Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Op het pad naar het meer, waar geen auto’s mogen komen, staan een zwarte bestelbus en een kleine graafmachine. Er ligt een berg zand met wat oude, kapotte bakstenen naast het bord waarop de kwaliteit van het zwemwater op wordt aangegeven. Een grote kerel met een baard en een petje steekt een cilindervormige schep in de grond, draait hem rond en trekt hem er dan weer uit. ‘Puur uit interesse’, hoor ik mezelf vragen, ‘maar wat zijn jullie hier aan het doen?’ ‘Puur uit interesse’ is zo’n heerlijk cafeïnevrije term waarmee je elke vraag wel kunt inleiden. ‘Puur uit interesse, maar wat is de soep van de dag?’
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
De bebaarde man trekt de schep uit de grond en leunt ertegen. ‘Bodemonderzoek’, antwoordt hij. ‘Ze gaan iets met het pad doen, dus we moeten even kijken hoe het met de bodem is. Wat voor materiaal er allemaal in zit, of er niet ook nog ergens asbest ligt, dat soort dingen.’ Hij vermoedt dat er een nieuw pad gaat worden aangelegd.
Ik wens hem een fijne dag en parkeer mijn fiets. Een nieuw pad? Waarom nou weer een nieuw pad? Er is echt helemaal niets mis met dit pad. Dit is een geweldig pad. Een van de beste paden ter wereld.
Het is een aftakking van een breed, met klinkers geplaveid fietspad. Waarschijnlijk is de ondergrond van een soort grind-steen-betonmix. Waarschijnlijk, want je ziet de ondergrond nauwelijks, omdat het hele pad vol ligt met zand afkomstig van de duinheuveltjes aan weerszijden, en een eindeloze hoeveelheid dennennaalden, takjes, steentjes, bladeren en dennenappels.
’s Ochtends, zoals nu, schijnt de zon tussen de bomen door en valt het licht genadig op dat zanderige, naalderige laantje, waardoor je je even niet in Nederland waant, maar ergens net boven Biarritz of in de Portugese Alentejo, of misschien wel diep in de Vlaamse Ardennen. Dit soort rommelige, ongemoeide paden leidt altijd tot iets moois. In dit geval komt het uit op een duinmeer, waar ik kom om te zwemmen of om een boek te lezen op het strandje. Op dit pad eindigt de ene wereld en begint de andere. Het is, in al zijn onvolmaaktheid, de volmaakte overgang tussen beschaving en natuur.
Maar het moet weer worden strakgetrokken, zoals elk stukje natuur in Nederland dat ook maar de voorzichtigste schijn wekt van wildernis onder het mom van ‘natuurbeheer’ zorgvuldig moet worden getemd, gekortwiekt en aangeharkt. Laat ze er met hun grijpgrage, betuttelende vingertjes van afblijven. Laat het toch leven, laat het groeien, laat het woekeren, laat het sterven, laat het rotten, laat de regen alles wegspoelen en laat de wind zijn werk doen. Laat het pad met rust. Laat mij met rust.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns