Tegenwoordig kan ik blij worden van wapens, of van grote wapeninkopen door bondgenoten. Het is een nieuwe ervaring, die je met de nieuwe werkelijkheid gratis krijgt bijgeleverd. Een Litouwse minister vertelde bijvoorbeeld in een toespraak dat het land een flinke lading clusterbommen wilde gaan kopen, en terwijl ik naar haar luisterde, bekroop me een licht geluksgevoel. Bijna alsof de FC had gescoord en je even kon denken: als we zo doorgaan, eindigen we dit jaar misschien toch niet onderaan.
Clusterbommen zijn natuurlijk geen leuke bommen. Eigenlijk hadden 120 landen dan ook in VN-verband afgesproken om ze niet meer te gebruiken. Maar oorlogen worden nu eenmaal niet volgens de regels van VN-verdragen gevoerd, laat staan gewonnen – sowieso is oorlogsrecht meer iets voor vredestijd. En belangrijker dan de bommen zelf was volgens de minister dat ze even heel goed duidelijk maakten dat Litouwen werkelijk alles zou aangrijpen om zich tegen Russische agressie te verdedigen.
Over de auteur
Peter Middendorp is schrijver en columnist van de Volkskrant. Van zijn hand verschenen onder meer de romans Vertrouwd voordelig en Jij bent van mij. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Polen heeft een stoere president, Donald Tusk, die als een bokser op foto’s staat, licht door de knieën, de kin laag, de handen naast de heupen al bijna vuisten. In Polen zijn ze druk bezig om de democratie te herstellen na jaren van extreemrechtse afbraak. En tegelijk gaan ze het Poolse leger verdubbelen tot een half miljoen soldaten. De Polen lijken niet bang voor kosten of een beetje werk. Vroeger kon je nog weleens denken: Polen mag wel blij zijn dat ze bij ons mogen horen, maar dat voelt intussen andersom.
Groot-Brittannië heeft premier Keir Starmer, die je soms best standvastig kunt noemen. De Franse president Emmanuel Macron ontflapdrolt waar je bij staat. Kom maar onder onze nucleaire paraplu, heeft hij al tegen Europa gezegd. De Belgische premier zei: Dank u wel voor het aanbod, maar we hebben meer nodig. Meer kernwapens. Op zijn minst genoeg.
Voor de verkiezingen in Duitsland van vorige maand werkte CDU-leider Friedrich Merz samen met de extreemrechtse AfD, en kon je nog vrezen dat hij ook met die partij zou gaan regeren. Maar Merz was nog niet gekozen of hij sloeg al meteen aan het samenwerken met normale partijen. De nieuwe regering moet nog worden gevormd, maar nu al is besloten om honderden miljarden in Defensie te investeren.
Deze grote plannen vragen om meerderheden in het parlement, die er eigenlijk niet meer zijn als binnenkort de nieuwe Bondsdag is geïnstalleerd. Daarom jaagt Merz ze nog even snel door het parlement, nu het nog kan. Democratisch is dat niet helemaal zuiver, maar als de uitkomst je bevalt, maal je daar meestal niet zo om.
Eigenlijk hebben alleen wij niemand om trots op te kunnen zijn. Hier wordt vooral gezeurd en gepiept over geld. Drie coalitiepartijen, PVV, BBB en NSC, stemden in de Kamer tegen Europese bewapeningsplannen, waaraan premier Dick Schoof al steun had toegezegd. Toen volgde een crisisoverleg, want wel steun, zoals Schoof had besloten, ging niet samen met geen steun, zoals de drie coalitiepartijen hadden besloten. Een van de partijen moest gauw van standpunt wisselen, anders was het kabinet gevallen. Hoe kwamen ze hier uit?
Er werd een verklaring bedacht, ‘een formulering waar iedereen mee kon leven’: de plannen krijgen steun van Schoof, met voorbehouden van de akelige drie. Zo leek het alsof ze het eens waren geworden, en zou niemand gezichtsverlies lijden, behalve natuurlijk allemaal.
Source: Volkskrant