselijk geweld
2006 roman Een halve gele zon over de Biafra-oorlog
2009 Het ding om je nek, korte verhalenbundel en Ted-talk The danger of a single story
2012 Ted-talk We Should All Be Feminists (later als essay gepubliceerd)
2013 roman Amerikanah over een Nigeriaanse immigrant in de Verenigde Staten
2017 Lieve Ijeawele, of een feministisch manifest in vijftien voorstellen, bundel brieven aan een jeugdvriendin
2021 Essaybundel Notes on Grief
2025 roman Dream Count (uitgegeven bij de Bezige Bij)
Chimamanda Ngozi Adichie woont met echtgenoot Ivara Esege, dochter (9) en zonen (11 maanden) in Maryland, VS
‘Nergens ter wereld is er gelijkheid tussen mannen en vrouwen’, stelt de feministische schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie. En dan heeft ze het nog niet eens over de positie van trans personen die haar eveneens aan het hart gaat. Een gesprek over haar jaar van verdriet, woede en toch hoop, het jaar waarin ze besloot zich niks meer aan te trekken van het oordeel van anderen over haar.
Tuurlijk zouden we allemaal feminist moeten zijn. Maar beter dan dat alleen uit te dragen met een leus op een T-shirt, kunnen we een voorbeeld nemen aan de stijl van de Nigeriaanse schrijver Chimamanda Ngozi Adichie.
Aanleiding is een conflict tussen haar en transgender collega-schrijver Akwaeke Emezi.
Source: Volkskrant