is columnist voor de Volkskrant.
In Nederland zijn ongeveer anderhalf miljoen mensen hobbymatig bezig met creatief schrijven, en er zijn bijna 18 duizend ‘actieve auteurs’: dat betekent dat je iemand bent van wie er in de afgelopen vijf jaar een boek is uitgegeven.
Dat is heel veel. (Dit zijn trouwens cijfers uit 2021-2023 van Stichting Lezen, maar er zijn altijd ongeveer zoveel mensen creatief en actief aan het schrijven.)
Er bestaan honderden schrijfcursussen, en het leukste boek dat daar ooit over is verschenen is Schrijfles van Nicolien Mizee, uit 2009, en nog verkrijgbaar.
Nicolien Mizee is wat je noemt een writer’s writer; ze is populair bij veel mensen, en ook bij opvallend veel schrijvers, een beroepsgroep die elkaar normaal gesproken niet heel veel licht in de ogen gunt. Ik denk dat dat komt doordat ze op een onconventionele manier succesvol is geworden: met de bundelingen van haar ‘Faxen aan Ger’. Echte faxen, aan Ger, de man die háár ooit schrijfles gaf, en die zij jarenlang vanuit haar uitkering-depressiesituatie overstelpte met faxen waarop hij nooit antwoord gaf. Die faxen zijn geweldig.
In Schrijfles schrijft Mizee in columns (ooit in NRC verschenen) hoe het haar als schrijfdocent vergaat. Ze hanteert een ijzeren wet voor het schrijven van verhalen: ‘Iemand Wil iets, dat gaat Mis, en dan gebeurt er iets Anders.’ Deze regel gaat ook vaak op voor haar cursisten.
Zo merkt Mizee op dat veel cursisten willen schrijven in de stijl van literaire thrillers die hoog opgetast in de boekhandels liggen. ‘Rechtlijnig als een asfaltweg door de woestijn’, noemt ze deze stijl: ‘Dit proza loopt geheel chronologisch en opsommend mee met de heldin: ‘Ik deed mijn schoenen uit. Ik draaide het antwoordapparaat af. Vijf boodschappen, die ik direct wiste. Toen trok ik een fles wijn open.’’
Nicolien Mizee die een cursist nadoet die een literaire thriller nadoet is een staaltje hoge schrijfkunst op zich. Haar cursisten brengen het er minder goed van af en gebruiken steeds zinnen als: ‘Ik lag plat op de grond in de cel en proefde mijn eigen braaksel.’
Mizee komt met observaties en regels waar ik zelf nog nooit van had gehoord, maar die uiteraard kloppen. Nooit een titel boven je eigen verhalen zetten vindt zij ‘angst voor verantwoordelijkheid’. Ze kan geen verhaal meer zien waar een ‘geslaagde reclamemaker’ in voorkomt. En een cursist die zijn geschrijf over het kampverleden van zijn oude vader staakt en de rest van de cursus alleen nog maar die vader interviewt, moedigt ze aan in het niet-schrijven.
Ze is hard maar ook zachtaardig voor haar studenten, die vaak geen makkelijke types zijn: ‘De eerste is een geleerde in de Middelnederlandse letterkunde, de tweede loodgieter, de derde woedend.’ Wat een zin.
Eigenlijk is de beste manier om te leren schrijven veel goede boeken lezen. Daarvan is dit boekje er absoluut een.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns