Het is dit jaar voor gepensioneerden toch nog niet mogelijk om eenmalig een deel van hun pensioenpot op te nemen. Minister van Sociale Zaken Eddy van Hijum (NSC) stelt de wet opnieuw een jaar uit omdat hij wil dat mensen zich goed bewust zijn van de nadelen.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over pensioenen en sociale zekerheid.
Over de mogelijkheid om bij pensionering in een keer 10 procent van de pensioenpot op te nemen, wordt al jaren gesproken. Het idee van wat ook wel het ‘bedrag ineens’ wordt genoemd, is dat pensioendeelnemers het geld direct kunnen gebruiken voor een grote uitgave. Zo wordt het makkelijker om een hypotheek af te lossen, het huis aan te passen voor de oude dag of een lang gekoesterde wens zoals een wereldreis in vervulling te laten gaan.
Voor dat keuzerecht is brede politieke steun. Vorig jaar stemde de Tweede Kamer er al mee in en ook de Eerste Kamer lijkt dat van plan. Eigenlijk had de keuzemogelijkheid allang geregeld moeten zijn en stond de invoeringsdatum aanvankelijk op 1 januari 2022. Na meerdere keren uitstel zouden mensen die vanaf 1 juli dit jaar met pensioen gaan dan eindelijk de optie krijgen, maar nu besluit Van Hijum de invoering dus opnieuw met een jaar uit te stellen.
Dat heeft vooral te maken met de nadelige gevolgen die het opnemen van een deel van het pensioen kan hebben. Wie geld uit de eigen pensioenpot haalt, krijgt immers maandelijks minder pensioen uitbetaald. Daarnaast kan door het opnemen van een flinke som geld het inkomen in dat jaar dusdanig hoog uitvallen dat mensen het recht op bijvoorbeeld zorg- of huurtoeslagen verliezen. Ook moeten mensen inkomstenbelasting over het geld betalen. Het opnemen van een bedrag kan op die manier behoorlijk duur uitvallen.
Omdat een beslissing grote financiële gevolgen kan hebben, wil Van Hijum dat deelnemers de keuze weloverwogen maken en dus goed geïnformeerd zijn. Daarmee luistert hij naar het budgetinstituut Nibud, dat er al langer voor waarschuwt dat met name mensen met een laag- of middeninkomen door het eenmalig uitkeren van een bedrag vaak slechter af zijn.
Van Hijum wil daarom dat er eerst een rekentool wordt ontwikkeld waarmee mensen kunnen berekenen wat het opnemen van een bedrag doet met hun financiële situatie. Het is de bedoeling dat het Nibud verantwoordelijk wordt voor de ontwikkeling daarvan. Naar schatting duurt het acht tot tien maanden voor de tool er daadwerkelijk is.
Ook wil de minister met het uitstel meer ruimte bieden aan pensioenfondsen, die uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor het informeren en begeleiden van hun deelnemers bij de keuze. De fondsen hebben aangegeven dat zij daarvoor meer tijd nodig hebben dan nu nog over was voordat de wet zou ingaan.
Daar komt bij dat de fondsen momenteel druk zijn met de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. De komende jaren moeten vele miljarden aan pensioengeld worden overgezet; een arbeidsintensieve operatie die ook gepaard gaat met risico’s. Een groot deel van de fondsen is vooralsnog van plan om over te gaan op 1 januari 2026, waardoor de voorbereiding daarvan zou samenvallen met het regelen van het ‘bedrag ineens’.
Van Hijum wil dat de fondsen zich ‘comfortabel’ voelen bij de invoeringsdatum en heeft ook daarom dus voor een latere invoeringsdatum gekozen. Nieuw uitstel is overigens niet uitgesloten. Wanneer de wet in werking treedt is volgens de minister mede afhankelijk van hoe snel het parlement zich over de wet buigt.
Alles over politiek vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant