Minister van Volksgezondheid Fleur Agema (PVV) voorkomt de fel bekritiseerde bezuiniging op opleidingen voor verpleegkundigen met overgebleven geld uit het budget voor de wijkverpleging. Dat schrijft de minister dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over de volksgezondheid.
De bezuiniging van 165 miljoen euro op opleidingsgelden voor verpleegkundigen vormde afgelopen maanden een blok aan het been voor Agema. Eind vorig jaar werd ze tot haar eigen verbazing met de extra bezuiniging geconfronteerd nadat coalitiepartijen en CDA, ChristenUnie, SGP en JA21 een deal hadden beklonken om de voorgenomen bezuinigingen op onderwijs wat te verzachten.
Het leidde tot grote politieke consternatie, want terwijl de partijen dachten dat ze enkel op na- en bijscholing voor medisch specialisten hadden bezuinigd, bleken ze ook verpleegkundigen te raken. Het leidde tot forse kritiek, omdat de beroepsgroep al onder druk staat. Ook minister Agema reageerde verontwaardigd en zei dat ze niet was geraadpleegd door de onderhandelaars.
In een poging om de uitglijder te repareren, stuurde de Kamer Agema daarna op een zoektocht naar een alternatief voor de bekritiseerde bezuiniging. Maar dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan vanwege de beperkte ruimte die er is op de zorgbegroting.
In januari kwam Agema daarom met een tijdelijke oplossing. Door een boekhoudkundige truc kon de minister korten op het geld dat ieder jaar wordt gereserveerd om de lonen en prijzen in de zorg met de markt mee te laten stijgen. Het was ‘nadrukkelijk niet de bedoeling’ om die verlaging ook daadwerkelijk door te laten gaan, schreef Agema destijds. Maar daarvoor moest ze dus wel snel een definitieve invulling vinden.
Die moet dus komen uit het budget voor de wijkverpleging. Al jaren blijft er structureel geld over, een fenomeen dat ook wel onderuitputting wordt genoemd. Omdat de verwachting niet is dat het geld in de nabije toekomst wel nodig is, vindt Agema het verantwoord om de uitgaven voor wijkverpleging naar beneden bij te stellen. De bijstelling gaat daardoor niet ten koste van de wijkverpleging, verzekert Agema in haar brief.
Normaal gesproken mag geld dat overblijft niet zomaar worden uitgegeven aan iets anders en vloeit het in principe terug in de staatskas. Maar in overleg met minister van Financiën Eelco Heinen heeft Agema nu toch bedongen dat ze het mag inzetten op haar eigen begroting.
Het neemt niet weg dat het gebruik van niet-uitgegeven geld om elders gaten te vullen, gevoelig ligt. Onderuitputting betekent immers niet dat het overgebleven budget niet nodig is, maar enkel dat het niet uitgegeven kan worden.
Dat is ook voor de wijkverpleging nog een heikel punt. Afgelopen jaren maande de Kamer de verantwoordelijk bewindspersonen meermaals er alles aan te doen om het budget toch uit te geven. Politici wezen erop dat de wijkverpleging onder druk staat, onder meer door de toegenomen zorgvraag en arbeidsmarktkrapte, en dat daardoor juist investeringen nodig zijn.
Volgens een woordvoerder van het ministerie is de voornaamste oorzaak van de onderuitputting dat er minder uren zorg per cliënt worden geleverd, onder meer doordat de wijkverpleging ‘doelmatiger’ is geworden. Ook de arbeidsmarktkrapte draagt eraan bij, omdat aanbieders ‘kritisch moeten kijken welke zorg zij kunnen leveren’. De woordvoerder benadrukt dat de toegankelijkheid van de wijkverpleging ‘nog steeds goed is’.
Alles over politiek vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant