Van de Europese ruimtetelescoop Euclid is woensdag een grote verzameling gegevens verschenen die een sterrenkundige schatmijn blijkt. ‘We maakten per ongeluk de beste beelden ooit van grote lappen van de hemel.’
is wetenschapsredacteur voor de Volkskrant. Hij schrijft over sterrenkunde, natuurkunde en ruimtevaart.
Astronomen hebben woensdagmiddag de eerste lijvige verzameling foto’s, meetgegevens en wetenschappelijke analyses gepubliceerd van de Europese ruimtetelescoop Euclid.
‘Echt elk beeld van deze telescoop blijkt raak’, zegt astronoom Koen Kuijken van de Universiteit Leiden over de zogeheten ‘deep fields’, foto’s van grote lappen kosmos waarop per stuk honderdduizenden sterrenstelsels zichtbaar zijn.
Zijn collega Henk Hoekstra, eveneens van de Universiteit Leiden, vertelt hoe Euclid Nasa’s oudere ruimtetelescoop Hubble, onder meer bekend van de eerste deepfieldfoto, ver achter zich laat. ‘Eén beeld van Euclid kun je vergelijken met honderd beelden van Hubble, terwijl de sterrenstelsels er met een vergelijkbare resolutie op staan.’
Sterrenkundige Gijs Verdoes Kleijn van de Rijksuniversiteit Groningen was vaak zodanig benieuwd naar de resultaten dat hij vaak al om zes uur ’s ochtends opstond. ‘Wat Euclid laat zien, is echt grensverleggend’, zegt hij.
De telescoop heeft onder meer 26 miljoen sterrenstelsels gezien, samenballingen van miljarden sterren. Het bekendste sterrenstelsel is de Melkweg, het thuis van de zon en de aarde. De verste van de sterrenstelsels die Euclid nu heeft gezien staat zo’n 10,5 miljard lichtjaar bij ons vandaan.
Van al die stelsels hebben wetenschappers er zo’n 380 duizend exemplaren geclassificeerd. Dat wil zeggen dat ze onder meer de spiraalarmen hebben bekeken en de ‘staarten’ die zichtbaar zijn wanneer sterrenstelsels samensmelten. Ook hebben ze de plek van die stelsels in het kosmisch web vastgelegd, de grootschalige sponsstructuur van strengen materie en relatief lege holtes die de kosmos opspant.
En dan hebben astronomen in de Euclid-gegevens ook nog vijfhonderd veronderstelde zwaartekrachtlenzen gevonden, samenballingen van kosmische massa’s die met hun zwaartekracht passerende lichtstralen afbuigen en daardoor dienstdoen als lens. Tot nog toe kenden astronomen slechts tweehonderd van deze lenzen.
‘Dit leidt tot een paradigmaverschuiving in ons veld’, zegt Edwin Valentijn van de Rijksuniversiteit Groningen. Sterrenkundigen zoals hij gebruiken zulke lenzen onder meer om de hoeveelheid ‘donkere materie’ op die plek te bepalen, de mysterieuze materie waaruit het overgrote merendeel van de massa in het heelal bestaat.
Hoewel sterrenkundigen donkere materie niet direct kunnen waarnemen, weten ze dat het moet bestaan, omdat ze wél de invloed van de door die materie uitgeoefende zwaartekracht kunnen meten – onder meer in dit soort zwaartekrachtlenzen.
Voor zowel de sterrenstelsels als de zwaartekrachtlenzen geldt dat de ontdekkingen zijn gedaan met een combinatie van AI en ‘burgerwetenschap’, waarbij duizenden vrijwilligers de door Euclid geschoten foto’s bekeken.
De beelden bleken nóg beter dan verwacht, zeggen de astronomen. ‘We maakten per ongeluk de beste beelden ooit van grote lappen van de hemel’, zegt Kuijken. ‘Daar kunnen we nu al ontzettend veel kennis uit halen.’
Bij de belangrijkste wetenschappelijke doelstelling van de telescoop – inzicht in de ware aard van het mysterieuze donkere heelal, de 97 procent van de kosmos waarop astronomen vooralsnog geen enkele grip hebben – komt Euclid met de publicatie van deze verzameling meetgegevens overigens nog niet in de buurt.
Logisch: de telescoop is nog maar net begonnen. Tot nog toe werden drie plukjes van de nachtelijke hemel bekeken, een gebied dat bij elkaar weliswaar driehonderd keer zo groot is als de volle maan, maar toch slechts 0,4 procent bevat van de uiteindelijke stortvloed aan sterrenstelsels die de telescoop naar schatting zal gaan zien, grofweg tienmaal meer dan ooit door de mensheid is vastgelegd. Daarvoor moet Euclid eerst wel zes jaar lang metingen van de hemel verrichten, waarbij de telescoop een derde van de gehele hemel op foto’s zal vastleggen.
Een van de grootste uitdagingen daarbij is het verwerken van alle meetgegevens. Elke dag stuurt de telescoop zo’n 100 gigabyte naar de aarde, een verzameling data die al snel topzwaar dreigt te worden voor wie bijvoorbeeld sterrenstelsels wil zoeken, analyseren en catalogiseren.
Verdeeld over meerdere landen zijn er daarom acht datacenters die alle gegevens verwerken. Eentje daarvan staat in Groningen. ‘Daar zijn we natuurlijk trots op’, zegt Valentijn.
Volgens hem komt de opmars van AI op precies het juiste moment voor Euclid. ‘We krijgen vele petabytes aan data en daarop kunnen we nu veel machinelearning loslaten. Toen we Euclid vijftien jaar geleden bedachten, hadden we dat nooit kunnen voorzien.’
De woensdag gepubliceerde meetgegevens zijn overigens niet de eerste die Euclid vrijgaf. De telescoop, die in juli 2023 richting de ruimte vertrok, publiceerde in november dat jaar al een kleine verzameling beelden die aantoonde dat de telescoop naar behoren werkt.
In mei 2024 volgde een selectie resultaten, met daarin onder meer zestienduizend nieuwe kosmische objecten en enkele spectaculaire ruimtefoto’s. En afgelopen oktober volgde de publicatie van een eerste visuele ‘atlas’ van een deel van het heelal, samengesteld uit Euclid-foto’s.
Publicatie van de eerste écht grote verzameling meetgegevens volgt in oktober 2026. ‘Die zal nog eens veertig tot vijftig keer groter zijn dan deze verzameling’, zegt Hoekstra. Dat zal onder meer de eerste analyse mogelijk maken die een nieuw licht werpt op het donkere heelal, het belangrijkste mysterie over de kosmos uit de moderne tijd.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant