In Rotterdam zijn de rondleidingen die daklozen geven drukbezocht. De deelnemers krijgen een confronterende blik op hun eigen stad, maar voelen zich hier en daar ook wat opgelaten. ‘Het voelt een beetje als armoedetoerisme.’
Door Abel Bormans
Fotografie Daniel Rosenthal
Op een koele middag verzamelen zich twintig belangstellenden aan de voet van de Erasmusbrug in Rotterdam voor een stadstour die door daklozen wordt gegeven. Terwijl de deelnemers zich vergapen aan de skyline, met de 215 meter hoge Zalmhaventoren als blikvanger, zegt organisator Thamar Kemperman op onheilspellende toon: ‘Deze torens hebben lange schaduwen.’ Ze wil maar zeggen: achter de glanzende façade heeft de Maasstad een ander gelaat.
‘Moet er iemand nog plassen?’, vraagt ze het gezelschap, volwassenen van alle leeftijden, voornamelijk wit. ‘Dan is dit het goede moment, de tour gaat namelijk tweeënhalf uur duren. Maar als je nu niet gaat, dan weet je wel hoe het is om dakloos te zijn en je je behoefte lang moet ophouden.’
De gidsen Sid-Ahmed Lala (links), Marco en Xavier Cata laten samen met Thamar Kemperman van de Pauluskerk zien met welke vooroordelen daklozen te maken krijgen.
Deelnemers aan de stadstour.
De stadstour, georganiseerd door de Pauluskerk in samenwerking met (voormalige) daklozen, is populair. Tot en met de zomer zijn de tot nu toe geplande rondleidingen, die ook bij slecht weer gewoon doorgaan, volgeboekt. Voor 15 euro krijgen deelnemers een confronterende blik op hun eigen stad, door de ogen van een dakloze. De opbrengst van de tour komt ten goede aan mensen die worstelen met de gevolgen van dakloosheid.
‘Dit was jarenlang mijn vaste slaapplek’, zegt Xavier Cata (44) – geboren Belg, praat op zachte toon – als het gezelschap halt houdt onder een afdakje van de parkeergarage bij de Erasmusbrug. Het ruikt er naar urine, even verderop zit een dakloze man met grote boodschappentassen een sigaret te roken. ‘Deze plek heeft mij goed gediend’, zegt Cata, die er jarenlang ’s nachts verbleef maar nu in een tuinhuisje logeert.
Xavier Cata vertelt over zijn ervaringen op straat in Rotterdam. Op de achtergrond de Erasmusbrug en een deel van de skyline van de stad.
Belangstellend wordt er naar het levensverhaal van Xavier Cata geluisterd.
Alhoewel: midden in de nacht werd Cata hier ooit aangevallen door ‘drie Oostblokkers’. Het geweld kwam uit het niets. ‘Ze waren duidelijk onder invloed. Ze keken niet helder uit hun ogen.’ Cata ontsnapte en vluchtte naar het Hilton Hotel, waar het personeel de politie belde.
‘Wat een keihard leven’, verzucht Lia de Koning (71), een gepensioneerde ic-verpleegkundige met het haar in een staartje. Ze is gekomen om ‘de wereld van dakloze mensen beter te leren kennen.’ Maar ze vindt het ook een tikkeltje ongemakkelijk. ‘Wij, mensen met geld, komen toch naar dakloze mensen kijken. Het voelt een beetje als armoedetoerisme.’
Bij een monument in het Museumpark staat de dakloze Ali (niet zijn echte naam, die wil hij liever niet delen) met zijn mondharmonica klaar. Hij leefde 27 jaar op straat, zonder papieren. Onlangs kreeg hij eindelijk een verblijfsvergunning van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).
Hij kust de grond. ‘Dank je IND, dank je Rotterdam!’ Dan begint Ali – New York Yankees-pet, rafelige jas – aan zijn poëtische voordracht. ‘Lang heb ik geslapen in de open lucht. Een steen als kussen, de aarde als matras. God, waar is mijn dak op deze aarde?’ Het publiek luistert geboeid.
Ali’s kameraad Sid-Ahmed Lala (52), al zo’n dertig jaar dakloos, komt ook vaak bij dit verlaten stadsmonument. Hij ontdekte een truc. ‘Als je tegen de muur praat, weergalmt het, alsof er iemand terugpraat.’ Dit doet hij als hij eenzaam is. Hij laat horen hoe het werkt. ‘Goedemorgen meneer, hoe gaat het met u?’
Ali bij het monument in het Museumpark. Hij kreeg na 27 jaar op straat onlangs een verblijfsvergunning.
De bezoekers, onder wie de gepensioneerde Jan-Rob Makkenze (66), proberen het ook. Hij was voorheen hr-coach bij een stichting die zich inzet voor mensen met een verstandelijke beperking. ‘Veel mensen kijken weg van daklozen, en dat is niet goed’, zegt hij.
Makkenze – een lange man in een stijlvolle zwart-witte jas – is gekomen omdat hij een warme band onderhield met een Surinaamse dakloze man die hij altijd bij de Bijenkorf trof. Bij hem kocht hij dan een straatkrantje. ‘Dat vond ik goed, dat hij die krantjes verkocht. Net zoals deze mensen die deze tour organiseren. Je moet als dakloze ook proberen wat aan je situatie te doen.’
Verderop in het Museumpark laat Lala het publiek stoppen. Hij staat voor een bruggetje, met daaronder grote rotsblokken. Vroeger sliep hij hier vaak, maar dat is nu niet meer mogelijk. ‘De gemeente heeft die rotsen hier expres neergelegd.’
Sid-Ahmed Lala bij het bruggetje waar hij vaak sliep.
Lala was dertig jaar dakloos.
Dakloosheid kan iedereen overkomen, waarschuwt hij zijn bezoekers. ‘Ik was politieagent in Algerije toen daar de burgeroorlog uitbrak. Ik zag hoe radicale islamisten mijn vrienden vermoordden.’ Hij vluchtte naar Nederland en kwam op straat terecht.
‘Mensen zeggen dat alleen God de macht heeft om een leven te schenken’, zegt Lala. ‘Maar dat is niet waar. Mensen kunnen dat ook. Een glimlach naar een dakloze die het niet meer ziet zitten, kan een leven redden. Echt waar. Wij willen gezien worden, wij zijn geen monsters.’
Lala pleit voor een permanente opvang waar alle daklozen, ongeacht nationaliteit of verblijfsstatus, kunnen worden opgevangen. ‘Daarmee haal je in één keer de ellende van straat.’ Als iemand uit het publiek vraagt of hij niet bang is voor een aanzuigende werking, reageert hij fel. ‘Speculatie. Dat wordt altijd gezegd om die opvang maar niet te hoeven regelen. Probeer het eens één jaar. Als er massaal dakloze mensen naar Rotterdam komen, sta ik achter je. Maar dat is nooit bewezen.’
Aan het einde van de tour praat de groep in de Pauluskerk nog even na. ‘Ik heb vandaag gezien hoe groot de problemen van dakloze mensen op straat zijn’, zegt de gepensioneerde communicatie-expert Jan Leydes (70) bij een kop thee.
Aan het eind van de tour is er nog een gesprek in de Pauluskerk.
In Rotterdam slapen elke dag 250 tot 350 mensen op straat. Leydes vindt dat ‘eerlijk gezegd’ nog wel overzichtelijk. ‘Dat kunnen we toch oplossen? Schandalig dat in een rijk land als Nederland er voor die paar honderd mensen geen opvang wordt geregeld.’
Het aantal daklozen is opnieuw toegenomen. Aan het begin van vorig jaar waren er volgens een schatting van het Centraal Bureau voor de Statistiek 33.000 mensen zonder vaste woon- of verblijfplaats; dat zijn er 2.400 meer dan in 2023.
Het aantal daklozen neemt toe. In Amsterdam zijn veel van hen voormalige arbeidsmigranten van binnen de EU. Hulp vinden ze bij De Regenboog Groep. ‘Wij zitten hier eigenlijk met publiek geld de problemen op te lossen die bedrijven en uitzendbureaus hebben veroorzaakt.’
Met een grote kappersbus rijden ‘straatkappers’ Auke van Harten en Sjoerd de Vries door Rotterdam om dakloze mensen gratis te knippen. Want een goed kapsel, dat geeft zelfvertrouwen. ‘Wie op straat leeft, geeft heus óók om zijn uiterlijk.’
Miljoenen investeerde Rotterdam in de Nieuwe Binnenweg, maar het harddrugsgebruik, de straatprostitutie en de overlast is terug. De gemeente Rotterdam houdt vooral Oost-Europese daklozen verantwoordelijk en probeert die groep op te jagen en het land uit te zetten.
Source: Volkskrant