Kai Verbij nam in 2024 maandenlang afstand tot het topschaatsen. Nu weet hij weer wat hij wil: terug naar de top, en de Winterspelen halen.
is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, zwemmen en tennis.
Een maand of zes geleden stond Kai Verbij geschokt thuis met zijn rug naar de spiegel. Hij draaide nog eens een kwartslag en dacht: het is bijna plat, ik heb gewoon geen reet meer. De meervoudig wereldkampioen schaatsen had zijn topsportcarrière op dat moment zo’n half jaar op pauze staan. Toekomst ongewis. ‘Maar toen besloot ik wel: poeh, ik moet echt weer sporten.’
In april werd bekend dat de toenmalige Jumbo-Vismaploeg en Verbij na vier jaar ‘in goed overleg’ uit elkaar gingen. Het team van Jac Orie had een opvallend teleurstellend seizoen achter de rug, er werd gesproken over een slechte sfeer en een te forse groep. Ook andere bekende leden, als Jutta Leerdam en Antoinette Rijpma - de Jong, vertrokken.
Plotseling was Verbij ploegloos. Dat was wennen voor de sprinter die al sinds zijn jongste jeugd tot de wereldtop behoorde en moeiteloos doorstroomde naar de senioren. Hij werd altijd door ploegen benaderd, zelfs als hij nog onder contract stond. Nu kwam er geen concreet aanbod van een ander team. Ondertussen groeide bij Verbij het besef dat zijn plezier in de sport de afgelopen twee jaar in rap tempo was afgenomen. ‘Ik moest mijn hoofd klaren. Ik wilde even afstand van de sport, bedenken of dit wel is wat ik wil.’
Inmiddels is het half maart. Verbij (30) zit in de kantine van Thialf, terwijl andere schaatsers in Hamar zijn voor de WK afstanden, de belangrijkste wedstrijd van het seizoen. Zijn donkere haren halflang, dat leek hem wel eens leuk; hij had het nooit eerder laten groeien. Maar inmiddels begint het hem te irriteren. ‘Het hangt snel ergens in’, zegt de zoon van een Nederlandse vader en Japanse moeder, die zichzelf gekscherend ‘Japhollander’ noemt.
Van april tot oktober verbleef hij vooral in Leiden, nabij Hoogmade, het dorp waarin hij opgroeide. Hij zag veel familie en vrienden, moest de verbouwing van zijn nieuwe appartement in de Zuid-Hollandse stad regelen en hij dacht na. Veelvuldig. ‘Het merendeel van mijn tijd is naar nadenken gegaan.’ Terwijl zijn spiermassa verdween, wakkerde er in het najaar steeds nadrukkelijker een vlammetje op: ik wil toch eens kijken of het gat met de rest dat nu is ontstaan, te dichten is.
‘Ik bleef nog zo veel dromen over schaatsen. Verschrikkelijk.’ ’s Nachts in bed had hij zijn carrière al veelvuldig opgepakt, eind oktober gebeurde het daadwerkelijk. Hij wil niet dat hij later denkt: wat als? Verbij wil kijken of hij de Olympische Spelen van Milaan kan halen. Het zouden zijn derde Spelen worden. Al stelt hij wel zijn geluk voorop.
‘Achteraf gezien was het een mismatch, en dat kan’, zegt Verbij over zijn periode bij Jumbo-Visma. ‘We staken er allebei veel energie in, maar ik werd steeds wat minder.’ Met modder gooien wil hij niet. Hij heeft ook veel geleerd en een leuke tijd gehad, stelt hij. ‘Maar de klik was er op momenten niet.’
Johan de Wit, de Nederlandse trainer aan het hoofd van het internationale Team Gold, bood eind oktober aan hem te helpen. Hij werkte nooit eerder met Verbij, maar zag zijn schaatstalent, zijn gevoel voor de beweging, en kent zijn palmares. Eerst kreeg Verbij een fietstest. Vijf minuten volle bak was het doel. Verbij begint te lachen als hij terugdenkt aan dat moment, toen hij zes maanden zijn fiets niet had aangeraakt en plaatsnam op het zadel. ‘Ik zette te hoog in, begon te hard, en kwam niet verder dan vier minuten.’
Hij zou het niemand aanraden om te stoppen en weer te beginnen. ‘Topsport is toch wel pittig als je er een half jaar uit gaat. Het is niet onmogelijk, maar het was wel een shock voor mijn lichaam.’ De eerste twee maanden, waarin hij vooral fietste en krachttraining deed, waren juist heel leuk. ‘Ik ging echt giga vooruit, ik dacht: dit gaat wel lukken, maar toen kwam ik op het ijs…’ Na drie rondjes was hij misselijk van de inspanning. Dacht hij rondjes van 30 seconden te rijden, bleek er 34 op de stopwatch te staan.
De afgelopen maanden sloot hij soms aan bij het team van De Wit, ook trainde hij met Team Novus, de internationale ploeg van coaches Michel Mulder en Daniel Greig, ooit ploeggenoten van Verbij. Misselijk is hij niet meer, zijn snelheid weet hij inmiddels ook goed in te schatten. Maar juist het laatste stukje terug naar de top duurt het langst, weet hij nu. Hij moet de komende maanden veel uren in diepe schaatszit maken. ‘Anders lukt het niet.’ Na een spottend lachje: Nu begin ik wat lekkerder te schaatsen, maar straks ligt er geen ijs meer.’
De ijsbanen in Nederland en het buitenland gaan de komende maanden dicht. Wel gaat in de zomer Thialf weer een aantal weken open. Voor profschaatsers is de periode van half maart tot half april een belangrijke rustmaand. Rond eind april beginnen de meeste ploegen met trainen.
Hij voelt zich inmiddels weer topsporter, zegt Verbij voorzichtig. Hij is geen ‘aap boven op de rots’. Doet zijn uitspraken vaak met voorbehoud. Veel mensen denken dat hij ‘een luilak is’, of ongeïnteresseerd, of een killer zonder zenuwen. Hij komt stoïcijns over, weet hij. ‘Maar mijn kop denkt de hele tijd na.’ Dat kan hem in de weg zitten in tijden dat het niet goed gaat, maar hij ziet het ook als zijn kracht. ‘Ik ben obsessed, daarom schaatste ik zo hard. Ik keek constant schaatsbeelden, was altijd aan het analyseren.’
De afgelopen maanden keek hij naar schaatsfenomeen Jordan Stolz, de afgelopen seizoenen de te kloppen man op de 1.000 meter, de beste afstand van Verbij. Al verkeerde de Amerikaan de afgelopen weken door de naweeën van een keel- en longontsteking niet in zijn beste vorm, Verbij noemt hem een ‘gigatalent’. ‘Iemand die slechts een keer per vijftien jaar boven komt drijven. Ik denk dat hij zijn échte kunnen nog niet eens heeft laten zien.’ Kort lachje: ‘Daar ben ik een beetje bang voor.’
En hij keek naar Jenning de Boo, in Hamar de winnaar van de 500 meter en goed voor zilver op de 1.000 meter. ‘Een heel mooie schaatser. Ik ben gefascineerd door zijn bochten. Ik denk dat wij heel veel van hem kunnen leren.’
Maar hun succes remde Verbij niet in zijn plan om terug te keren in de topsport. ‘Ik denk ook: er zijn nog kansen, want het kan nog harder. Als iemand zo makkelijk snelheid kan maken, betekent het dat anderen het ook kunnen.’
Of het hem gaat lukken om de Winterspelen te halen? Hij weet het niet. ‘Ik denk dat het kan. Johan en Daniel denken ook dat ik er kan komen en zij zijn geen sukkels; ik heb ze hoog zitten. Maar ik vind ook dat ik eerlijk moet zijn: ik weet niet of het lukt.’
Als het lukt, worden het zijn derde Spelen. Bij zijn eerste deelname in Pyeongchang in 2018 was hij door een liesblessure niet topfit. Vier jaar later in Beijing behoorde hij tot de favorieten op de 1.000 meter, maar liet hij topsprinter Laurent Dubreuil na een slechte start voorgaan op de kruising. De Canadees eindigde met zilver, Verbij kreeg na afloop een sportiviteitsprijs van het Internationaal Olympisch Comité.
Hij heeft nog acht maanden tot het olympisch kwalificatietoernooi. Zijn eerste doel is het vinden van een ploeg, of een sponsor. Alleen kan hij het niet. ‘Veel teams zitten vol. En de ploegen waren druk met de WK in Hamar, dus wilde ik deze weken ook geen mensen lastigvallen.’ Het team van De Wit traint overwegend in Azië, dat zou een grote logistieke uitdaging zijn, bovendien trainen ze daar net wat zwaarder dan goed voor hem is, denkt Verbij. In april hoopt hij duidelijkheid te hebben over een team.
Ondertussen passen zijn broeken van een jaar geleden ‘alweer aardig’. Maar, zegt hij, met een kritische blik omlaag: ‘Ik mag nog wel iets meer volume krijgen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant