Home

Voor ons wordt iemand uitgebreid gefotografeerd. Het is een kale man met een zonnebril. Nog nooit gezien

De missie is simpel: wraak. Wraak voor vorig jaar, toen we aan de voet van de rode loper stonden. (Voet? Ik bedoel het stukje niemandsland aan het begin van de rode loper, waar je even moet wachten, omdat de mensen voor je gefotografeerd en geïnterviewd worden.) We waren gekleed op ons mooist. Zij, mijn collega van de uitgeverij, in een lange zwarte avondjurk met voortreffelijk decolleté, ik in een vintage zeegroen pak.

Toen de mensen voor ons klaar waren, mochten wij. We zochten een ritme in onze passen, elegant maar ook nonchalant. Niet opzichtig kijken naar de fotografen, maar ook niet schuchter. Onzekerheid voor even gecamoufleerd met een glimlach. Dat ging uitstekend. Alleen, niemand fotografeerde ons. We werden vriendelijk, maar ook behoorlijk dwingend, verzocht door te lopen.

Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Dit jaar laten we dit niet gebeuren. Dit jaar worden we vereeuwigd. Ten koste van alles. Ik heb een korte donderspeech voorbereid, voor als we weer genegeerd worden. ‘Hallo. Hallo! Dit is het Boekenbal. Het idee is zeg maar dat je dan schrijvers fotografeert, niet die nitwits die alle rode lopers afgaan, maar nooit meer hebben geschreven dan de bio op hun Instagram-profiel.’ Dat zal ze leren.

Nu staan we weer aan de voet van de rode loper. Zij in dezelfde jurk als vorig jaar (‘niemand weet dat, want ik ben toen dus godverdomme niet gefotografeerd’), ik in een heel erg goedkoop en heel erg polyester pak, afgetopt met een forse hoeveelheid zichtbaar borsthaar. Het harde, witte licht daalt op ons neer. Eerst is er een rij met televisiecamera’s en verslaggevers. We staan te wachten. Een meisje van de regionale zender wijst naar mij en fluistert tegen haar collega die de microfoon vastheeft: ‘Volkskrant.’ ‘Wat?’, vraagt haar collega. ‘Volkskrant.’ Daar reageert haar collega verder niet op.

We schuifelen een stukje verder. Voor ons wordt iemand uitgebreid gefotografeerd. Het is een man met een kaal hoofd en een zonnebril. Nog nooit gezien. Vlak voordat hij klaar is, komt iemand van de organisatie naar ons toe. ‘Jullie mogen doorlopen hoor’, zegt hij. ‘Nee’, zeg ik, ‘we moeten absoluut op de foto.’ Ik zoek in mijn hoofd naar de woorden van mijn voorbereide speech, maar dat blijkt niet nodig. ‘O’, antwoordt hij, ‘nou, dan moeten jullie hier nog heel even wachten.’

Daar had ik niet op gerekend. En opeens sta ik oog in oog met drie fotografen. Hoe moet ik kijken? Hoe moet ik staan? Klik klik klik. ‘Nu even naar mij kijken’, roept een fotograaf. Dat doe ik. Ik kijk. En in een gek, onverklaarbaar Christopher Nolan-achtig moment, kijk ik op deze foto zoals ik zal kijken als ik deze foto later onder ogen krijg. Noem het een vooruitziende blik. Of beter, een voorhuidziende blik. Hoe dan ook, missie geslaagd. Soort van.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next