Het schaatsseizoen is voorbij. Terwijl de schaatsers zich opmaken voor een welverdiende vakantie, komt de olympische campagne richting de Winterspelen van Milaan alweer in zicht. Een terugblik op de winter in zes delen.
Bij de WK afstanden in het Noorse Vikingskipet in Hamar bleek: Nederland is het beste sprintland ter wereld. Femke Kok werd wereldkampioen 500 meter in een ‘slechte’ rit, Jenning de Boo zegevierde op dezelfde afstand in een sublieme race en een baanrecord.
Voor Kok was haar goud op de kortste schaatsafstand haar derde wereldtitel op rij op die afstand, voor De Boo werd het zijn verrassende debuut op de hoogste trede – een jaar geleden eindigde hij nog als twaalfde, het jaar daarvoor was hij nog niet eens langebaanschaatser.
De laatste en enige keer dat een Nederlandse man wereldkampioen werd op de 500 meter was in 2017, destijds was Jan Smeekens de beste. Kok is de enige Nederlandse vrouw met een mondiale titel op die afstand. Nog nooit werd een Nederlandse vrouw olympisch kampioen op de 500 meter.
Het biedt hoop, een jaar voor de Winterspelen. Het overtuigendst is Kok, zij moest de eerste seizoenshelft missen door een vermoeidheidsvirus dat haar langdurig belette zware inspanningen te leveren. Desondanks keerde ze in de tweede seizoenshelft terug in de wedstrijden, om direct met grote overmacht elke 500 meter te winnen die ze schaatste.
Voor De Boo ligt het anders. Bij de mannen zijn de verschillen kleiner. De Nederlander was in Hamar niet de gedoodverfde favoriet voor de titel, dat was Jordan Stolz. In de schaduw van de Amerikaan kroop De Boo het afgelopen seizoen echter steeds dichter naar het goud, om uiteindelijk op het belangrijkste moment toe te slaan.
Dat een slecht getimede ziekte en dubbele antibioticakuur Jordan Stolz met beide ijzers terug op de ijsvloer kan zetten, is bewezen. Maar er zijn nog veel meer schaatsers van buiten Nederland die op koers liggen om medailles weg te kapen bij de Olympische Spelen van volgend jaar.
Neem alleen Sander Eitrem en Peder Kongshaug die de Noorse fans bij de WK in het Vikingskipet terugbrachten naar de tijden van Johann Olav Koss, net zoals ze dat hadden gedaan bij het EK allround in Heerenveen. En als Ragne Wiklund in de aanloop naar de WK in eigen land geen rugproblemen had gekend, had ze wellicht kunnen delen in dat succes.
Dat de Noren weer meetellen was te voorspellen. Zij zijn er, net als de Italianen met Davide Ghiotto en Francesca Lollobrigida, al een aantal jaar bij. Veel verrassender was de entree van de pas 18-jarige Tsjech Metodej Jilek, die als stayer al mee kan met de grote mannen. Bij de WK werd hij derde op de 10 kilometer.
Iets ouder is Vladimir Semirunniy. De Rus, die zijn land ontvluchtte om uit te kunnen komen voor Polen, liet zich pas echt zien bij de WK, waar hij volslagen onverwacht brons op de 5.000 en zilver op de 10.000 meter pakte. En wat te denken van Jevgeni Kosjkin (22). De Kazach opent snel als geen ander en won verrassend al twee wereldbekers op de 500 meter.
De een meldde zich een jaar geleden af als topsporter, maar keerde dit seizoen onverwachts weer half terug tussen de marathonschaatsers, de ander behoorde onbetwist tot de wereldtop, maar schaatste dit seizoen plotsklaps van slechte wedstrijduitslag naar slechte wedstrijduitslag. Irene Schouten en Patrick Roest, beiden van de lange adem, maakten jarenlang de dienst uit. Maar dit seizoen ging het vooral om hun afwezigheid en pogingen tot een terugkeer.
Roest, al jarenlang Nederlands belangrijkste troef op de lange afstanden, beleefde de zwaarste maanden uit zijn sportcarrière. Rugklachten, een ontstoken kies, vormcrisis; hij schaatste geen internationale wedstrijd en sloot vroegtijdig het seizoen 2024/2025 af, terwijl de buitenlandse concurrentie op zijn afstanden alleen maar toenam. De grote vraag is of Roest in het belangrijke olympische seizoen kan terugkeren op zijn oude niveau.
Ondertussen keerde Schouten begin februari, slechts twee maanden na haar zwangerschap, terug in een marathonwedstrijd. Tot onvrede van Jillert Anema, jarenlang haar coach. De grote vraag: blijft het bij de marathon of wil ze uiteindelijk ook terugkeren op de langebaan, in navolging van haar jarenlange rivale Francesca Lollobrigida? De Italiaanse die het vaak moest afleggen tegen Schouten, keerde ook terug na een zwangerschap. Zaterdag won ze de mondiale wereldtitel op de 5.000 meter.
Aan durf ontbreekt het Jutta Leerdam niet. Zij brak een klein jaar geleden los uit de vaste patronen van het schaatswereldje en verkoos de vrijheid van haar eigen weg boven de veiligheid van een bestaande commerciële ploeg. Ze regelde zelf de omlijsting die een topschaatser nodig heeft, van trainer Kosta Poltavets tot de sponsoring.
Op het ijs was ze de enkelproblemen die haar vorig jaar hinderden te boven, maar soepel liep het nog niet altijd. Ja, Leerdam werd Europees sprintkampioen en won de 1.000 meter bij de laatste wereldbekerwedstrijd, maar ze was ook wisselvallig. De reden die ze zelf vaak aanhaalde: ze gebruikte dit seizoen als testjaar voor materiaal. Uiteindelijk stapte ze terug naar haar oude schaatsschoenen.
Ondertussen bouwde ze gestaag haar status als mondiale beroemdheid uit, als grootheid op Instagram en als vriendin van YouTubecelebrity Jake Paul. Ze moedigde hem aan, toen hij zijn bokswedstrijd tegen veteraan Mike Tyson won en liet haar leven met hem vastleggen voor de realityserie Paul American die vanaf het einde van deze maand te zien is.
Paul was erbij toen Leerdam in Hamar wel goud pakte op de teamsprint, maar naast de zege greep op de 1.000 en 500 meter. Op Instagram trok hij ten aanval tegen iedereen die de resultaten op de WK vond tegenvallen. ‘Is het niet ironisch hoe ze de belangrijkste sporter binnen deze sport proberen neer te halen?’
‘Nou, het kan verkeren’, zei Jac Orie zaterdagmiddag in Hamar na een scala aan innige en fanatieke omhelzingen met zijn team. Een jaar geleden zat hij in een crisis, als coach van de slechtst presterende commerciële schaatsploeg van Nederland. De succesformatie van weleer was z’n aantrekkingskracht verloren, boegbeelden als Jutta Leerdam, Kai Verbij, Dai Dai N’tab en Antoinette Rijpma-De Jong liepen weg, olympisch kampioen Thomas Krol stopte met schaatsen en de ploeg moest ook nog eens op zoek naar een nieuwe hoofdsponsor.
In september kwam de terugkeer van Essent in het schaatsen, als naamgever van het team van Orie, dat inmiddels ook shorttrackkampioen Suzanne Schulting en talent Angel Daleman aan zich verbond. Met een kleinere formatie wist Orie het afgelopen seizoen weer beslag te leggen op wereldbekerplekken en podia. Met als sluitstuk de onverwachte wereldtitel van Joep Wennemars, afgelopen zaterdag op de 1.000 meter bij de WK afstanden.
Suzanne Schulting was al langer van plan wat meer van haar tijd aan het langebaanschaatsen te besteden, maar problemen met haar enkel noopten haar ertoe om afgelopen winter duidelijk te kiezen voor de klapschaats. Dat bleek nog niet zo eenvoudig. De meervoudig olympisch shorttrackkampioen wist zich niet voor de WK afstanden te plaatsen.
Tegelijkertijd legde ze met haar afwezigheid op de shorttrackbaan de zwakke plekken in de Nederlandse shorttrackselectie bloot. Die is, in weerwil van de resultaten van het laatste decennium, nog altijd behoorlijk smal. Zonder Schulting zag bondscoach Kerstholt zich telkens opnieuw voor uitdagingen gesteld om toch een selectie van niveau naar de EK en WK te sturen, zeker omdat ook Selma Poutsma en later zelfs Xandra Velzeboer met fysieke tegenslag te maken hadden.
Heel even hoopte Schulting nog op een plekje in de ploeg voor de WK shorttrack, gelijktijdig gehouden met de WK afstanden. Dat bleek niet reëel. Zonder haar kampte de Nederlandse ploeg met bijzonder veel pech. Volgend jaar hoopt bondscoach Kerstholt weer over haar te kunnen beschikken. En op een beetje meer geluk. ‘Vorig jaar waren de Chinezen heel goed op de WK, dit jaar de Canadezen. Dan zijn wij volgend jaar weer aan de beurt.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant