Meer zin in het leven krijgen – en meer vrienden. Wetenschappers ontdekken tal van positieve effecten bij een activiteit die zo oud is als de mens zelf: samen zingen. Vooral popkoren zijn razend populair. ‘Een enorme verrijking van mijn leven.’
Door Tonie Mudde
Fotografie Jurre Rompa
Wie zin heeft in een dosis onversneden geluk, kan zich op woensdagavonden melden in wijkcentrum Schoneveld in Houten. Daar, onder de tl-verlichting, in een zaal met knalpaarse muren, verzamelt elke week Popkoor Mixsing. Ruim veertig zangers telt het: de jongste zit nog op de middelbare school, de oudste is allang met pensioen.
‘Ksst, ksst-ksst’, doet dirigent Emily van Orsouw voor bij het inzingen. Een geluid alsof je een kat wegjaagt, een ademoefening die zangers helpt om minder druk op de keel uit te oefenen.
‘Ksst, ksst-ksst’, doet het koor haar na, met de handen op de buik. Even later zet de pianist het eerste akkoord in van een hit van zangeres Pink en begint het veertigtal vrolijk te deinen en zingen, ieder zijn eigen stem, maar samen één: ‘Cover me in sunshine, shower me with good times.’
Dirigent Emily van Orsouw omringd door haar koorleden.
Samen zingen in de categorie lichte muziek en popkoren zit al jaren in de lift, aldus Koornetwerk Nederland. Zo begon Popkoor Prestige in 2015 in Hoorn met één koor. Inmiddels zijn dat er dertig door het hele land, van Alblasserdam tot Drachten. Hoewel je ook de hits van de Spice Girls en Robbie Williams in een complex vijfstemmig arrangement kunt gieten, zijn die voor velen toch makkelijker mee te zingen dan pak ’m beet de Johannes-Passion.
Die laagdrempeligheid van popkoren uit zich niet alleen in het repertoire, blijkt bij de repetitie in Houten. Eerst auditie doen? Welnee joh, iedereen mag meedoen. Je kunt geen bladmuziek lezen? Maakt niet uit. Voor haar arrangementen zingt dirigent Emily van Orsouw zelf los alle partijen in. Iedereen kan die thuis opzetten en nazingen, tijdens het wandelen of het vouwen van de was. Zit je partij eenmaal in je hoofd? Zet dan voor de ultieme test de partij van de stemgroep naast je op en zing er je eigen lijntje doorheen. ‘De rest komt vanzelf goed op de repetitie’, verzekert Van Orsouw.
‘Vier jaar geleden kampte ik met ziekte en vermoeidheid, ironisch, gezien mijn werk als casemanager verzuim. Ik zocht iets wat me energie zou geven, iets helemaal voor mezelf.
Kent u dat gevoel? Dat je de eerste klanken van een liedje op de radio of op je afspeellijst hoort en meteen een heerlijke golf van herkenning voelt. Al binnen 0,3 seconden herkent het brein zo’n bekend liedje, ontdekten wetenschappers van onder meer de Universiteit van Oxford. Een duidelijk teken van ‘hoe diep liedjes zich verankeren in ons geheugen’, aldus de onderzoekers.
De liedjes waarnaar we luisterden als tiener of jongvolwassene zijn daarbij vaak favoriet, ontdekten andere Britse wetenschappers. Proefpersonen van verschillende leeftijden keurden hits afkomstig uit verschillende tijdperken, vanaf de jaren vijftig tot recent. Welke liedjes bevielen het beste? Bij welke kregen ze de meeste persoonlijke herinneringen? Uitkomst: wie opgroeide in de jaren negentig, kon artiesten als de Spice Girls meer waarderen dan wie jongvolwassene was in de jaren zeventig. Die generatie had juist een voorkeur voor muzikanten als Stevie Wonder en Abba, met ook de meeste ‘o ja, toen…’-gevoelens. De piek ligt op 14-jarige leeftijd: een periode met doorgaans veel nieuwe ervaringen vol emoties, waardoor muziek zich mogelijk beter nestelt in het geheugen.
‘Toen ik als net afgestudeerde student begon met zingen, vond ik het doodeng en gênant. Iedereen hoort me! Doe ik het wel goed?
Wat doet samen zingen met een mens? Vraag het aan Erik Scherder, hoogleraar neurowetenschappen en auteur van het boek Singing in the brain, en hij geeft meteen enthousiast een minicollege. Te beginnen met hoe diep geworteld zingen is in de menselijke evolutie. ‘Mensen hadden klanken en ritme voordat we over taal beschikten. Vaders en moeders gaan bij hun pasgeboren kinderen haast vanzelfsprekend zingen en neuriën om ze te kalmeren: het dempt angst en somberheid, geeft je een gevoel van saamhorigheid.’
Zweedse wetenschappers zagen in een experiment bij zangers de hoeveelheid oxytocine toenemen in het bloed. Dit ‘knuffelhormoon’ staat erom bekend dat het ontspant en helpt om sociale banden te versterken. Dat gebeurt natuurlijk niet alleen bij zingen, dus het is oppassen om zingen meteen magische kwaliteiten toe te dichten, maar daarover later meer. Bij het Zweedse experiment zeiden de proefpersonen na afloop van de zangles zich energieker en relaxter te voelen. Dit gold alleen voor de amateurzangers, mogelijk omdat de professionals zich meer druk maakten om het prestatie-element.
‘Ik was 45 jaar samen met mijn vrouw toen ze overleed, nu twee jaar geleden. Op mijn leeftijd ga je dan nadenken: wat wil ik nog? Nou, niet in mijn eentje thuis naar vier muren staren, ik wil leven.
Met grote groepen kunnen samenwerken: het is een cruciale eigenschap in de menselijke evolutie. Samen zingen speelde daar mogelijk een rol bij, schrijven Britse onderzoekers in vakblad Evolution and Human Behavior. Voor hun onderzoek vergeleken ze kleine koren van enkele tientallen deelnemers met ‘megakoren’ waarbij de kleine koren werden samengevoegd tot een groep van meer dan 230 zangers. Hoe sterk ervaar je de band met de andere koorleden, vroegen de onderzoekers voor aanvang en anderhalf uur na het zingen.
In de kleine koren voelde men de sterkste band met elkaar; niet zo gek, die kenden elkaar al. Maar in de grote koren, vol mensen die elkaar nog nooit ontmoet hadden, trad de grootste sprong op in de onderlinge band die de zangers met elkaar voelden. Volgens de onderzoekers een teken dat muziek een belangrijke rol speelt bij het creëren van ‘grotere samenhangende groepen dan waar andere primaten toe in staat zijn’.
Een koor is een sociale snelkookpan, blijkt ook uit onderzoek van de Universiteit van Californië. Twaalf ouderencentra deden mee aan een experiment waarbij senioren een half jaar wekelijks zongen in een koor. Vergeleken met een controlegroep (die op een wachtlijst stond) zeiden de amateurzangers zich minder eenzaam te voelen en meer zin in het leven te krijgen. De onderzoekers noemen zingen in een koor dan ook als relatief goedkope manier om het welzijn te vergroten.
‘Ik ben een nakomertje in een gezin met zeven kinderen. Thuis speelde niemand een instrument. De wens om zelf muziek te maken kwam pas later in mijn leven.
Misschien dat zingen in een koor zelfs een therapeutisch effect heeft, oppert Marieke Pijnenborg, hoogleraar klinische psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Bij GGZ Drenthe volgt ze voor een onderzoek popkoor Enjoy, met zangers met een psychiatrische aandoening, zoals schizofrenie. ‘In de psychiatrie wordt veel gesproken, heel veel. Maar soms zijn cliënten niet van die praters of hebben ze bij een jarenlange behandeling alles wel gezegd over hun aandoening. Praten kent sowieso z’n beperkingen, samen iets dóén heeft absoluut ook een belangrijke therapeutische waarde.’
De kracht van samen zingen in een koor zit volgens Pijnenborg in een aantal elementen. Te beginnen met het samenkomen op een vast moment. ‘Veel mensen met ggz-problematiek hebben moeite zichzelf te activeren. Een koorrepetitie waar een dirigent en andere deelnemers op je rekenen, kan dan net dat duwtje in de rug zijn.’
Verder vertellen de koorleden in interviews dat ze ervan genieten bij een club te horen, samen iets te moois maken. ‘Na elke repetitie of optreden komt iedereen met een opgeheven hoofd naar buiten. De dirigent zegt altijd tegen de koorleden: als je je niet goed voelt, kom dan juist wél.’
Ook Scherder wijst op samenzang als hulpmiddel in zware tijden. Zo verzamelde zich na de bomaanslagen in Manchester bij een concert van Ariana Grande in 2017 een menigte rouwende Britten. Een vrouw begon Don’t Look Back in Anger van Oasis te zingen, waarna honderden spontaan inhaakten. Scherder: ‘Vergelijkbare taferelen zag je in Duitsland en Parijs na aanslagen. Je hoort en voelt: ik ben niet alleen in mijn leed, we staan er samen voor.’
‘Nieuwe liedjes voelen in het begin soms onwennig, omdat je alleen je eigen partij zingt, met op vreemde momenten oe-tjes of aa-tjes. Waar gaat dit heen, denk ik op zo’n moment.
Last van astma? Zangles kan helpen. Pijn? Samen zingen verhoogt de pijngrens. Wie in de wetenschappelijke literatuur duikt, zou zomaar kunnen denken dat iedereen zich zo snel mogelijk moet inschrijven bij een koor.
Enige nuance is daarbij op zijn plaats. Andere groepsactiviteiten hebben ook tal van positieve effecten, blijkt uit onderzoek. Zo gaat na samen dansen of lachen de pijngrens óók omhoog, helpen teamsporten tegen depressieve gevoelens en blijkt samen koken en eten een prima keuze voor het versterken van de sociale banden.
Heeft samen zingen iets magisch extra’s? Om die vraag te beantwoorden, zou je samen zingen in experimenten moeten vergelijken met andere groepsactiviteiten en laat nou net dat type onderzoek schaars zijn. Britse onderzoekers deden wel een dappere poging, door een controlegroep een cursus creatief schrijven te laten volgen. Daaruit blijkt dat de vrijwilligers die samen gaan zingen sneller een band met elkaar gaan voelen. Samen zingen is een perfecte ‘ijsbreker’, aldus de onderzoekers.
Maar die keuze van de controlegroep is een stuk moeilijker dan bij bijvoorbeeld medicijnonderzoek, waarbij je de helft van de proefpersonen een placebo kunt laten slikken. Hoe was het Britse experiment uitgevallen als de deelnemers in de controlegroep geen schrijfcursus hadden gevolgd, maar een theaterworkshop, of een cursus linedancen, waarbij je meer interactie zult krijgen tussen de deelnemers?
En zelfs dan is zo’n onderzoek een methodologisch mijnenveld, want iedereen die weleens een cursus deed, weet hoe bepalend bijvoorbeeld de cursusleider kan zijn voor de sfeer in de groep. Dus stel, de zingende deelnemers komen enthousiaster terug dan de cursisten van de theatersport: lag het dan wel echt aan dat samen zingen, of aan de docent, het type oefening, of een van al die andere variabelen die nu eenmaal aanwezig zijn bij groepsactiviteiten?
‘De sfeer in een koor is belangrijk en daarbij speelt de dirigent een cruciale rol. Een groot gemengd koor, waar ik eerder zong, was voor mij te ambitieus.
Zingen is een van de populairste culturele activiteiten van Nederlanders, blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Maar de stap van thuis onder de douche naar een podium is niet voor iedereen weggelegd. Voor sommigen kan het zelfs stressverhogend uitpakken, bijvoorbeeld omdat ze een slechtere controle hebben over hun stem. Zo’n 1,5 procent is toondoof, waarbij de frontale hersenkwab de toonhoogte slecht verwerkt. Ze horen daardoor niet dat ze vals zingen.
Veel koren kennen het fenomeen waarbij zangers soms één oor met hun vinger dichtduwen, omdat de buurman of buurvrouw geen toon weet te houden. Als dat vaak gebeurt, zal dat de zanger in kwestie natuurlijk niet ontgaan en die, zoals een koorlid in Houten het formuleert, ‘verdwijnt dan vanzelf weer’. Zo’n zanger zal waarschijnlijk gelukkiger worden van een andere groepsactiviteit, of liever zingen met een groep waar de kwaliteitseisen wat lager liggen.
In Houten dirigeert Emily van Orsouw behalve het popkoor MixSing, dat geregeld optreedt, ook een nog laagdrempeliger koor. ‘Die treden zelden of nooit op en hoeven thuis niks te oefenen’, zegt ze aan het einde van de repetitie terwijl de pianist zijn piano-op-wieltjes wegrijdt. ‘Het is gewoon: kom maar en dan gaan we zingen.’ Een behoefte waaraan Van Orsouw in het begin moest wennen, geeft ze toe. Zelf is ze singer/songwriter en afgestudeerd aan de Rockacademie, naar optredens toe werken is voor haar een wezenlijk deel van de lol. ‘Ik sprak laatst een mevrouw die fantastisch kan zingen, maar absoluut niet wil optreden. Hoe is het mogelijk, denk ik dan. Maar daarna al snel: waar draait het nou echt om? Als dat haar gelukkig maakt, gaan we dat doen. Het animo voor superlaagdrempelig zingen is groot, binnenkort begin ik mijn derde koor, ook met die formule.’
Gevraagd naar een van haar eigen dierbaarste momenten van samenzang, moet Van Orsouw terugdenken aan hoe ze zich door de coronaperiode worstelde. ‘Mochten we ineens niet meer samen zingen omdat zingen iets onveiligs was geworden, vre-se-lijk.’ Ze fietste zo snel mogelijk bij koorleden thuis langs om apparatuur en software te installeren om samen via het scherm te kunnen blijven zingen. Alles om de boel bij elkaar te houden. Al haalt zo’n ervaring het natuurlijk niet bij samen in één ruimte zingen. Van Orsouw: ‘Ik krijg kippenvel als ik terugdenk aan het moment toen dat eindelijk weer kon. We zongen Elton John. I’m still standin’ better than I ever did / Lookin’ like a true survivor, feelin’ like a little kid.’
Ondertussen in de Kosmos, de wetenschapspodcast van de Volkskrant, gaat het theater in. Met o.a. een spoedcursus geluksonderzoek, wetenschappelijk verantwoorde relatietips, een les kosmisch relativeren en een uniek publieksexperiment. Donderdag 5 juni, Theater DeLaMar. Boek je tickets nu hier.
Ruut Veenhoven (80) doet al een halve eeuw onderzoek naar geluk. Ook nu hij ongeneeslijk ziek is, wat hem tot zijn eigen verbazing weinig uitmaakt, werkt hij door. ‘Het verschil in geluk wordt steeds meer een kwestie van wat je er zelf van maakt. Van levenskunst.’
Het is januari, tijd voor de Vier Verrukkelijke V’s van voorpret, verheugen en verwachtingsvol vooruitkijken. Maar hoe werkt dat verheugingsmechanisme als je ouder wordt, en de toekomst kleiner?
Steeds meer gezinnen houden het bij één kind. Hoe pakt dat uit voor het kind? En voor de ouders? Traditioneel staan enig kinderen er nogal slecht op (‘kleine keizertjes’). Wetenschapsredacteur Maartje Bakker – één kind, twijfelt over een tweede – ging op onderzoek uit.
Source: Volkskrant