Logisch dat het kabinet het beroep op huishoudelijke hulp via de Wmo wil beperken, maar het leven wordt er wel weer complexer van.
De introductie van het vaste ‘abonnementstarief’ in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in 2019 had de charme van de eenvoud. Het betekende het einde van de eigen bijdragen naar inkomen en vermogen. Iedereen die een beroep deed op de Wmo voor ondersteuning aan huis, ging een vaste bijdrage van slechts twee tientjes per maand betalen. Dat moest, onder meer, een einde maken aan de ‘stapeling’ van eigen bijdragen, waar veel chronisch hulpbehoevenden mee te maken krijgen aangezien zij ook gebruikmaken van andere wetten met zulke bijdragen, zoals de Zorgverzekeringswet (voor medicijnen, ziekenvervoer of mondzorg) en de Wet langdurige zorg.
Gewaarschuwd werd er ook, vooral door de gemeenten die de Wmo uitvoeren: het wegvallen van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage zou het voor rijkere ouderen aantrekkelijk kunnen maken om de huishoudelijke hulp die zij toch al hadden, voortaan via de Wmo te gaan regelen. Vind maar eens een particulier schoonmaakbedrijf dat het huis op orde houdt voor 21 euro per maand.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Die gemeenten bleken hun inwoners goed te kennen. Er ontstond inderdaad een stormloop op de huishoudelijke hulp, en dat leidt tot verdringingseffecten: ook gemeenten kunnen het geld immers maar één keer uitgeven. De ruimte om cliënten met een laag inkomen te helpen om zo lang mogelijk thuis te kunnen blijven wonen wordt inmiddels danig beperkt door het gebruik van de huishoudelijke hulp door rijkere ouderen.
PVV-staatssecretaris Vicky Maeijer verklaart daarom vanaf 1 januari 2027 de inkomensafhankelijke eigen bijdrage weer van kracht. De minima worden ontzien, maar daarboven loopt de bijdrage stapsgewijs op. Wie meer dan anderhalf keer modaal verdient, komt straks uit op 328 euro per maand.
Over dat bedrag valt te twisten – kritische gemeenten zouden het liever nog wat hoger willen – maar er is niets mis met het idee dat mensen die het makkelijk zelf kunnen betalen geen beroep doen op collectieve voorzieningen die ook elders eenvoudig verkrijgbaar zijn.
Er is wel een ander probleem, want de ‘stapeling’ van eigen bijdragen die vorige kabinetten nu juist wilden afremmen, wordt hierdoor weer sterker. Dat is voor de hoogste inkomens geen bezwaar, maar er is ook een grote middengroep voor wie het leven zo niet alleen weer duurder, maar ook complexer wordt. Wie net boven een bepaalde inkomensgrens zit, en opeens met meerdere eigen bijdragen wordt geconfronteerd, kan zomaar te maken krijgen met een fikse armoedeval. Daar maakte Maeijer vrijdag in de aankondiging van haar wetswijziging te weinig woorden aan vuil.
Daarnaast is dit het zoveelste signaal dat het belastingstelsel toe is aan groot onderhoud. Inkomenspolitiek voeren via tientallen aparte regelingen maakt het leven niet alleen voor burgers, maar ook voor de overheid zo complex dat de uitvoering vroeg of laat vastloopt. Daarvan hebben we de afgelopen jaren al pijnlijke voorbeelden gezien.
Idealiter dragen mensen via de belasting bij naar draagkracht en hoeft de overheid daarna niet nog van alles te repareren via ingewikkelde toeslagen en eigen bijdragen. Het kabinet-Schoof, dat de eerste aanzetten tot een stelselherziening onlangs heeft gedaan, zou daar een absolute topprioriteit van moeten maken.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant