Honderden alawitische burgers in Syrië werden onlangs gedood enkel omdat ze alawitisch zijn. In de jaren dertig van de vorige eeuw werden ze naar eigen zeggen ‘geannexeerd’ en onder ‘islamitische overheersing’ gesteld.
‘Frankrijk heeft niet het recht om onze onafhankelijkheid aan een ander land te verkwanselen’, schrijven alawitische leiders op 8 juni 1936 in een memorandum, waarin ze de Franse autoriteiten aan hun loyaliteit herinneren. Na een decennium van opstanden tegen de Franse overheersing begonnen in Parijs onderhandelingen tussen Frankrijk en de Syrische nationalisten. Zij eisten absolute onafhankelijkheid voor een Arabisch-Syrische staat, inclusief de alawitische regio.
In de rubriek Toen duiken historici en specialisten van de Volkskrant in het verleden om de actualiteit beter te kunnen begrijpen.
Maar de alawieten, die niets zagen in vereniging met Syrië, wilden garanties van Frankrijk voor onafhankelijkheid onder Franse bescherming – zoals beloofd. Tot hun grote schok ging Frankrijk met de Syrische nationalisten akkoord. De alawieten werden naar eigen zeggen ‘geannexeerd’ en onder ‘islamitische overheersing’ gesteld.
Eerder deze maand vonden moordpartijen plaats op alawitische burgers in de westelijke kustregio van Syrië. Honderden mannen, vrouwen en kinderen werden gedood enkel omdat ze alawitisch zijn, net als de gevallen dictator Bashar al-Assad. Aanleiding voor de geweldsuitbarsting was een opstand van Assad-loyalisten tegen het nieuwe, door soennitische moslims gedomineerde bewind in Damascus. Bij gevechten tussen de opstandelingen en soldaten vielen ook honderden doden.
Vermoedelijk grepen extremistische groeperingen de omstandigheden aan om wraak te nemen op de gewone bevolking, ook op mensen die het nieuwe bestuur accepteren. Interim-president Ahmed al-Sharaa heeft beloofd de rechten van alawieten en andere minderheden te respecteren, maar het geweld wakkert oude angsten en gedeelde trauma’s aan. De alawitische bevolking vreest dat er voor haar geen ruimte meer is in Syrië.
Lang golden de alawieten, die een oude afsplitsing van de sjiitische islam navolgen, niet als één groep. Het waren verschillende stammen, gekenmerkt door armoede en plattelandsleven, die vaak slachtoffer waren van onderdrukking. Het soennitische Ottomaanse Rijk gebruikte fatwa’s als religieuze rechtvaardiging om alawieten te vervolgen. De alawieten trokken zich terug en hielden hun religieuze praktijken grotendeels geheim.
Dat veranderde onder Frans mandaat (1920-1946). Na de overwinning op het Ottomaanse Rijk in de Eerste Wereldoorlog kreeg Frankrijk controle over het huidige Libanon en Syrië, tot dan toe één grote provincie. Frankrijk kende het binnenland van Syrië slecht en had te maken met veel tegenstand uit de Arabisch-nationalistische hoek. Sommige alawieten steunden de wens voor een onafhankelijke Arabische staat, maar velen wantrouwden de bewegingen omdat die door soennitische moslims werden gedomineerd.
Door het gebied langs regionale en etnische lijnen in stukken te hakken, wilde Frankrijk het Arabisch nationalisme van ‘ondankbare Syrische onderdanen’ verzwakken. Ten zuiden van Damascus werd een druzische staat gecreëerd en in het westen een alawitische staat met kustplaats Latakia als hoofdstad. Voor het eerst vormden de alawieten een eenheid en werden ze gelijkgesteld aan de soennieten.
Frankrijk benadrukte de ‘eigenheid’ van de alawieten en probeerde een goede relatie met hen op te bouwen. Terwijl stedelijke soennitische moslims weigerden hun zonen in te schrijven voor het leger, vulden alawieten de rangen. Vooral veel arme alawieten die geen opleiding voor hun zonen konden betalen, lieten hen tot het leger toetreden. Zij klommen op naar hogere rangen en moedigden anderen aan hun voorbeeld te volgen.
Na de onafhankelijkheid vormden de alawieten nog altijd een dominante factor in het Syrische leger. In 1966 pleegden alawitische officieren een staatsgreep en in 1970 greep Hafez al-Assad de macht. Het was ongekend dat een alawitische boer president werd. Hij gaf alawieten het vertrouwen om de ‘dorpsbarrière’ te doorbreken en buiten hun eigen gemeenschappen te treden. Velen namen overheidsbanen aan, vooral in het onderwijs, de bouw en het leger.
Hafez al-Assad en zijn zoon Bashar tilden de tactiek van verdeel en heers naar een nieuw niveau. Bevolkingsgroepen werden continu tegen elkaar uitgespeeld. De dictators zetten bewust alawitische soldaten in om soennitische opstanden met grof geweld neer te slaan. De alawieten werden daarmee steeds meer vereenzelvigd met het regime en zijn misdaden.
Sinds de val van Assad trekken alawieten zich weer terug in hun eigen bubbel. De klok is teruggezet, de emancipatie lijkt verloren en de angst voor soennitische overheersing is terug. Extremistische moslims noemen de alawieten ‘ketters’ en roepen op tot hun vernietiging. Zonder Assad is het de vraag wie hen gaat beschermen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant