Home

Wat denk jij, vroeg ik bij het ontbijt, zou het kunnen, een politieke moord goedmaken met nog een politieke moord?

We hadden het over Poetin en Bibi, onze goudvissen. Nee, grapje. Gewoon over de echte, hadden we het.

‘Waarom schrijf je dat niet op, dan?’

‘We hadden het over Poetin en Bibi? Krijg ik niet over mijn toetsenbord. Te gewoontjes, denk ik.’

Afijn, we hadden het over ze, het leek mij namelijk een interessante vraag op wie van beide je Volkert van der Graaf zou kunnen afsturen, zodat hij alsnog een volksheld zou worden. Niet op Netanyahu, gaf ik alvast zelf antwoord. Komt gelazer van. Gaat-ie gewoon weer met zwaailichten en sirenes naar de EBI in Vught. Maar als hij Poetin op loodbonen trakteert?

‘Sja’, mompelt mijn vriendin Jet.

Ik bepaal me tot dit soort onzinnigheden omdat we gaandeweg, zonder het hardop uit te spreken, besloten hebben het wereldnieuws kreunend maar zwijgend tot ons te nemen. We zien, horen en lezen alles. Niets ontglipt ons. Maar we verwerken het in stilte. De algehele neergang is te evident om er elkaar mee lastig te vallen.

Soms een gek gedachtenexperimentje mag. Als je ze kort houdt, tenminste. Wat denk jij, vroeg ik tijdens het ontbijt, zou het kunnen, een politieke moord goedmaken met nog een politieke moord? Stel, hij glipt met dat pakketbezorgershoofd langs driehonderd lijfwachten, en dan pang-pang-pang, die Lavrov er voor de zekerheid bij, als-ie ernaast zit? Wordt hij dan netto nog een held?

‘Ik weet niet of er nettohelden bestaan. Bestaan die?’

Ik haalde mijn schouders op. ‘Een lintje krijgt-ie wel, denk ik. Of lunchen op Soestdijk.’

Geen antwoord, ze was bezig in een artikel over Trump.

‘Wat je niet weet’, ging ik door, ‘is wat de vent onder Lavrov doet. Het zijn van die poppetjes, matroesjka’s. Misschien schiet die een uur later een kernraket af. Naar Wageningen, hè. Dan pakken ze Volkerts cv er toch weer even bij, denk ik.’

Dat soort gesprekken. Geregeld monden ze uit in vergelijkingen met Adolf Hitler, onze parkiet. ‘Die Graf von Stauffenberg’, breng ik te berde, ‘die kerel van de beroemde, mislukte aanslag op Hitler – dat is wel een beetje een nettoheld, volgens mij. Die wordt nog officieel herdacht.’

Met Wikipedia open constateer ik dat hij vrij lang trouw was aan Hitler. Tijdens de invasie van Polen schreef hij behoorlijk antisemitische brieven aan het thuisfront, bijvoorbeeld.

‘Laten we voorlopig even afwachten wat Volkert van de Graaf in petto heeft’, besloot mijn vriendin Jet. ‘Aan het werk!’

Ik salueerde, maar zocht de rest van de ochtend manisch naar een foto van Hitler meteen na de aanslag. Ik wist zeker dat er een foto bestond waar hij geblakerd op staat, haar omhoog, uniform aan flarden. Mijn vriendin Jet dacht dat die foto onzin was. Ik moest in de war zijn met de Dikke of de Dunne na een klapsigaar.

‘Ik heb hem toch zelf gezien’, brulde ik, bladerend in Hitlerbiografieën. ‘Honderd procent zeker.’

Tijdens het verwoede zoeken herinnerde ik me dat ik ook een keer heel zeker wist, echt heel erg zeker, dat Willem Frederik Hermans Adriaan van Dis bij zijn revers had gepakt tijdens hun ‘vertelgesprek van mijn kant’ (Hermans). In De Ysbreeker, was dat. Bleek geheel onterugvindbaar. Achterop de dvd-box, zag ik later, stond dat Hermans Van Dis ná de uitzending, in de kleedkamers, bij zijn jasje had gegrepen.

‘Kijk’, zei ik, ‘hier – een foto van Hitlers aan flarden geëxplodeerde broek.’ Een verder onbekende nazi houdt het ding omhoog. ‘We zijn warm!’

Weer een uur later begin het er toch echt op te lijken dat ik Hitler er in zijn broek bij heb gefantaseerd.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next